Tijdloos en de droom van ruimte en tijd (Gerome)

Gerome schrijft een denkbeeldige brief aan de Portugese schrijver Fernando Pessoa  (Lissabon, 13 juni 1888 – 30 november 1935) over de droom van ruimte en tijd.

Beste Fernando,

Al jouw boeiende pogingen om in jouw literaire werken de droomstaat te duiden en te ontrafelen, raken me telkens weer.   

‘Ik weet bijna zeker dat ik nooit wakker ben. Misschien droom ik als ik leef, misschien leef ik als ik droom, of misschien, ik weet het niet, zijn droom en leven bij mij vermengde, gekruiste dingen, waaruit mijn bewuste zijn zich vormt doordat ze elkaar doordringen.’  

Ik ben lang bezig geweest om helder te worden dat de droom een illusie van de mind is. Het is me vaak overkomen dat ik droomde, even wakker werd, om vervolgens voordat ik het besefte alweer verder droomde. Het inzien dat je droomt en dat wat onze waarneming voor de werkelijkheid aanziet niet ‘echt’ bestaat, is best een lastige klus als je zelf een levendige dromer bent. En het kan pijnlijk zijn als je iets wilt bereiken dat uiteindelijk buiten je bereik blijkt te liggen en de droom in duigen valt.

‘Altijd als er in mij wordt gehandeld, herken ik dat ik dat niet was. Als ik droom lijkt het alsof men mij schrijft. Als ik voel, lijkt het alsof men mij schildert. Als ik wil, lijkt het alsof men mij op een wagen zet, als koopwaar die verstuurd wordt, en dat ik, naar het mij voorkomt uit eigen beweging, naar een plaats ga waar ik pas heen wil als ik er ben.’ 

Het leven is een grote droom, een film. Ons denken heeft een wereld geschapen die zo ragfijn in elkaar zit, dat we nauwelijks meer in staat zijn om het illusoire karakter ervan te doorzien. Er wordt zelfs weleens beweerd, dat vorige levens ook uit een droom voortkomen. Destijds met andere acteurs en een ander script, maar de dromer van de dromen is en blijft dezelfde.

‘Soms bekruipt mij midden in het actieve leven, waarin ik natuurlijk net zo bewust van mezelf ben als iedereen, een vreemd gevoel van twijfel; dan vraag ik me af of ik wel besta, of ik niet de droom van een ander ben…’

De Egyptenaren en Tibetanen leerden door 24 uur per dag hun bewustzijn te trainen, dat alles wat je waarneemt, wanneer je wakker bent, net zo onwerkelijk is als wanneer je droomt. Om de droom te traceren helpt de vraag: wat gebeurt er als zowel het verleden en toekomst geen geheimen meer heeft? Wanneer je deze vraag beantwoordt begint de ‘inhoud’ van de droom.

En wat ook helpt, neem de voorwerpen waar zoals je ze ziet en geef ze geen betekenis. Niets in deze kamer of in deze straat, uit het raam of op deze plek betekent iets. We laten de behoefte om er iets op te projecteren achterwege. Er ontstaat daardoor een gewaarzijn waarin de tijd, de ruimte en de objecten die uit de droom voortkomen oplossen.

En deze brief dan, hoor ik je denken Fernando. Deze brief is toch ook een droom… en ja, dat is zo… Mijn denken en schrijven zijn inderdaad illusoir, en of ik daarmee de échte werkelijkheid aanraak, ik denk het niet. Het is een van de grote ambivalenties die ik met schrijven heb.

Maar, heb ik ontdekt, schrijven kan door het ritme en het hart waarmee geschreven wordt een opening in het NU teweeg brengen waarin de droom wegvalt. En al ben je, Fernando, 85 jaar in klassieke tijdmeting geleden van ons heen gegaan, de tijd doet er dan niet toe, jouw literaire werken kunnen vandaag geschreven zijn.

Ineens kan er een niets zijn, een subtiele verschuiving van energie waarin alles moeiteloos aanwezig is zonder dat je dat met je gedachten hoeft aan te raken. Een uitnodiging die in eenheid met alles is en waarin in wezen niets is begonnen. Er is geen ‘droom’-afscheiding en we dromen hooguit alleen nog de droom dat we zijn weggegaan.

© Gerome, 1 mei 2018

Bronnen

Fernando Pessoa, Boek der Rusteloosheid.
En ander Pessoa werk.

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!