Overleven vanuit pesten (Anja Tekelenburg – gastschrijver)

In mijn vorige column vertelde ik iets over pesten. Hieronder zoom ik verder in op wat uit dat pesten is ontstaan.

Het pesten en de zware belasting thuis hebben ervoor gezorgd dat er gedurende mijn tienertijd weinig innerlijke bedding aan de basis was. Dit resulteerde in een niet onderkende depressie en suïcidale neigingen, waar ik pas na mijn veertigste levensjaar bewust mee bezig ben gegaan.

Vanuit depressie heb ik ooit, jong als ik was, met mezelf afgesproken dat ik niet meer mocht eten dan mijn moeder. Ik dacht dat ze dan niet zou sterven. Mijn moeder wilde op dat moment niet meer leven en ik was haar enige vertrouweling hierin. Deze afspraak met mijzelf leidde tot twee periodes met anorexia.

Keuze voor leven

De eerste periode heb ik zelf weten te overwinnen. De tweede keer, rond mijn 21e levensjaar, verliep dramatischer. Ik vond zelf niet dat ik anorexia had. Ik at goed en veel, alleen niet de juiste dingen om op een gezond gewicht te blijven. Dit ging lang goed, tot het moment dat ik in een glijdende schaal terecht kwam en er geen houden meer aan was. Op het moment dat ik onder de 40 kilo kwam, greep de huisarts dan toch in.

De keus met 37 kilo was: sterven of opname en leven. Ik koos voor het laatste. De eerste dag van de opname was bizar maar ik verinnerlijkte mijn keus nog sterker: Ik wil leven.

Met die keus begon ik direct weer met evenwichtig eten. Ik ging brood met kaas eten, voelde weer honger en dorst. Alleen geen enkele psychiater en verpleegkundige vertrouwde mij hierin en zij spraken mij hierop aan: “Wat doe je met dat eten, ik geloof niet dat je wilt eten” en meer van dat soort reacties. Dat deed iets met mij. Opnieuw werd ik niet gehoord en gezien in wie ik was en wat ik zelf wilde of nodig had.

Gedurende het ‘bedprogramma’, was ik onderhevig aan een streng regime. En ik moest op gezette tijden in een huiskamer die blauw stond van de rook verblijven. Iets waar ik niet tegen kon, waar ik huiduitslag en benauwdheid van kreeg, onrustig van werd. Ik kreeg het verwijt dat ik me aanstelde, niet aan wilde komen en zo meer. Opnieuw een knauw en teleurstelling in mensen. Maar ik bleef bij mijn keus: Leven!

Op een bepaald moment lagen we met vijf vrouwen op een zaal. Ik was anders dan de andere anorexia vrouwen en werd ook hier ernstig gepest. De verpleging greep echter niet in, wat het voor mij nog onveiliger maakte.

Het heft in eigen handen

Vanuit de GGZ heb ik het heft in eigen hand genomen. Ik heb steeds het geluk gehad dat ik op het juiste moment de juiste mensen tegen ben gekomen die mij net iets verder konden helpen.  Het heeft mij ook zeer geholpen om vanuit de bewuste keus voor het leven stappen te blijven zetten voorbij mijn eigen angst. Eén van de lessen die ik hieruit heb geleerd is: luister goed naar ideeën en adviezen van een ander, maar neem zelf het besluit.

De littekens van het gepeste kind blijven. Dat wil niet zeggen dat ik niet kan genieten, integendeel. Misschien waardeer ik het goede des te meer. Ik heb geleerd dat het grote en kleine geluk zit in de schoonheid en kwetsbaarheid van een ontmoeting met een ander mens, een dier, een plant, een steen.

Deze ervaringsdeskundigheid neem ik mee in mijn coaching. Daar komen vragen aan de orde als: Wat is jouw pijn? Wat maakt je blij? Welke zegeningen en geluksmomenten kun je zien, of gaan zien? Kun je met compassie naar jezelf en de ander kijken?

© Anja Tekelenburg, 1 juni 2019

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

, , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie