Scherp worden (Lenie van Schie)

Tot voor heel kort schreef ik omdat ik een boodschap over wil brengen, een bijdrage wil leveren aan de wereld, aan het denken en voelen en handelen van de ander en ja ook aan dat van mijzelf. Sinds ik op de schrijversvakschool leer over schrijven, komt er een nieuw soort schrijven bij: schrijven dat me dichter brengt bij mij. Is dat dan nog interessant voor anderen?

Dichterbij

Waarom schrijf je? Die vraag stelde ik al in mijn vorige column over schrijven – waar ik overigens mooie reacties op kreeg, niet onderaan mijn bijdrage – zodat iedereen die het las dat kon zien –maar via de telefoon of in gesprek met mijn zus bijvoorbeeld. Want zoals Geert in zijn column schreef: de behoefte aan reacties, aan volgers, aan rode hartjes of duimpjes – hoe groot kan die zijn? 

Tegelijkertijd realiseer ik me, dat veel meer mensen lezen wat ik schrijf, dan ik ooit zal en kan vermoeden! Want meestal reageer ook ik niet in een berichtje aan de schrijver, op iets dat ik lees en wat mij raakt.

Maar dat terzijde. 

Of ik gelezen wordt of niet: schrijven brengt me dichterbij, dieper in mezelf. Dat schreef ik ook al eerder. Kennelijk wil ik dat herhalen, hier opnieuw neerschrijven, omdat het me raakt. En in het herschrijven ervaar ik die geraaktheid dieper, voel ik de betekenis intenser, ben ik dichterbij mijzelf. Ik lees het in het gedicht dat Geert publiceerde, de intimiteit met jezelf.

Aanscherpen

De schrijflessen zijn weer begonnen en een van de eerste vragen in de eerste les is: Hoe scherp je je blik aan? Antwoord: Door te kijken en stil te staan bij wat je ziet, je te verbazen of te verwonderen en dat kan al met het meest alledaagse zoals de verkeersborden langs de snelweg.

Een rond bord, rode rand, witte binnenkant met meestal een teken erin. Langs de snelweg staan er cijfers in die de maximumsnelheid aangeven. De borden in het buitenland hebben vaak een andere rode rand, smaller of breder, en ze gebruiken een ander lettertype. 

Telkens als ik de grens met Duitsland over ga, vooral als ik ‘mijn’ land weer binnenrijd kan ik dat vreemde thuisgevoel krijgen als ik die borden zie, onze borden. Een thuisgevoel waarin ik soms een zekere saaiheid bespeur, maar dat me op andere momenten als comfortabel voorkomt. 

Wat verkeersborden al niet teweeg kunnen brengen.

Het duurt maar even, hooguit een kilometer en dan ben ik al weer gewend, vallen de borden terug in de vergetelheid. Maar de ochtend na de schrijfles, op weg naar Groningen, zie ik ineens die borden weer, rond met een rode rand en daarbinnen het getal 100, met die cijfers eronder: van 19.00 – 6.00. In de avond en tot 6.00 in de ochtend mag je wel harder dan 100 alsof je dan geen co2 uitstoot. 

Aanscherpen brengt je uit de gewenning, uit de vanzelfsprekendheid, maakt je wakkerder. 

Het hert

Er is ook een driehoekig bord, punt omhoog. Ik kan me niet herinneren wat dat bord ook al weer betekende, die vorm althans, maar hier staat een afbeelding van een hert op de vlucht. 

 

Ongelukken met herten gebeuren doordat de automobilist schrikt als er een hert de weg oprent; hij remt af – het kan ook een zij zijn, ik zou zeker ook direct afremmen – wijkt uit, rijdt tegen de vangrail of een boom, auto’s botsen van achteren op hem (of haar).

Er is geen automobilist die vanwege dat bord, zachter gaat rijden. Zou dat ook maar zo zijn met de oorlog, met de strijd, mijmer ik, als dat bord al weer enkele kilometers achter me ligt: dat we ons eenvoudig niets aantrekken van de oorlog, zoals Loesje ooit mijmerde: ‘Stel er oorlog is en niemand gaat er naar toe…’

Dit verhaal over de verkeersborden breng mee niet perse dichter bij mezelf, maar ik voel me opmerkzamer, wakkerder, ik neem niet langer zomaar aan dat die borden daar staan; ik verbaas me of verwonder me. 

© Lenie van Schie, 22 september 2021

En dan zoek ik naar een foto voor deze column en kom ik een tekst tegen over dit bord op de website het Meldpunt dat ik jullie niet wil onthouden. Aan het woord is Gijs van Aardenne, de voorzitter van Stichting Wildaanrijdingen Nederland:

“Het plaatje op het bord is van een Amerikaans Witstaarthert. Dat hert kennen we hier niet. Het bord waarschuwt voor overstekend wild. Dat kan van alles zijn.” […] Volgens Van Aardenne hebben de hertenborden op de snelweg weinig nut. “Meestal zijn daar al afrasteringen of ecoducten aangelegd die het wild van de weg houden. En het is onveilig om op de snelweg je snelheid te minderen, dus je kunt niets doen met de informatie op het bord. Waarschijnlijk zijn de borden vooral bedoeld om de aansprakelijkheid af te wenden van Rijkswaterstaat. Zij zijn verantwoordelijk voor de weg, dus ook voor de ongelukken die er op de weg gebeuren. Door de borden kunnen ze zeggen: ‘We hebben toch gewaarschuwd?’”.

De pest met die borden is dan ook de hoeveelheid. Je rijdt er honderd keer langs en er gebeurt honderd keer niks. Dan neemt de kracht van de waarschuwing af.

 

Reacties gesloten.