Urd Spreekt (Lenie van Schie)

In Noorwegen heb ik Aarde opnieuw ontmoet. Noorwegen, land van fjorden, van hoge bergen, diepe meren, stille watertjes, van rendieren en berken, Noorwegen, land van Urd.

Noorwegen

Drie lange weken reisde ik door dit land. In mijn campertje bivakkeerde ik langs doorgaande routes, op stille, verstopte plekjes, boven in de bergen en langs een stil riviertje in een dal. Een enkele keer, als het niet anders kon, stond ik ingeklemd tussen grote witte motorhomes en caravans op een camping. Maar met nachten die niet donker worden en met mijn vroege-ochtend ritme, was deze vogel al weer snel gevlogen. Dan reed ik over lege wegen – want alles sliep nog – door zonovergoten landschap of door dichte ochtendnevel, onder zwaarbewolkte luchten of door plenzende regen.

Noorwegen, deze drie weken hadden wel drie maanden mogen zijn.

Noorwegen, deze drie weken hadden wel drie maanden mogen zijn.

Ik kan er een boek over schrijven en in het dagboek dat ik bijhield ligt een schat aan thema’s te wachten om ontdekt te worden. Wat ga ik kiezen voor deze column? De keuze is er in een flits.  De beslissing is kennelijk niet aan mij. Urd die Aarde is, in haar heb ik Aarde op een nieuwe manier horen spreken. Het woord is aan haar:

Urd

‘In de mythologie van de Vikingen ben ik de oudste van de drie schikgodinnen die leven in de wortels van de wereldboom. Daar bewaak ik, aldus hun mythologie, de bron van het leven en beschik ik, samen met mijn twee zusters, over leven en dood op aarde.
In werkelijkheid ben ik veel ouder. Je kunt het zien aan de naam: Urd is Erde, Aarde, Earth. Ik ben Aarde. Ik ben vernoemd in vele talen en afhankelijk van de tijd, zijn mij vele hoedanigheden toegekend. De Sami noemen mij Marrakah en in hun visie op de wereld ben ik de oermoeder en heb ik drie dochters. Hier ben ik niet een van drie, maar de oudste, de enige. Dat past me beter.
De drie dochters zijn als de drie fasen van de maan. De sikkel, de halfvolle en de volle maan zijn de drie aspecten van vrouwzijn: de maagd, de moeder en de oude wijze vrouw. Als de nacht donker is dan is er geen maan. En daar ben ik. Ik ben de afwezige maan, de donkere void, de zwarte leegte waaruit alles voortkomt, het Niets en het Al.

Ik ben de void, de zwarte Leegte, waaruit alles voortkomt.

Geen wonder dat ze bang van me werden, de mensen, toen ze probeerden de macht op Aarde over te nemen.
Ze hebben me verbannen naar de onderwereld. Ze hebben mij mijn stem afgenomen en mij het zwijgen opgelegd. En daarmee hebben ze hun eigen ondergang voorbereid.
Het heeft lang geduurd, ze hebben het lang volgehouden, de mensen, vele millennia lang. Dat komt ook omdat er perioden van opleving waren, perioden waarin mensen begrepen dat scheiding niet de manier is waarop leven zich voltrekt.
Leven voltrekt zich door telkens opnieuw, na elke scheiding, opnieuw te verbinden. Zo groeien cellen, zo groeit weefsel. De biologen hebben het ontdekt. En op Aarde zijn dat de wetten die groei en evolutie bepalen. Als die met voeten worden getreden, dan komt er een moment dat je daar de prijs van moet betalen. En die prijs, dat kunnen we zo langzamerhand allemaal wel zien, is groot.’

Wouw!

Het komt er in één stroom uit en ik moet er even van bijkomen. Dit gebeurt er dus als ik Urd mijn stem geef. In één adem zegt ze wat haar op het hart ligt. Hier is Aarde aan het woord zonder dat ik er nog iets tussen kan krijgen.
‘Dat is toch de titel van je columns? Aarde Spreekt!?’
Daar is ze al weer, Urd. Ik kende haar nog niet toen ik deze titel koos. Maar daar is verandering in gekomen; Urd is mijn column aan het schrijven en ze laat het niet meer gaan.

Liefde

Ze kijkt me aan, haar groene ogen glanzen in een blank gerimpelde gezicht. Triomfantelijk én teder. Ik denk terug aan dat moment dat ik op de ferry wachtte die me van Hirtshals naar Noorwegen zou brengen. Dat was de eerste keer dat ik haar van dichtbij meemaakte. De eerste keer dat ze me direct aankeek.
En dan is er die wandeling. Ergens tussen Trondheim en Mo I Rana in een natuurgebied. Overal bloeiende bloemen, kleine, stevige berken, watertjes die van de helling de rivier inglijden, mijn voeten op de zachte turfbodem. Ze torent boven me uit, de machtige rots die het blikveld bepaalt.

Ze torent boven me uit, de machtige rots die het blikveld bepaalt.

Ze zoemt rond mijn hoofd als een bij, dringt binnen in mijn gedachten:
‘Als je gaat schrijven over Noorwegen dan wil ik dat het in de eerste plaats over mij gaat….’
‘Maar ik ken je helemaal niet goed. Ik heb je ontmoet in het boek van Linda Wormhoudt. Als iemand over jou kan schrijven, dan is zij het wel…’ (1)
Urd kijkt me met haar raadselachtige glimlach aan.

‘Hoe wil je dan dat ik je beschrijf?’
‘Als een rivier die altijd doorstroomt, als het eeuwige leven, als het begin en het einde dat een nieuw begin is. Voel me maar, dan weet je wel hoe je over mij moet schrijven….!’

Het klopt, ik heb haar op deze reis vele malen gevoeld en ervaren en ze heeft me vaak toegesproken. Zo ben ik haar leren kennen.(3)

Op Aarde Zijn

Ze is er opnieuw als ik op de Lofoten ben.
Vanuit Bodø ben ik met de ferry overgestoken naar Moskeness, heb ik de steile rotswand voor me zien opdoemen uit een gesluierde zee, hun scherpe pieken hoog in een gesluierde lucht. Grijs graniet, onverbiddelijke Aarde. De volgende ochtend ben ik al vroeg de camping ontvlucht, heb ik langs een mistige kust een wandeling gemaakt, waar ik Raaf ontmoette en nu, in de middag, lig ik op een helling, tussen de blauwe bessenstruiken met mijn rug tegen een gladde rots.
De zon is warm, ik ben doezelig, het is stil om me heen, de toeristen zitten beneden in het dorpje waar een museum is. Zachtjes glijd ik weg.
Aarde dringt in mij binnen en ik dring binnen in Aarde. Uit mij groeien talloze wortels, verlengstuk van mijn zenuwstel, die hun weg zoeken in de grond. Ze hechten aan de rotsen die diep onder deze struiken verborgen liggen, groeien verder de diepte in, langs aard- en ertslagen, zoeken het oudste gesteente op.

Aarde dringt in mij binnen en ik dring binnen in Aarde.

Urd laat mij voelen wat het echt betekent om op Aarde te zijn, waar het hier echt over gaat: over de moed om te hechten. Gronden is hechten zonder angst, gronden is overgave aan de realiteit van het fysieke bestaan, van het leven in een fysiek lichaam. En in al die wortels die uit mij groeien en die zich vermengen met de wortels van de planten om mij heen, in die wortels leeft bewustzijn.
‘Je vroeg je af hoe je me moest beschrijven?
Zo dus. Hier ben ik, in de stenen, in de wortels, in jou ben ik. Ik neem je over, en jij, jij versmelt met mij. Worden we één’.

Ik word wakker uit mijn halfslaap, voel me diep verbonden.

De Sami

Het is een kleine week later. Ik sta met de auto op de parkeerplaats bij het Sami centrum in Manddala aan de noordkust. Ik heb twee dagen geleden de Lofoten verlaten en ben verder gereisd, de noordkust langs, op zoek naar de Sami. Het centrum is nog niet open. Ik wacht met een kopje koffie in mijn camper. Buiten waait een harde, koude wind en water valt in bakken naar beneden. Ik heb vragen. Ik heb gelezen over het Godenrijk van de Sami maar ik mis Urd’s aanwezigheid. De Goden die besproken worden in het boek zijn mannelijk.

De oppergod is een ‘VerwegGod’; hij staat boven de mensen en trekt zich niets aan van hun lot. Zijn naam is Ipmil. En Ipmil’s eerste was Dierpmis – de zoon van God – die waakte over het leven van de mensen en die verantwoordelijk was voor de gezondheid en vruchtbaarheid van land en dieren. Hij waakte ook over de sjamaan als hij zijn reis maakte door de andere dimensie. Zo gaat het verder, mannelijke goden worden genoemd tot ik even verderop lees dat er ook ‘several gods in female form’ zijn. (2)

Ik kijk omhoog, in de verte, daar boven ergens in de bergen hangt Urd.
Several gods in female form’, wat vindt ze van die uitspraak?
Opnieuw die raadselachtige glimlach; het lijkt die van Mona Lisa wel. Een glimlach die spreekt over de geheimen die wel of niet onthuld zullen worden. Ik kijk terug, dwing haar bijna om dichterbij te komen. Ik ben hier niet voor niets, ik wil weten wat ik hier kom doen.

Power

En dan is ze hier, zit ze tegenover me in de stoel die ik heb omgedraaid om haar een comfortabele plek te geven en kijkt ze me direct aan:
‘Goed kind, als het je ernst is, dan ben ik hier voor je. Wat wil je weten?’
Ik houd er niet van om door haar ‘kind’ genoemd te worden, maar ik laat het gaan.
‘Alles wil ik weten, de grond van het bestaan wil ik weten. Ik wil weten wat het ten diepste betekent, om op Aarde te zijn!’

Het is de power van Aarde zelf, het wonder van groei en evolutie.

Stil wordt het, een woordeloze verbinding. Power, ik voel hoe power door me heen trekt. Haar power. Ze omhult en vult mijn baarmoeder en maakt wortels in de aarde. Het is de power van Aarde zelf, het wonder van groei en evolutie. De power in een zaadje om tot ontwikkeling te komen, de power in eitje en zaadje dat maakt dat er een mens kan groeien, de ultieme levenskracht die Aarde is.
Ik voel me overspoeld, word duizelig. Het is schier onmogelijk om deze kracht direct te ervaren. Is het daarom dat wij, mensen, beelden maken ter oriëntatie? Dat we deze kracht opdelen in vormen die, afhankelijk van de traditie, andere namen krijgen? En dat zo dan de afsplitsingen ontstaan?

Gronding

Ze flitsen door me heen, al deze gedachten, maar mijn aandacht gaat naar mijn bekken. Daar zit de grond, de draagkracht. Er ontstaat daar in mijn buik een enorme ronde vorm, een bal van kracht die opengaat. Er komt licht tevoorschijn en er spruiten takken uit. Zon.
Zonder zon is er geen leven. De zon penetreert de Aarde. Aarde omarmt de zon. Koestert hem, neemt hem in zijn armen, ontmoet hem. Aarde is dan de vrouw die de zon, de man, omarmt.

Aarde omarmt de zon. Koestert hem, neemt hem in zijn armen.

Als we alleen de Zon aanbidden, alleen het mannelijke, alleen de mind, verliezen we Aarde. Het is juist in deze onderlinge afstemming en samenwerking, dat leven mogelijk wordt.
Ik kijk naar Urd, daar zit ze weer, ik kan haar weer zien.
‘Nu weet je kind’, lijkt ze te zeggen. ‘Goden en Godinnen bestaan alleen als beelden voor de mensen om de dingen te begrijpen. Ze zijn functioneel maar het zijn ook afleidingen. Ze bieden identificatie, het zijn rolmodellen. Maar waar het op Aarde om gaat, is de levenskracht te leven.

En dan komt mijn volgende vraag:
‘Waartoe? Waartoe is dit alles?’
‘Er is geen waartoe, er IS’.

©Lenie van Schie, 1 september 2017

Noten:
1. Linda Wormhoudt: Seidr, het Noordse Pad, werken met magische en sjamanistische sporen in NoordWest-Europa.
2. Over de Goden van de Sami: Aage Solbakk: ‘What we believe in’, An introduction to the religion of the Northern Saami.
3. ‘Zo ben ik haar leren kennen’: ik heb hier bewust het woord ‘ben’ gebruikt i.p.v. het woord ‘heb’. ‘Ben’, afgeleid van ‘zijn’,  drukt voor mij een proces uit dat zich aan mij voltrekt. Ik heb daar geen zeggenschap over. ‘Heb’, van hebben, heeft meer iets van toe-eigenen, alsof het mijn verdienste is. Ik ben me ervan bewust dat het tegen de regels van de Nederlandse taal is.

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

4 reacties voor Urd Spreekt (Lenie van Schie)

  1. Reina 17/09/2017 op 21:05 #

    Deze column brengt een groot verlangen naar meer Aarde-ervaringen op zulke mooie ongerepte plekken.
    Bijzonder mooi!

  2. Alexa 06/09/2017 op 19:27 #

    Heelheel mooi, wat een power, het raakt en maakt stil. En inderdaad: prachtige foto’s!

  3. Christine 04/09/2017 op 11:23 #

    Ik sluit me bij Eleonora aan. Mooie krachtige column!

  4. Eleonora 03/09/2017 op 06:57 #

    Mooi! Lenie.
    Dank je wel
    Fijn beeldend en de juiste sfeer, ik ga het nog eens lezen. En nog eens…
    Prachtige foto’s ook!

Geef een reactie