Klok (Gerome)

In deze column schrijf ik over tijd. Als jonge gast beleefde ik regelmatig momenten waarop ik, zoals ik dat later noemde, buiten de tijd viel. Sindsdien is tijd voor mij nooit meer vanzelfsprekend geweest. Aan de orde komen onder andere kloktijd, innerlijke tijd, lineaire tijd versus cyclische tijd, bestaat tijd en zelfs beweging eigenlijk wel?, onomkeerbare tijd, tijdsprongen, parallelle tijdlijnen en de 5e dimensie.

Jeroen 01Het is zondagmiddag. Op de radio staat het sportprogramma ‘langs de lijn’ met voetbal zachtjes aan. Tijd. Ik bekijk wat ik met een groene marker in mijn aantekeningen heb onderstreept en stel nog een keer vast wat er in de serie van 12 tijdcolumns moet komen. De coördinaten van Greenwich moeten erin, de fysicus Julian Barbour – volgens hem bestaat tijd niet – moet er zeker in; de moderne mens die zich laat voortdrijven door de klok moet erin; kloktijd die we met elkaar hebben afgesproken om onze samenleving in te richten moet erin en zo verder.

Ajax. Ik kijk op en luister eventjes. De eerst helft bij Ajax is in de 25e minuut. Er is nog niet gescoord.
Tijd leeft in iedereen, en toch is het een uitdaging om tijd ‘goed’ te vatten, merk ik aan de diversiteit van de reacties die ik krijg als ik ernaar vraag:
‘Tijd is wat het voor jou betekent.’
‘Tijd versnelt en vertraagt.’
‘Er is niets zo subjectief als tijd.’
‘Tijd is de werking van ons menselijk bewustzijn, en ons menselijk bewustzijn is een onderdeel van het tijdruimte continuüm.’

Er wordt aangebeld.
Op de stoep staat de buurman, hij gaat met zijn gezin een week op vakantie en komt, zoals we hebben afgesproken, de sleutel van zijn huis brengen zodat ik zijn kat eten kan geven. ‘Om de dag,’ zegt hij, ‘daar redt ‘Klok’ zich uitstekend mee.’
Klok? Is dit een toevallige coïncidentie?…
‘Vanwaar, buurman, heet jouw kat Klok?’ vraag ik.
‘Klok is onze wekker, elke ochtend springt ie om precies zeven uur bovenop ons bed en miauwt ie je wakker.’
‘O zo, Klok…, dus geen Gijsje meer.’
‘We hebben hem vorige maand tot Klok gedoopt.’
Ik zie aan de ogen van de buurman dat hij geniet, en een beetje trots is op de vondst.
‘Ja, Klok,’ zegt de buurman gedecideerd, ‘Niks mis mee toch?’
Klok.
Ik moet glimlachen om de klank, intonatie waarmee de buurman ‘Klok’ zegt. Hij is een Jordanees die het tot biologieleraar op een middelbare school heeft geschopt, maar zijn tongval is door alle biologie-lesuren heen onvervalst Jordanees gebleven.
‘Gelukkig geeft Klok ons in het weekend clementie. Dan laat ie je uitslapen tot half negen.’
‘Jullie zijn gezegend met Klok, ja toch, buurman,’ zeg ik terwijl ik mijn glimlach doortrek om niet meteen in lachen uit te barsten.
De buurman kijkt me met een gemaakt strenge blik aan.
‘Doordeweeks staat Klok weer om 7.00 uur op zijn strepen. Zo’n digitale wekker, dat is vreselijk, zo’n klote pieptoon.’
De buurman houdt zijn handen voor een moment tegen zijn oren. ‘Zo wil je toch niet wakker worden. Veel te klinisch. Geef mij Klok’.
‘Ja buurman, je door Klok laten wekken moet bijzonder zijn,’ veer ik met hem mee. Zelf moet ik er niet aan denken om door een kat gewekt te worden. Er gaat niets boven een stevige klap met de vlakke hand op de toets van een ringelwekker.
‘Klok is me d’r een,’ gaat de buurman door, ‘Als het om tijd gaat, is ie een pietje precies, op vaste tijden eten en naar buiten. Daar moet je ’m niet mee storen, kan ie vervelend van worden, en dan negeert ie je straal, of begint ie onrustig om je heen te lopen en in het slechtste geval bijt ie in je broekspijp.’
Ik frons met mijn voorhoofd en begin me ineens af te vragen of het wel zo’n goed idee is om Klok deze week zijn kattenvoer te geven.
‘Maar, daar hoef jij je geen zorgen over te maken buurman, doe je zijn kattenvoer op tijd in zijn bak, appeltje eitje en niets aan het handje. Klok weet het luikje in de keukendeur feilloos te vinden en je hoort en ziet um niet.’
‘Nou, we zullen het zien hoe Klok zich gedraagt.’
‘Schiet het op met die tijdartikeltjes van je?’ vraagt hij. Op de nazomerborrel van onze straat heb ik er met hem een tijdje over gesproken.
‘Ja, ik was er net mee bezig.’
‘En lukt ut?’
‘Jazeker, daar ga ik wel vanuit.’
‘Tijd. Interessant onderwerp.’
‘Wat denk je buurman, hebben katten ook tijdbesef dat op dat van ons lijkt?’ vraag ik hem ineens in een opwelling. Zelf denk ik dat katten best door hebben hoe laat het is. Niet op de minuut of zo, maar ik vermoed dat ze afgaan op het licht.
De buurman kijkt naar de huissleutel in zijn hand en filosofeert een ogenblik. ‘Katten hebben sowieso minder synchronisatie-tijd nodig. Voor hen zijn wij logge beesten die vertraagd rondlopen.’
We grinniken.
Zijn ogen lichten op, er valt hem nog iets te binnen. ‘En jazeker, uit onderzoekjes blijkt dat katten tijdsintervallen supergoed kunnen onderscheiden. Het blijkt dat je katten op de seconde nauwkeurig kunt trainen. Ze kunnen moeiteloos verschil herkennen, tussen 3, 5 en 8 seconden opsluiting in een kattenhok’.
‘Die katten toch,’ denk ik terwijl ik met mijn hand een vlieg wegsla die hinderlijk voor mijn gezicht heen en weer vliegt.
‘Zo’n vlieg handelt nog sneller dan een kat, wel tien keer sneller dan een mens. Hij heeft geen tijdlijn waar ie zich in moet passen.’
‘Juistum.’
‘Je bent tenslotte biologieleraar, nietwaar?’
Hij kijkt op zijn horloge. ‘Maar alle vliegen en katten bij elkaar opgeteld, wat sta ik hier te kleppen. Over een half uurtje vertrekken we.’
De buurman maakt aanstalten, blijft staan en denkt een moment na. ‘Okay, buurman, om het rond te maken, het kan nog net,’ zegt hij terwijl ik aan zijn ogen zie dat hij binnenpret heeft.
Hij zakt lichtjes door zijn knieën en begint met zware bijna lompe voetstappen het tuinpaadje af te lopen. Bij het tuinhek aangekomen steekt hij zijn arm langs zijn neus omhoog.
‘En?’ roept hij.
‘Een Olifant…’, roep ik terug.
‘Ja, alle vragen goed! Tien punten.’
‘Vanwaar olifant?’
‘De olifant heeft juist meer tijd nodig. Twee seconden heeft ie – de olifant – nodig om alle signalen op te pikken. Daardoor leeft ie net een stukkie langzamer.’
‘Onthaasten met olifant,’ grap ik.
‘Precies, wij rennen in de beleving van zo’n olifant als een stelletje malloten rond alsof we in een versnelde stomme film spelen,’ zegt hij met een grijns op zijn gezicht terwijl hij zijn arm weer laat zakken en het tuinhek opent.
‘Dat versnellen van die stomme films komt omdat ze vroeger op 12 of 18 beelden per seconde schoten en tegenwoordig op 24, 25 of 30 seconden’.
We lachen.
Ik wens de buurman een fijne vakantie toe. Hij gooit zijn huissleutel naar me toe en trekt het tuinhek dicht.

Terwijl ik achter mijn computer plaatsneem, heb ik napret om de Jordanese tongval waarmee de buurman ‘Klok’ uitspreekt. Ik kijk een paar markeringen in mijn aantekeningen door, tik een aantekening over wat de buurman aan me heeft verteld en werp een blik op mijn horloge.
17.30.
De wedstrijd van Ajax wordt inmiddels nabeschouwd.
Het is 3-0 voor Ajax geworden. Afronden. Ik zet de computer en de radio uit.

Terwijl ik opsta verdwijnt de namiddagzon achter de wolken en schiet Klok door een gat in de heg van de buurman.

Min of meer sluipende ga ik de avond in.

1 Reactie Klok (Gerome)

  1. F 04/11/2016 op 11:48 #

    Genoten van je eerste column Jeroen!

Geef een reactie