Pijl van de tijd (Gerome)

In mijn vorige column schreef ik over de onbeweeglijkheid van de tijd volgens Parmenides. In deze column doe ik een ‘tijds-’verkenning met Ilya Romanovitsj Prigogine. Hij is een in Rusland geboren Belgisch fysisch chemicus en wetenschapsfilosoof die in 1977 de Nobelprijs Scheikunde ontving voor zijn bijdrage tot de thermodynamica.

Alles is of alles wordt

Het boeiende is dat Prigogine (Moskou, 25 januari 1917 – Brussel, 28 mei 2003) het met Paramides niet eens is. Volgens hem is er in de westerse filosofie over de tijd een voortgaande discussie, die zo’n 2500 jaar geleden is gestart en nog steeds niet ten einde is, tussen Parmenides’ wereld van het ‘zijn’ en Herakleitos’ (ca. 540 v.Chr.—480 v.Chr.) wereld van het ‘worden’. In zijn leer verzet Herakleitos zich tegen de visie van Parmenides die het zijn ziet als één en onveranderlijk. Voor Herakleitos is er geen zijn maar worden. Zijn beroemdste zin is ‘Panta rei’: alles stroomt, alles is in beweging. De discussie draait om de vraag of er vaste en universele natuurwetten zijn of dat de natuur een wordingsproces zonder wetmatigheden is.

Geen van beide uitgangspunten zijn volgens Prigogine waar. Het hangt er vanaf wat je onder universele wetten verstaat. Je kunt ze net als Parmenides zien als symmetrisch met betrekking tot het verleden en de toekomst. Maar je kunt er ook iets anders onder verstaan, als je een wet ziet als tijdsgericht en mogelijkheden aanreikend. Dan zit je bij Herakleitos.

In de natuur gaat het volgens Ilya Prigogine om non-lineaire onomkeerbare processen en niet om enkel eenvoudige, lineaire omkeerbare processen. ‘Tijd en bestaan zijn met elkaar verbonden omdat bestaan een vorm van participeren is’.

Onomkeerbare processen

De fundamentele wetenschap heeft zich altijd beperkt tot verschijnselen die omkeerbaar zijn in de tijd. Maar nu zien we volgens Prigogine de rol van onomkeerbare processen op alle niveaus en de meerderheid van die processen is onomkeerbaar. Het klassieke voorbeeld van een onomkeerbaar proces komt uit de huis-, tuin- en keukenfysica: het kopje koffie en de melk. Wanneer we een scheutje melk in onze koffie gieten en vervolgens roeren, krijgen we een mooi homogeen mengsel. Wanneer we nu in de omgekeerde richting roeren verandert er niets. De koffie en de melk ‘ontmengen’ zich niet. Dit onomkeerbaar proces wordt door de traditionele fysica buiten beschouwing gelaten en dat vindt Prigogine verdacht. Want waarom kan deze fysica geen antwoord verzinnen op het mysterie van het koffiekopje? Omdat ze de tijd niet als een onomkeerbaar proces wil zien. Prigogine: ‘Er is een verschil tussen het verleden en de toekomst. De pijl van de tijd bestaat echt. En dat zien we bijvoorbeeld bij eenvoudige processen als warmtegeleiding, maar ook in de scheikunde, de biologie en de menswetenschappen.’

De onomkeerbaarheid van tijd, is de ‘toestandsfunctie’ die aan de basis ligt van de thermodynamica: het principe dat in natuurlijke processen de entropie – entropie is een maat van wanorde, of de afname van bruikbare energie – toeneemt tot een maximum. Alles neigt naar een toestand van ‘maximale wanorde’. Waarna met verloop van de tijd alle fysische systemen weer uit elkaar vallen.

Acceptatie van openheid en onzekerheid

Prigogine toont in zijn bevindingen echter aan dat onevenwichtige open systemen zich spontaan organiseren. Volgens hem is de tijd van de zekerheden definitief voorbij. Hij ziet onzekerheid als een bron van rijkdom. Daarmee demonstreert hij een rotsvast geloof in de kracht van de mens, die deze openheid en onzekerheid zou kunnen accepteren. ‘Als optimisten moeten we gezien onze lineair georiënteerde standaardtijd-manipulaties dus stellen dat we de ethische – en ecologische – waarde van het tijdbegrip moeten proberen te accepteren. Het universum breidt steeds verder uit en het leven evolueert. De tijd is dus geen menselijke projectie. En dat beginnen we nu steeds beter in te zien.’ Deze diepgaande mutatie is onlosmakelijk verbonden met de berekeningskracht van de computer, die inmiddels systemen kan verkennen waarin de interacties in belangrijke mate niet-lineair zijn.

Prigogine was als optimist desalniettemin de eerste om te bevestigen dat de geschiedenis aan ‘rigoureuze vereisten’ onderworpen is. ‘Maar beperkingen elimineren de creativiteit niet, ze zijn er juist uitdagingen voor.’

Voor Prigogine gaat het om de pertinentie van de dialoog tussen fysica en natuur. Zo schrijft Prigogine dat wetenschap een ‘poëtisch’ luisteren naar de natuur is, waarbij ‘de poëet’ net zoals in het oude Griekenland wordt beschouwd als een ambachtsman, actief in plaats van contemplatief. We moeten ons dus meer bewust zijn van de tijd in haar natuurlijke vorm en ritmiek van zon en maan en daarbij het subjectivisme, ook filosofisch, op dit punt laten voor wat het is.

© Gerome, 1 december 2017

Bronnen:
Jan Bor en Marnix Verplancke, De pijl van de tijd bestaat echt
Isabelle Stengers, Prigogine: een dialoog met de natuur
René P.B.A. Meijer & Harry P.B.M. Nijhof, Van Vyāsadeva tot Prigogine: Wat is Tijd?, Enschede, 2010

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!