Verbinden en isoleren

Op het eerste gezicht tegenovergestelde grootheden blijken in deze coronatijd ineens maatjes te worden. Verbinden en isoleren liggen dichter bij elkaar dan we ooit hadden kunnen denken. Hoe bijzonder is dat?

Verbinden

Mijn vorige column eindigde met een vurig pleidooi voor verbinding en dan gaat het, zo schreef ik daar, in de eerste plaats om een verbinding met jezelf. En – hoe is het mogelijk – krijgen we daar ineens zomaar tijd voor en ruimte. Sterker nog, we worden er in feite toe aangespoord. Veel afleidingen en verleidingen vallen weg en dat geeft alle ruimte… Zijn we daar blij mee of is dat lastig? Hier is vast geen eenduidig antwoord en allereerst moeten we wennen, toch? We moeten afkicken van samen sporten en een terrasje pikken, van het vanzelfsprekend handenschudden en wennen aan 1,5 meter afstand. 

Het duurt wel even voordat we die draai gemaakt hebben, maar juist in dat proces kunnen we die innerlijke dynamiek ontmoeten. Ik kom hier zelf van alles tegen.

Een verstoord weekritme

Gezien het feit dat ik al weken verkouden ben, is het vanzelfsprekend dat ik deze weken niet naar mijn praktijk in Groningen ga en alle sessies, ook die aan huis, online doe. Aanvankelijk geeft me dat een gevoel van rust en kalmte, maar op de ochtend van de eerste ‘Groningendag’ ben ik gespannen. Het is mooi weer, een deel van mijn sessies valt uit, ik voel de neiging om een uurtje in de tuin te werken, maar iets in mij zegt me: ‘Dat kan toch niet, dit is een werkdag’.
Als dan in de middag de sessies beginnen, ben ik er weer, ben ik geconcentreerd en aanwezig. Maar in de dagen erna voel ik mij regelmatig ontregeld. Het is voor het eerst sinds jaren dat mijn agenda buiten mij wordt vastgesteld. Een vast weekritme geeft me kennelijk houvast en zekerheid.
Controle willen houden?
Ik heb mezelf nooit een controle freak gevonden. Het lijkt eerder het vaste ritme van de week waarin ik gedij. Geen dag hetzelfde en regelmatig verschuift er iets, maar er zit een duidelijke beweging, een duidelijke gang in het gaan door de week. Alsof mijn bioritme zich daar op heeft afgestemd.
Iets in mij voelt zich in de eerste quarantaineweek verloren en raakt in de war. Iemand anders in mij raakt geïrriteerd en roept: ‘Laat me met rust…’ twee innerlijke kinderen die ik al een tijdje niet meer tegenkwam. Dat is het bijzondere van deze situatie: ze dringt door in alle hoeken van mijn onderbewuste en legt aspecten bloot, die ik nog niet zag.

Ik moet toch ook iets ‘doen’

Ik zie hoe sommige van mijn cliënten worstelen met deze geheel nieuwe situatie. Ik wil daarin iets voor ze doen en er komen gedachten op aan een blog. De titel is er al: ‘Crisis als kans’. En dan moet er ook maar een Nieuwsbrief uit.
I
k houd van schrijven maar schrijven gaat niet vanzelf. Ik ervaar druk die de onrust versterkt.
Een korte tocht langs sociale media maakt het er niet ontspannener op. Daar circuleren allerlei mooie, slimme en unieke berichten. ‘Je bent al veel te laat, je had eerder moeten reageren’. Mijn innerlijke criticus staat altijd klaar met zijn commentaar, blij dat hij weer een kans krijgt. Maar ik heb hem door. Zeker, hij maakt me onrustig, maar ik oefen in kalmeren. Ik ga het bos in voor mijn dagelijkse wandeling.

Lopen

“Ongeveer een eeuw geleden liep de mens gemiddeld vijftien kilometer per dag, dat is wat ik met mijn stappen ook nastreef”. Aan het woord is de Ierse neurowetenschapper Shane O’Mara: “Lopen stimuleert onze hersenactiviteiten. Alles wordt sneller, scherper, alerter: ons gehoor, gezichtsvermogen, reactiesnelheid, geheugen.” Hij is in Nederland om zijn nieuwe boek te promoten en ik vind interviews van hem in Trouw en NRC.
Vijftien kilometer red ik niet. Ik ben blij met mijn 3 kilometer en als ik mijn telefoon de hele dag in mijn zak houd, dan blijken daar in de loop van de dag nog heel wat stappen bij te komen.
En in de avond lees ik dan in de Benedenwereld van Robert Macfarlane. Hij wandelt ook en in dit boek doet hij verslag van de wereld onder de grond. Hij schrijft onder meer over wortelstelsels van bomen die in elkaars buurt groeien: zij zorgen voor elkaar en voeden elkaar. De sterken reiken uit naar de zwakkeren.

Het is van deze bomen maar een kleine stap naar de zorg die velen in deze tijd blijken te hebben voor onze medemensen. Een van mijn cliënten die weet van mijn verkoudheid, biedt aan om boodschappen voor mij te doen. ‘Nou graag!’ Op Facebook en op het nieuws wemelt het van initiatieven aan steun en zorg. Dat de meeste mensen deugen, zoals Rutger Bregman in zijn boek betoogt, blijkt te kloppen.

Bosbaden

Wandelen is goed te combineren met bosbaden. Ja, je leest het goed: bosbaden. Aanvankelijk denk ik dat het gaat over een duik in een meer, maar dat is niet zo: je kunt je baden in het bos. Ik vond de titel in de nieuwsbrief van Samsara, bestel het boek direct en de volgende ochtend wordt het door de postbode op veilige afstand van mijn voordeur waar ík sta, neergelegd.
Het woord bosbaden is afgeleid van het Japanse woord shinrin-yoku. En door te bosbaden, herverbind je je met de natuur, je dompelt je onder in de weelde van de overvloed. We hebben als mensheid 99,9 procent van onze tijd doorgebracht in de natuur. Herverbinden met de natuur, met de bomen en de plantenwereld is helend voor de ziel. Aan het woord is Julia Plevin, de auteur, woonachtig in Noord-Californië. Haar bos staat vol met sequoia’s.
Terwijl de eerste hoofdstukjes lees, zie ik de paden voor me die ik hier elke dag loop. Ik zie de talrijke paden op mijn vele tochten door de natuur van andere landen, de sequoia’s in Californië, de fjorden in Noorwegen, de steenwoestijnen in New Mexico, de Grand Canyon in Colorado. Ik zie mij lopen over de uitgestrekte heidevelden in Schotland. Toen liep ik nog wel 15 kilometer achter elkaar…
Bosbaden daar is toch wel iets anders dan in het magere stukje bos dat mijn woonplek omzoomt.

Mager?

Het is alsof het bos protesteert. Alsof het mij toespreekt vanaf de overkant van de smalle asfaltweg. Ja, hier is wel degelijk verbinding. Maar bosbaden en de weelde van de overvloed waarover Plevin spreekt?
Ik zoek het uit op mijn eerstvolgende wandeling.
Overvloed is hier nog niet in het bos, althans, dat is de eerste indruk. Op de paden bruin blad, dikke dennennaalden of donkergekleurde modder. Langs de paden, verdwaald over de grond, kale hoge stammen met hoge kale kruinen. Boven de kruinen blauwgekleurde vlakjes lucht, tussen de stammen door strepen zonlicht. Hier en daar begint er een struik uit te lopen, kleine rozige knopjes en groene blaadjes aan kale takjes.

Overvloed zou ik dit niet noemen. Het is subtieler, stiller. Maar ik voel me door dit bos omhuld, ontmoet. Het is geen nieuw besef maar het woord bosbaden voegt iets toe aan mijn ervaring.
Ik ben nieuwsgierig naar wat ik ga ontdekken op de volgende bladzijden van het boek. En wat voor effect die ontdekkingen hebben op mijn wandelingen in het bos, die zich in deze tijd absoluut beperken tot deze zeer bekende paden.

Mijn blog

Mijn blog komt er ook. Op een vroege ochtend leg ik er mijn laatste hand aan. Het is nog maar net licht aan het worden. De vogels die nu al wekenlang elke ochtend ietsje vroeger met hun gezang beginnen, zijn er deze ochtend iets voor zessen. Tot nu toe ben ik vroeger wakker dan zij, maar dat kan zomaar veranderen.
Buiten vervangt een aarzelend blauw de eerst nog grijze lucht. En dan, hoog in de lucht, zie ik de kale kruin van een berk oranjeroze kleuren en weet ik de zon aan de andere kant van mijn huis. Op het grasveld trekt de lijster met fanatieke rukjes dikke wormen uit het gras en van de week zag ik het eerste goudvinkpaartje huppen op het grasdak van mijn blokhut.
Verbinden kan op veel manieren. Door te paren, te bosbaden, door goed te zitten en je ogen te sluiten, te voelen dat je zit en alles te verwelkomen wat zich wil aandienen. Door de blauwe lucht zonder vliegtuigstrepen tot je te nemen en de stilte in je door te laten werken. Elke crisis biedt kansen, deze ook. Ze vraagt, zo schrijf ik in mijn blog hechten en overgave.

Let in deze tijd extra goed op jezelf en op de anderen om je heen. 

© Lenie van Schie, 1 april 2020

Boeken

Shane O’Mara’: Te voet, Hoe twee benen de mens verder brengen.
Rutger Bregman: De meeste mensen deugen.
Robert Macfarlane: Benedenwereld.
Julia Plevin: De helende kracht van Bosbaden 

, ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie