Slakken (Yoyo van der Kooi)

 

In de film ‘Microcosmos’ uit 1996 van Claude Nuridsany en Marie Pérennou zag ik ooit een paardans van twee slakken. Een wonder van schoonheid. Sindsdien heb ik een zekere sympathie voor deze slijmerige beestjes. Ze hebben ook een belangrijke functie in de natuur, omdat ze afstervende plantendelen opeten en omzetten in eenvoudige stoffen die de kringloop van het plantaardige leven ten goede komen. 

Het lastige is echter (voor ons mensen) dat ze ook dol zijn op sla, aardbeien en andere gewassen die wij liever voor onszelf houden. En dat ze zich in rap tempo kunnen vermenigvuldigen (vooral bij nat weer), zodat ze soms een ware plaag worden in onze tuinen.

Kleur en fleur

In de twee tuintjes waarmee ik gezegend ben laat ik – met enige sturing en toevoegingen – de natuur zoveel mogelijk haar gang gaan. Maar na de eerste lente-uitbarsting van sneeuwklokjes, krokussen, forsythia, magnolia, narcissen en tulpen is het voornamelijk groen, groen en nog eens groen. Weliswaar in diverse schakeringen, maar toch…

Dus maakte ik een border overwoekerd door uitgebloeide dovenetels vrij en toog naar het tuincentrum om wat kleurige zomerbloeiers met weinig onderhoud uit te zoeken. En ja, daar straalden mij de petunia’s in helderrood, wit en paars al tegemoet. Ik sloeg een flinke partij in en kocht er nog wat hogere gele Coreopsissen (‘Meisjesogen’) bij voor op de achtergrond.

Samen met een vriendin kreeg ik ze in een zondag achtermiddag allemaal in de grond. Wat een lust voor het oog!

Clandestiene kostgangers

De pret was echter van korte duur. De volgende ochtend waren er al drie petunia’s helemaal weg; en van een paar andere waren de onderste blaadjes aangevreten. Slakken zag ik niet, maar wel veel glinsterende sporen die op hun aanwezigheid duidden.

Google wist mij te vertellen dat slakken alleen ’s nachts uit hun schuilplaatsen komen om zich tegoed te doen aan hun voorkeursplanten. En petunia’s horen daar blijkbaar bij. Dus besloot ik de volgende nacht op jacht te gaan naar mijn clandestiene kostgangers. Bij het licht van mijn mobiele telefoon inspecteerde ik de border. Ik wist niet wat ik zag: tientallen grote en kleine huisjesslakken en dikke roodbruine naaktslakken kropen rondom en op de petunia’s, gaten raspend in de bladeren en de bloesems.

Mijn liefde voor deze glibberige schepseltjes sloeg acuut om in haat.

Dilemma’s over leven en dood

Ik pakte een yoghurtbakje, deed latex handschoenen aan (het slijm is moeilijk van je vingers af te krijgen) en plukte de nachtelijke consumenten van hun feestmaal af, om ze vervolgens in de groencontainer te deponeren. Ik moest wel snel zijn, want ze kropen van alle kanten weer uit het bakje.

Halverwege de operatie flitsten er echter beelden door mijn geest van hoe het verder met die arme beestjes zou aflopen: een langzame dood in de container of vermalen worden in de compostverwerkingsmachines van de gemeente.

‘Nee, dan maar een snelle dood’, dacht it.
Ik bracht een pan met water aan de kook en dumpte daar de volgende batch in die ik had verzameld (zo’n dertig exemplaren), mij troostend met de gedachte dat ook garnalen, krabben en kreeften op die manier aan hun eind komen. Het was wel afdoende, maar ik kon het haast niet aanzien. Ik voelde me een soort Hitler die bezig was ongewenste soorten uit te roeien.

Eenmaal in bed viel in een onrustige slaap.

De volgende ochtend ging ik meteen kijken hoe het was met mijn petunia’s. Gelukkig, de schade viel mee. Er was hier en daar wel wat aan de onderste bladeren geknaagd, maar alle plantjes – met de bloemen – stonden nog overeind.

Toen keek ik in de groencontainer. Oh griezel! Aan de binnenkant van het deksel kleefden talloze overlevenden van mijn eerste vangst van de afgelopen nacht, in een ijdele poging om uit deze gevangenis te ontsnappen. Gauw deed ik het deksel weer dicht. Hoe moest dat nu toch…

De klopjacht

Opnieuw dook ik in Google om te kijken wat voor diervriendelijke oplossingen er zijn tegen slakken. Maar alles wat ik vond was óf heel bewerkelijk, óf omslachtig, óf dieronvriendelijk.

Eén manier om ze te verzamelen leek mij wel de moeite waard om uit te proberen: komkommer. Daar schijnen de beestjes verzot op te zijn, met als gevolg dat ze – hopelijk – weg zouden blijven van de petunia’s.  En op die komkommerstukjes kun je ze gemakkelijker spotten en verzamelen dan onder of in de plantjes.

Weliswaar werd niet aangegeven wat je dan vervolgens met die slijmerds moest doen, behalve ze verdrinken in bier of langzaam (van binnen) laten wegbranden door ze gif korrels te voeren of er zout op te strooien. Daar moest ik mij nog op bezinnen…

Ik kocht een paar komkommers en tegen de schemering legde ik 32 reepjes langs de petunia’s. Daarna ging ik wat werken en lezen in bed. Om half één stond ik op, kleedde mij aan, pakte mijn mobieltje en latex handschoenen en ging kijken. Oh, wonder! Er werd uitbundig geschrokt van deze nieuwe lekkernij – en inderdaad werden de petunia’s met rust gelaten.

Ik verzamelde ruim vijftig slakken (inclusief de jonkies). En leegde de bakjes nu toch maar weer in de groencontainer – waar de collega’s van de vorige nacht nog steeds vastgeplakt zaten –  in afwachting van mijn antwoord op de vraag: ‘Wat ga je er daarna mee doen?’.

De volgende ochtend bleken alle petunia’s ongeschonden te zijn en de meeste komkommerreepjes verorberd tot op de schil.

De Keuze

Inmiddels was de Moeder Theresa in mij opgestaan en had het volgende plan bedacht: ik zou doorgaan met deze nachtelijke komkommeracties (investering: twee komkommers per dag – totaal € 0,98 – en een stukje nachtrust). ’s Morgens zou ik de geoogste slakken die omhoog waren gekropen in de container lostrekken en in een yoghurtbakje doen met gaatjes in het deksel. Vervolgens zou ik – in plaats van mijn gebruikelijke ochtendwandelingetje door de wijk te maken ­– naar het Sonsbeek park rijden (tien minuten met de elektrische fiets) en daar mijn vangst uitzetten op een vochtige plek in het bos achter de hertenkamp. Over hoe dit zich verder zou ontwikkelen in de kringloop van het grotere geheel besloot ik maar niet te speculeren…

Aldus geschiedde. In de afgelopen twee weken heb ik honderden slakken verhuisd en genoten van de vrijlating (het was mooi om te zien hoe ze zich langzaam losmaakten uit de kluwen en hun eigen weg gingen), het wandelen in de natuur, de hertenkamp, de vroege joggers, de groepjes tai-chi-/yoga beoefenaars, de moeders met kindje(s)  en de kraaien – die overigens (volgens Google) nogal van slakken schijnen te houden… 🙄

Mijn petunia’s groeien en bloeien dat het een lieve lust is.

Alleen… Binnenkort ga ik een tijdje op het huis en de poes van een vriend passen en een laatste hoofdstuk toevoegen aan de Engelse vertaling van mijn boek Bloeien in de Bagger. En ik vermoed dat ik ernstig rekening zal moeten houden met de mogelijkheid dat er bij mijn terugkeer geen petunia’s meer in de border zullen staan. Helaas…

Loslaten, uithuilen en opnieuw beginnen

Maar… ik heb mijn les geleerd en weet al wat ik dan ga doen: veelkleurige viooltjes planten. Daar houden (volgens Google) de slakken niet van…

© Yoyo van der Kooi – 1 augustus 2021

Reacties gesloten.