Wie kijkt, zal zien: over gewoonten en gelijkwaardigheid (Chiara Sahin)

Mensen hebben er behoefte aangezien te worden, een eigen plek te hebben. Maar soms is het niet altijd even duidelijk wat regels of afspraken zijn over het hebben van een eigen plek. Of zijn de regels wel duidelijk, maar vinden anderen dat zij voorrechten hebben?

Verandering in de wijk

“Wat een lawaai!” De spreker die ik aan de andere kant van de telefoon heb, leeft met mij mee. Ik woon in een bloemkoolwijk van de jaren zeventig. Omdat de inrichting van de wijk verouderd is heeft de gemeente een aantal jaren geleden besloten iets te gaan doen aan de leefbaarheid. Na vele gespreksronden van de gemeente met bewoners en andere betrokkenen in de wijk is het eindelijk zover. Het lawaai komt van de kettingzaag die gebruikt wordt om de oude bomen in de straat te kappen. Onze leefgemeenschap is een klein, overzichtelijk deel van de hele wijk. We zitten ingeklemd tussen het winkelcentrum en de doorgaande weg. Het zijn zo’n vijftig woningen bij elkaar. Er wonen een aantal ouderen vanaf het begin en mensen zoals wij, die er nog niet zo lang wonen. De hele wijk heeft een groot verloop gekend de afgelopen jaren, zo ook onze leefgemeenschap. Veel mensen hebben elkaar nog nooit gezien voordat ze naar de gespreksronden komen.

Afbeelding van Robert Hell via Pixabay

Hangplekken en andere overlast

In de gespreksronden is in eerste instantie het meest gesproken over de overlast die de jongeren veroorzaken op hangplekken in de wijk. Ik verbaas me altijd over de enorme boosheid en verontwaardiging die geuit worden. We hebben het jeugdwerk met alle voorzieningen vakkundig om zeep geholpen de afgelopen jaren. De jongeren hebben geen enkele plek meer om samen hun ding te doen. Energie van jeugd laat zich natuurlijk niet indammen, dus hebben ze een oplossing gevonden en komen in de openbare ruimte bij elkaar. De groep doet op die plek wat jongeren al decennialang doen: beetje rondhangen, kletsen, muziek draaien, flirten, soms een biertje drinken of iets blowen. Met andere woorden ze vieren het leven en proberen hun plek in deze wereld te vinden. Er wordt veel over jongeren gesproken en maar zelden met jongeren. Na de overlast van de jongeren, komt andere overlast aan bod: parkeeroverlast, stalling van caravans of aanhangwagens op de openbare weg, afval op straat en verloedering van schuttingen en tuinen. Het gaat, net zoals bij de hangplekken, veel over wat andere mensen doen. Ik krijg de indruk dat het een aantal deelnemers in de gespreksronden te doen is om een uniforme aanblik van de wijk. Een uniforme aanblik, een keurslijf, waarvan geen afwijking van de één of andere onuitgesproken norm mogelijk is. Ik word daar altijd een beetje benauwd van en ga dan ook na afloop met gemengde gevoelens weg.

Donkere Middeleeuwen

Enige tijd daarna sta ik met een medebewoner op straat na te praten over de gespreksronden. De bewoner heeft een stuk van de openbare weg in gebruik genomen – al jarenlang – zodat de mensen niet vlak langs het raam van de keuken kunnen lopen (onze keukens grenzen namelijk aan de straatkant) en heeft daar een privétuin van gemaakt. Diezelfde bewoner vindt ook dat men eigenlijk recht heeft op een eigen parkeerplaats, ook al zijn de plekken openbaar: “Als iemand al meer dan 25 jaar in de wijk woont, dan geeft dat bepaalde voorrechten door het gewoonterecht.” Ik luister naar de woorden en bedenk me ondertussen dat het gewoonterecht iets is dat wij na de donkere Middeleeuwen zoveel mogelijk hebben afgeschaft en vervangen door wettenrecht zodat wij willekeur en rechtsongelijkheid kunnen aanpakken. Het gesprek zoemt nog steeds als een hommel in mijn hoofd rond als ik weer thuis ben en mijn zoon mopperend de keuken in stormt. “Het is oneerlijk, altijd hetzelfde, lig ik net lekker in de hoek van de bank te lezen, dan komt papa thuis, vervolgens moet ik opstaan en ergens anders gaan zitten. We hebben toch de afspraak dat er geen vaste zitplaatsen zijn in huis? Omdat hij ouder is dan ik, wil dat nog niet zeggen dat hij meer rechten heeft!” Nog voordat ik kan reageren, belt een collega, die mij al eerder die dag heeft geprobeerd te bellen. Ze is verontwaardigd over een incident op het werk. Zoals veel bedrijven hebben ze geen vaste werkplek meer en wordt iedereen van hoog tot laag geacht daar te gaan zitten waar plek is. Alleen vergaderruimte moet worden gereserveerd. Dat heeft zij ook gedaan. Als ze aankomt bij haar gereserveerde vergaderruimte zit de hoogste baas er in zijn eentje te werken. Vriendelijk geeft ze aan dat ze de ruimte heeft gereserveerd voor een vergadering. “Och”, zegt hij, “Ik heb de ruimte zo meteen ook nodig voor een vergadering, dus jij kunt wel met je groepje een plek zoeken in de kantoortuin. Dat is de gewoonte als ik moet vergaderen, we doen het altijd zo.”

Afbeelding van Sang Hyun Cho via Pixabay

Gelijkwaardige behandeling?!

Dus omdat iemand langer ergens woont, ouder is of een leidinggevende functie heeft, wordt het wettenrecht ineens over boord gegooid en heeft het gewoonterecht voorrang? Ik zie de heftige emoties van alle betrokken partijen en realiseer me hoe ik zelf ook in zulke situaties mijn positie probeer te zoeken. Ik ben meer van het adagium ‘leven en laten leven’, maar kan ook sterk verontwaardigd zijn als iemand respectloos met afspraken of wetten omgaat. Vaak gaat het namelijk helemaal niet om gewoonterecht, eerlijkheid of gelijke behandeling. Het gaat erom wie de meeste macht heeft, ofwel omdat hij ergens lang woont, de oudste is of een leidinggevende positie heeft of welk ander excuus men dan ook gebruikt. En die macht voor eigen voordeel gebruikt. Machtsmisbruik zit in ons DNA, eeuwenlang, al van ver voor de Middeleeuwen. Pas eind achttiende eeuw werd een poging gedaan om het gelijkheidsbeginsel in te voeren in de wetgeving. En nog steeds zijn er genoeg voorbeelden van klassenjustitie of andere vormen van ongelijke behandeling.

De plek op de bank

Gewoonterecht op zich is niet slechter of beter dan wettenrecht. Het gaat erom hoe je invulling geeft aan afspraken en het nakomen van wetten. Je beroepen op gewoonterecht om jezelf of jouw groep te bevoorrechten zorgt ervoor dat mensen zich niet gezien, gehoord of gewaardeerd voelen. Het kan een langdurige traumatische pijn veroorzaken. Die jongeren in de wijk waar veel mensen zo op lopen te mopperen, zijn onze toekomst. Dus welke boodschap geven we ze dan mee als we ze wegjagen van hun hangplek? Dat het oké is om iemand zo te behandelen als je maar genoeg macht hebt, omdat je al veertig jaar in een wijk woont of ouder bent? Of ga je in gesprek met elkaar om te kijken waar behoeften liggen en om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor het nakomen van afspraken en het maken van uitzonderingen? Ingewikkeld in een wijk waar veel verschillende behoeften en wensen zijn!? Gelukkig hoef ik het vandaag niet op te lossen. Eerst maar eens dicht bij huis beginnen. Mijn zoon is nog steeds verontwaardigd over het in zijn ogen gedwongen afstaan van zijn plek op de bank…

©Chiara Sahin, 1 september 2019

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

, , , , ,

1 Reactie Wie kijkt, zal zien: over gewoonten en gelijkwaardigheid (Chiara Sahin)

  1. Munir 03/09/2019 op 09:30 #

    Vlot verhaal. Leuk en helder.

Geef een reactie