Vrede… (Gerome)

Vanaf het begin ben ik bij Vive betrokken. Tijd voor een break. Mijn eerste column cycles met als rode draad de tijd is tot een eindpunt gekomen. Deze tijd is een transitie naar een nieuwe serie columns. Ondertussen deel ik poëtica, proza en teksten die me inspireren.

Vrede

Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede’.

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilte voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes opheft

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman, uit: ‘Uit slaapwandelen’, 1957

 © Gerome, 1 augustus 2019

2 reacties voor Vrede… (Gerome)

  1. Geert van den Munckhof 05/08/2019 op 16:45 #

    Een aanklacht tegen de oorlog en een oproep voor vrede, vanuit aan den lijve ondervonden (oorlogs)leed. Dat is mijn interpretatie van dit gedicht, zonder achtergrondkennis over de dichter Leo Vroman. Heeft hij vrouw en kind verloren in de oorlog bij een bombardement? Of interpreteer ik dan te letterlijk door en beschrijft zijn gedicht oorlog (en vrede) in algemenere zin? Hoe dan ook, het gedicht zet aan tot nadenken en tot nog meer waardering voor vrede.

    • Chris Elzinga 06/08/2019 op 09:41 #

      Leo Vroman, van Joodse komaf, heeft op diverse manieren de 2e wereldoorlog aan de lijve ondervonden. Hij kent dus het grote belang van vrede van binnenuit.
      Tijdens de inval van de Duitsers deed hij dienst als soldaat-wielrijder op de Grebbeberg. Op 14 mei 1940 wist hij met een boot vanuit Scheveningen Nederland te ontvluchten. Hij bereikte Engeland en is vandaar naar Nederlands-Indië doorgereisd, naar de vader van zijn verloofde. Daar heeft hij na de inval van de Japanners diverse interneringskampen overleefd.
      Vroman trouwde op 10 september 1947 met de antropologe Tineke Sanders, met wie hij sinds 1938 verloofd was geweest. Vanwege de oorlog hadden zij elkaar jarenlang niet gezien. Ze kregen twee dochters: Geraldine in 1950 en Peggy Ann in 1952. Vanaf 1951 was Vroman Amerikaans staatsburger. In de Verenigde Staten had hij heimwee naar Holland. Dit bracht hem tot de – intussen gevleugelde en veel geciteerde – woorden: ‘Liever heimwee dan Holland.’ (Uit: https://nl.wikipedia.org/wiki/Leo_Vroman)

Geef een reactie