Zwijgen is zilver (Dirk Oegema)

Zeldzaam zijn de mensen die weten dat ze niet weten. De momenten dat we weten dat we niet weten. Een wereld gebouwd op woorden. Een virtuele wereld. De afstand tot het heden. Hoe het verliezen van een zoon leidt tot het verliezen van woorden. Hoe ik uit die virtuele wereld val en niet weet hoe aan te sluiten bij dat wat gedeeld wordt.

Voor mij het wit van een leeg scherm. De tijd die me vraagt hem te vullen. En de handen, mijn vingers, ze aarzelen boven de toetsen. Dralen. De onbestemde onrust rond spreken precies daar, waar ik ooit definitief heb besloten het maar niet te vertellen. Gewond is iets in mij, en dat iets trekt zich terug in zijn hol, in het donker. Hoeft niet aangeraakt te worden, ook niet zacht.

Ik zwijg graag. En achter mij staan mijn goede redenen. Hoe pijnlijk het is als mensen het weten. Als ze het weten en praten. De neiging om het te weten. Zo sterk. Ik ken hem goed, van binnen en van buiten. De wereld om mijn heen is erop gebouwd. Uitgangspunt voor ongeveer alles wat we zeggen is dat we iets weten. Iets te vertellen hebben. Zeldzaam zijn de mensen die weten dat ze niet weten. De momenten dat we weten dat we niet weten. Een wereld gebouwd op woorden. Een virtuele wereld. Een wereld gebouwd op afstand, de afstand tot het heden. Hoe het verliezen van een zoon leidt tot het verliezen van woorden. Hoe ik uit deze virtuele wereld val en niet weet hoe aan te sluiten bij dat wat gedeeld wordt.

Onuitspreekbaar is de ervaring. De kern daarvan. De beste plek om daar kennis mee te maken lijkt de dood. Dat is wat ik gewaarword, waar ik niet omheen kan. Vervreemdend is het, dat het praten zelfs daar niet stopt. Het aarzelt, hakkelt, stottert. Maar vroeger of later vindt het zijn ritme, zijn spoor weer.

En hier komen alle angsten bij elkaar. Grijpen elkaar vast om nooit weer los te laten. Ik word bang voor het praten. De ander bang voor mijn zwijgen. En, om het af te maken, ieder is bang voor de angst van de ander. Ik snap niet hoe je kunt blijven praten. Waar al die woorden vandaan komen. Welke angst dat voedt. En jij kunt niet begrijpen waarom ik in godsnaam mijn mond stijf dichthoud terwijl er zoveel gaande is. Welke angst daar onder verborgen ligt. Je eigen angst voel je, snap je. Maar het is niet te snappen waarom de ander bang is. En dat is pas echt eng, en nog meer als het onbewust gebeurt. Samen bang zijn is prettig, vooral als je voor hetzelfde bang bent. Dat schept een band, soms een hele diepe. Dit? Dit schept afstand…

Soms vertelde iemand me dat ie niet wist wat ie zeggen moest. Hoe lang hij had nagedacht over wat hij moest zeggen. Later vroeg ik dan soms: “Wat heb je allemaal bedacht?”. Dan schrokken ze geweldig. Dat vertellen, dat ging absoluut niet. No way! En dat raakt hier precies de kern. De mind kan het niet bedenken. En zeker niet van tevoren. Het enige wat telt is wat er in het moment gebeurt. Wat daar omhoog komt. De ander daar ontmoeten, dat was voor mij telkens een geschenk. Dat gaf lucht. De ander bij mij, bij mij met alles wat leeft op de plek waar wij daar beiden zijn. Dat iemand precies daar bij mij is. Die verlegenheid van iets bedenken ken ik zelf ook goed. Ik herken die als ik zelf iemand een kaart wil schrijven. Ik bedenk dan iets om op te schrijven. Doe dat terwijl ik niets weet. Daar kijk ik recht in de ogen dat ik niets weet. Dat ik geen kant op kan en me er uit probeer te praten.

Ik? Spreken? Schrijven? Het is makkelijker om te verdwijnen in ons aller angst. Die alles omsluit, insluit. Al het leven uit ons zuigt. Ons verhardt, zoals een vacuüm gezogen pak koffie hard wordt. Typisch is dat we bovenop het taboe van de dood nog andere taboes stapelen. Zodat het nog veel groter wordt. En de dood schijnbaar nog meer respect krijgt. Ik heb respect voor de dood. Maar niet voor de taboes. Die zijn vooral pijnlijk. Als extraatje doen we er een taboe bij op het benoemen van je angst. Het is prettiger om te doen alsof er niets aan de hand is, je jezelf en de situatie in de hand hebt. Onhandigheid haalt ons onderuit. Niet weten en zwijgen is een taboe. Dwangmatig moeten helpen. Erkennen dat je de ander niet kunt helpen is een taboe. Bij mij zijn en zeggen dat je het even niet kunt oplossen. En dan bij mij blijven, niet weggaan.

Ik? Spreken? Schrijven? Dat is dus mijn klus op deze plek, elke keer opnieuw. En uit mijn hol komen waar ik denk dat de enige zou zijn. Even erkennen dat ik niet alleen ben.

© Dirk Oegema, 1 april 2018

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

1 Reactie Zwijgen is zilver (Dirk Oegema)

  1. Corinne 22/05/2018 op 20:12 #

    Beste Dirk,

    Je schrijven raakt me zeer. Ik wil je danken voor de moed die daarvoor nodig is, dat je het doet, erover schrijven.
    Je woorden raken me, mijn zoon leeft met een tijdbom in de vorm van een tumor, in zijn hoofd. En ik ben zo bang. Voor waar jij over schrijft. Dank dàt je er woorden aan geeft, aan het niet weten.
    Corinne

Geef een reactie