Sneeuwkoningin (Gerome)

Sneeuwkoningin

Kai heeft scherven in zijn ogen. 
Zijn hart is een blok ijs. Dus denkt hij 
dat hij mij moet zijn, 
aan deze kou genoeg heeft. Bevroren vijvers, 
blauwe paleis reusachtig om hem heen en niemand hier dan ik, 
dan hij, dan ijs. 
Wie zegt dat je warm moet zijn? 

Blijf hier Kai. Hier bederf je niet. 
Je bent bevroren, dat is alles. 
Dat is toch beter dan verloren 
aan de liefde?

Zijn meisje zoekt hem, ik hoor haar, 
ze vraagt aan de rozen of hij dood is.
‘Nee,’ zeggen de rozen, ‘hij is niet dood, alles wat dood is, is onder de aarde, 
wij hebben hem daar niet gezien.’

Zijn meisje leent een rendier van een roversdochter, 
ze is al bijna hier, Kai, luistert niet naar haar, 
smelt niet, bedenk wat je zult missen als je weggaat!
Alle ruimte is van jou en alle kou 

en al het ijskoud blauw dat je hier ziet 
en alle sterren zijn hier altijd zichtbaar.
En ik zie jouw gezicht zo graag
bevroren witte waterlelie.

Het is te laat. 
Hij ziet haar al. 
Hij is al niet meer hier. 

Het moest maar weer eens gaan sneeuwen. 

Tjitske Jansen , uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen, 2003

Vanaf het begin ben ik bij Vive betrokken. Mijn eerste column cycles met als rode draad de tijd is tot een eindpunt gekomen. Deze tijd is een transitie naar een nieuwe serie columns. Ondertussen deel ik poëtica, proza en teksten die me inspireren.

© Gerome, 1 december 2019

,

Nog geen reacties.

Geef een reactie