Schuld en verzoening – naweeën van de 2e Wereldoorlog (Chris Elzinga)

In de laatste jaren is veel te doen rond excuses voor leed dat de Joodse gemeenschap in de 2e Wereldoorlog is aangedaan. Waarom zijn die excuses zo belangrijk? En hoe werkt dat door op individueel en collectief niveau?

Pijn onder ogen zien

Laat ik met een persoonlijke ervaring beginnen.
In het pleeggezin waar ik vanaf mijn 15e zeven jaar deel van heb uitgemaakt, maakte mijn pleegmoeder het leven van één haar oudere kinderen onmogelijk. Ze gaf hem voortdurend het gevoel dat hij volstrekt waardeloos en nutteloos was. Omdat niemand in het gezin hem steunde, wendde hij zich al vroeg van de familie af.
Net in die tijd was ik bezig mij aan mijn nieuwe pleegmoeder te hechten. Ze was voor mij een reddingsboei in een tijd waarin mijn bestaansbasis heel onzeker was. Daarom was ik geneigd haar in haar meningen en ideeën te volgen. Zodoende werd ik in de ogen van haar zoon een meeloper, die boog voor de grillen van zijn moeder.

Ik heb jarenlang niet geweten waarom hij zich zo van de familie afzonderde. Er was altijd een sfeer van afstandelijkheid, ik voelde me nooit echt vrij met hem.
Dat veranderde toen hij na de dood van zijn moeder over zijn jeugdervaringen begon te vertellen. Voor het eerst begon ik door te krijgen wat voor leed zij hem had aangedaan in de jaren voor mijn komst. En begon ik te zien wat mijn aandeel hierin was geweest door steeds met haar mee te bewegen. Het was heel pijnlijk om dat allemaal onder ogen te zien. Ik heb hem toen mijn oprechte excuses aangeboden voor mijn rol in dit geheel, ook al wist ik toentertijd niet wat er speelde. Het voelde als bevrijdend, voor ons allebei.

Vergeving en verzoening

In Het boek van Vergeving beschrijven Desmond en zijn dochter Mpho Tutu wat ze geleerd hebben van het werk van de Waarheidscommissie. Deze werd na het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika ingesteld om verzoening tussen mensen en tussen bevolkingsgroepen tot stand te brengen. In de verhalen van mensen in dit boek komt steeds dezelfde boodschap naar voren. Verzoening kan pas plaatsvinden als waarheid gesproken kan worden, als het leed uitgesproken, gehoord en erkend kan worden. Erkenning houdt in: doorvoelen van het aangedane leed, door beide partijen.

Dan kan vergeving plaatsvinden en ontstaat er ruimte om met vrijheid en openheid met elkaar om te gaan. Dat is ook mijn ervaring met de zoon van mijn pleegmoeder. Sinds mijn excuses is de sluier die altijd tussen ons in hing, grotendeels opgelost.

Verhalen van de oorlog

Ik ben 11 jaar na het einde van de 2e Wereldoorlog geboren. Als kind had ik een schuldgevoel ten aanzien van de Joodse medeburgers, dat ‘wij’ in de oorlog niet beter voor ze gezorgd hadden. Heel lang heb ik niet geweten waar dat gevoel van schuld vandaan kwam.

In de lagereschooltijd was de oorlog niet ver weg. Zo las ik op school boeken over de oorlog en wist ik dat de bovenmeester Duitse concentratiekampen had overleefd. Als hij daar in zeldzame momenten over sprak, was de dreiging die hij had meegemaakt voelbaar. Ik vond het heel aangrijpend, dat mensen zomaar opgepakt en doodgeschoten konden worden. Vooral het lot van Joodse mensen vond ik verschrikkelijk, hoewel ik toen nog niets over concentratiekampen wist.

Mijn moeder, die het bombardement van Rotterdam aan den lijve had meegemaakt, sprak daar ook nauwelijks over.(1) Wel nam ze me als peuter regelmatig mee naar het centrum van Rotterdam om te winkelen. We liepen langs plekken waar in 1940 huizen waren weggebombardeerd. Ik begreep niet goed waarom het daar zo leeg was. Ook herinner ik me nog goed de Sint Laurenkerk, met zijn zwartgeblakerde toren en het schip dat in de steigers stond waar struiken doorheen groeiden. Het was een vreemde stille plek in die drukke stad. Als ik er nu woorden aan zou moeten geven, heb ik toen iets gevoeld alsof het leven daar stil was komen te staan.

Trauma in het collectieve bewustzijn

In 1965 kregen we kregen we naar aanleiding van 20 jaar bevrijding vanuit school een fotoboek over de oorlog. Afbeeldingen van het bombardement van Rotterdam, het puin dat achterbleef, later een lege binnenstad. Ik begreep nu waar die kale plekken in stad vandaan kwamen. Ik zag ook foto’s van uitgeteerde kinderen in de hongerwinter. De meeste foto’s waren eigenlijk te verschrikkelijk om te zien. Om ze te kunnen bekijken omhulde ik me met het zware veloursgordijn van de achterkamer. Het holletje dat zo ontstond gaf me in dit alles een hoognodig gevoel van geborgenheid.

Heb ik op die manier iets opgepikt van het collectieve veld van bewustzijn, iets gevoeld van niet ingeloste schuld ten aanzien van Joodse gemeenschap? Pas in de afgelopen decennia blijkt hoe weinig bescherming Joodse Nederlanders in die tijd tegen het nazigeweld hebben gekregen. Hoe slecht de overlevenden na de oorlog zijn opgevangen. Hoeveel trauma er nog leeft onder overlevenden en hun nageslacht. En pas recent wordt duidelijk hoezeer niet erkend lijden doorwerkt, zowel op collectief als op individueel niveau, in het leven van mensen.

Excuses namens wie?

Wie binnen het collectieve Nederlandse veld voor dit leed verantwoordelijk is geweest, is een lastige vraag. Op 26 januari 2020, 75 jaar na de bevrijding, was de tijd blijkbaar rijp voor premier Rutte om namens de regering schuld te bekennen en excuses aan te bieden aan de Joodse gemeenschap.(2) Hij deed dat dus namens de overheid, de Nederlandse Staat, maar eigenlijk reikt dit gebaar verder.

In feite doet deze erkenning een beroep op alle Nederlanders. In de collectiviteit die wij samen vormen is sprake van schuld en onschuld, van daderschap en slachtofferschap, van collaboratie en verzet. Het is allemaal in ons gezamenlijk bewustzijn aanwezig. Waar het naar mijn idee om gaat is, dat we binnen die collectiviteit oog krijgen voor de doorwerking van oorlogstrauma’s in de verschillende generaties. Dat maakt de weg vrij om daar individueel en collectief mee in het reine te komen.

Van collectief naar individu

In 2014 heb ik deelgenomen aan een 5-daagse retraite in het voormalige concentratiekamp Auschwitz-Birkenau, in Polen, vlakbij Krakau en Katowice. Vanwege dat schuldgevoel, dat ik vanuit mijn eigen geschiedenis niet kon plaatsen. Misschien zou ik daar op die plek helderheid over krijgen.
In de 70-er jaren was ik al eens met een groep studiegenoten in basiskamp Auschwitz I geweest. Ik was er letterlijk misselijk van, de confrontatie was te heftig voor me. Dit keer was ik er opnieuw, met 40 groepsgenoten die allemaal een spirituele oriëntatie hebben.

Op de eerste dag liepen we in Auschwitz I langs enorme vitrines met schoenen, met afgeknipt haar, brillen, koffers, plekken waar gevangen gemarteld en gefusilleerd werden. De ene plek was nog schokkender dan de andere. Te midden van dit alles troffen we in één van de barakken in een lange gang foto’s van gevangenen aan die net in het kamp gearriveerd waren. Ineens werden mensen zichtbaar met hun gezichten en namen. Nog zie ik de niet begrijpende uitdrukking op hun gezichten en de onschuld die daaruit sprak voor me. Zo zou ook van mij een foto gemaakt kunnen zijn als ik in die tijd had geleefd.

Getuige zijn

Later bezochten we in het immense vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau tochtige paardenstallen waar mensen in opgesloten werden, de latrines, de gaskamers… Daar, tussen de ruïnes van het kamp, hebben we gemediteerd, gezongen, gebeden, gehuild, elkaar getroost en namen uitgesproken van mensen die in de oorlog waren omgekomen.(3)

Door de dagen heen ervoer ik juist in de confrontatie met het lijden de kostbaarheid van het leven en van de onschuld van alle mensen die hier waren omgekomen. Dat en de troostrijke steun van mijn groepsgenoten, maakten het mogelijk om me diep in mijn ziel te laten raken door al die mensen die op deze plek geleden hebben.

Een Joodse kennis, aan wie ik ooit vroeg hoe hij met de holocaust kan leven, verwoordde dat een tijd geleden zo: “Door getuige te zijn.” Dat was wat in Auschwitz-Birkenau met mij gebeurde. In het getuige bleek mijn schuldgevoel zich op te lossen, onvoorzien, onbedoeld, als kleine bijdrage aan heling van het collectieve veld.

© Chris Elzinga, 1 mei 2021

Noten

De eerste twee foto’s zijn afkomstig van Pixabay: de eerste is van Falco; de tweede van Eveline de Bruin, gemaakt in Westerbork. De laatste foto heb ik in 2014 zelf in Auschwitz gemaakt.

(1) In een eerdere column, Ontmoeting met essentie, vertelt mijn moeder iets over haar ervaringen met het bombardement van Rotterdam.

(2) Citaat uit Trouw, 26 januari 2020: “Te veel Nederlandse functionarissen voerden uit wat de bezetter van hen vroeg”, zei Rutte. “De bittere consequenties van registratie en deportatie werden niet tijdig en niet voldoende onderkend. Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen.”
Op 8 november 2020 maakte de scriba van de Protestantse Kerk Nederland een soortgelijk gebaar, waarmee hij namens de PKN erkende dat “de kerk mede de voedingsbodem heeft bereid waarin het zaad van antisemitisme en haat kon groeien. (…) Ook in de oorlogsjaren zelf heeft het de kerkelijke instanties veelal aan moed ontbroken om voor de Joodse inwoners van ons land positie te kiezen. Dit ondanks de daden van ongelofelijke persoonlijke moed die, God-zij-dank, ook door leden van de kerken werden verricht. Met dankbaarheid gedenken wij hen die de moed hadden om tijdens de oorlog in verzet te komen.

(3) We volgden hiermee het voorbeeld van de Zen Peace Makers, die eens per jaar in Auschwitz-Birkenau bij elkaar komen waar ze diverse rituele uitvoeren, waaronder het noemen van mensen die in Auschwitz zijn omgekomen.
Ik heb twee blogartikelen geschreven over mijn ervaringen in het kamp: Aangeraakt door leed en liefde – retraite in Auschwitz (1) en Ontmoeting met het mysterie – retraite in Auschwitz (2). Een later blogartikel is ontstaan naar aanleiding van een fietstocht door het oosten van Duitsland: Wonden in het landschap.

, , ,

Reacties gesloten.