Time out (Gerome)

Mijn eerste rit van  zeven tijd columns zit erop. ‘Tijd’ voor een overview. Ik helikopter door de columns die ik het afgelopen half jaar heb geschreven en bekijk mijn ‘tijds’ schriftje waarin ik mijn aantekeningen over tijd heb genoteerd. En ontdek al constaterend dat het punt is aangebroken om door te schuiven naar een andere aanvliegroute van de tijd.

Het volgende uitgangspunt wordt: het volgen van filosofen, kunstenaars en wetenschappers die boeiende dingen over de tijd hebben ontdekt. Maar voor het zover is, merk ik, dat ik daar nog enige incubatie ‘tijd’ voor nodig heb. Vandaar, vraag ik, zoals bij een basketbal wedstrijd, en geheel in de traditie van de tijd, een time out aan. ‘Time out’ in het woordenboek betekend; ‘korte onderbreking van een wedstrijd voor tactische bespreking.’

Een time out is een mooie gelegenheid om de column ruimte te delen met een wetenschapper of een kunstenaar die me is opgevallen door inspirerend over tijd te schrijven.

Voor deze keer het gedicht ‘TIJD’ van Rutger Kopland (Goor, 4 augustus 1934 – Glimmen, 11 juli 2012) uit de bundel – Over het verlangen naar een sigaret -, uitg. Van Oorschot, 2001

Tijd

Tijd – het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo’s van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachten is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Het gedicht `Tijd’ van Rutger Kopland verscheen 31 december 2000 op de opiniepagina van de NRC.

Tijdens de zomer van 2001 sprak NRC-redacteur Marjoleine de Vos met dichters over een van hun gedichten. Zo ook met de (inmiddels overleden) dichter Rutger Kopland. Lees hieronder twee strofes van het gesprek terug.

U schrijft dat het `vreemd mooi’ is om niet te zullen weten wat tijd is.

“Het is vreemd dat het je gaat duizelen als je nadenkt over wat tijd is. Alsof het woord `tijd’ je een ruimte of een verte in laat kijken. Nadenken over de tijd geeft dat vreemd mooie, eindeloze gevoel. Als je dat woord laat rondspoken creëert het een vreemde maar ook aangename leegte. Een fysicus noemde me laatst een definitie van tijd: `Time is Nature’s way to keep everything from happening all at once.’ Je begrijpt dat het je dan gaat duizelen.”

Grammaticaal is het niet mogelijk om naar tijd met `het’ te verwijzen.

“Ik heb daar lang over geaarzeld, maar ik vond dat ik hier terechtkwam bij een kwestie die zo algemeen is, dat het me beter leek om niet alleen maar naar die tijd te verwijzen. ‘Het’ verwijst ook naar het gevoel waarmee dit denken over de tijd gepaard gaat.”

© Jeroen Leenen, 1 juni 2017

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!