Op reis (Lenie van Schie)

Over een reis langs oude tempels in Denemarken op zoek naar innerlijke wijsheid en hoe negen vrouwen een hele week lang afhankelijkheid en autonomie ervaren en eraan groeien.

Onderweg

Er is een vrachtwagen gekanteld op de E1, de 6-baansweg die loopt van Bremen naar Hamburg. Hij was geladen met steenslag, 3 ton als ik het goed heb onthouden.
Dat er iets mis was, werd duidelijk doordat we met zijn allen, drie banen dik, min of meer stilstonden. En dat duurde, dus er was echt iets mis.
Dat het iets groots was werd duidelijk toen er, na zo’n anderhalf uur wachten en soms even optrekken, grote, geel met rood gekleurde vrachtwagens – ze leken meer nog op een soort van pantservoertuigen – met kleine kraanwagens in hun laadbak, zich tussen de rijen stilstaande auto’s wurmden.

Ha, dus echt een ongeluk. Dan weet ik in ieder geval waarom ik in de file sta.

Na nog zo’n uur wachten kwam het einde in zicht, althans dat dacht ik. Ik kon zien waar we van de weg af moesten. En wat toen ook duidelijk werd, was dat de hele weg vanaf die afslag was afgesloten. Het ongeluk veroorzaakte dus ook een omleiding. Vier banen breed – er was een invoegstrook op de plek waar we er af moesten die ook vol reed – moesten in één baan de afslag op en over een 2-baans provinciale weg, de U39, naar Hamburg.

Reisverhalen

Ik las het in een boekje over het schrijven van reisverhalen: Je moet het nooit hebben over drukte op de weg of wachten op Schiphol, daar zit geen lezer op te wachten. Maar ik kan het niet laten; ik had drie uur mijn geduld bewaard, nu was het op. Ik calculeerde dat het nog een uur zou duren voordat ik uit de file zou zijn om in een andere, in slow-motion voortbewegende rij auto’s terecht te komen. En ik moest vreselijk plassen.

Redding

Uit de file gekomen, eerst maar parkeren op een stukje gras naast de oprit van die afgesloten driebaansweg, dat leeg naar mij lokte, plassen in een emmertje en dat discreet – nou ja wat heet – in een bosje deponeren.
En toen kwam daar de redding in de gestalte van een Duitse jongeman die met jonge vrouw en dochtertje in hun auto zat te wachten. De jongeman, duidelijk echtgenoot en vader, in bermuda korte broek en dito hemd, sigaret in de hand en vriendelijke ogen achter dikke brillenglazen, vertelt het me in het Duits:
‘De weg gaat over een paar minuten open’…
‘Dan kunnen we erover heen?’
‘Ja…’

Een diepe zucht van verlichting. Van hem hoor ik de aard van het ongeluk en dat de weg al sinds acht uur in de ochtend is gesloten. Ik wacht en luister.
De jongeman blijkt spraakzaam. Hij is van Oldenburg op weg naar zijn schoonouders in Scheswig Hollstein om hun dochtertje weg te brengen. Ze gaat daar twee weken blijven.
‘Lang!’, zeg ik.
Nee hoor schudt moeder. ‘Nee hoor’, zegt hij, ‘Dat deden we al toen ze nog maar drie maanden was. En wij vliegen maandag naar Majorca’.
‘Oke’, zeg ik.
‘Er zijn daar veel Hollanders, mijn favoriete restaurant is Hollands Land. We gaan daar spareribs eten, ‘herrlich’. Zijn jonge vrouw, overslank, beaamt het.

Ik denk aan mijn eigen reis, net begonnen, die eerder een pelgrimstocht is dan een vakantie en die me al direct confronteert met lastige situaties. En als ik vertel dat ik naar Flensburg ga, zegt hij: ‘Dat is heel eenvoudig, allemaal rechtdoor, alleen zijn er ten noorden van Hamburg wel veel ‘Baustelln’, er wordt veel gewerkt aan de weg, en dat kan opnieuw ‘Stau’ veroorzaken.

Na twee uur wachten is de weg open. De vrachtauto’s hebben het werk geklaard.

Ondertussen is het nieuwe bericht dat de vijf minuten er vijfenveertig worden en uiteindelijk wacht ik twee uur, maar dan kan ik ook doorrijden. En het lijkt wel één lange ‘Baustelle’, die weg van Hamburg naar Flensburg, en er is ook een lange ‘Stau’, maar die staat aan de andere kant. Kennelijk ben ik genoeg op de proef gesteld voor nu.

Sonderhav Denemarken

Het is drie dagen later en ik zit in de zon op een terras van een hotel-restaurant in Sonderhav in het zuiden. Ik wacht op de groep van acht vrouwen die uit Nederland vandaag aankomt en die ik hier ga begeleiden. Met negen vrouwen maken we een pelgrimstocht door het land. In de afgelopen dagen heb ik rondgereisd door het land, plekken bezocht die we mogelijk aandoen. Het weer was prachtig en mijn kleine camper stond vlak aan het strand. De vroege zonsopgang boven zee heb ik meermalen begroet vanuit mijn bed.

Stil is het, zo stil op de vroege ochtend

Met de groep gaan we oude krachtplaatsen bezoeken, plekken waar initiatietempels en graven uit de nieuwe steentijd en bronstijd liggen. Vaak half verscholen onder het zand, mos en gras, vaak vergeten maar ook door velen weer in kaart gebracht en soms in ere hersteld. We beginnen hier, in Sonderhav en overmorgen reizen we een stuk verder Jutland in, en kamperen we aan het Mariagerfjord.

Urd en Vala

Om me op deze reis voor te bereiden, heb ik me ingelezen in de Scandinavische spirituele cultuur. Kenmerkend zijn de drie werelden, de bovenwereld, Asgard, de wereld van de Goden, de middenwereld waar wij mensen verblijven en de onderwereld, de wereld onder de aarde. De wereldboom de Ygddrassil verbindt deze werelden. In haar kruin woont de havik, tussen haar wortels de slang, symbool van instinctuele wijsheid en transformatie. In de onderwereld wonen ook de drie nornen, de schikgodinnen die het lot van de mensen bepalen, Urd, Verdandi en Skuld. Urd is de oudste, ze is de bron waaruit alles voortkomt en zij is ook het lot of je bestemming. Ze vertegenwoordigt de geschiedenis. Verdandi is het heden, de groei en ontwikkeling en Skuld is de jongste; ze is de toekomst en de dood en ze is noodzakelijkheid.

En dan is er Vala. Vala is de stafdraagster, de wijze vrouw. Ze Is. Verbonden met het land reist ze rond, spreekt ze recht en heelt en orakelt. Ze verbindt de draden die door het land lopen. Met haar voeten in de onderwereld reikt ze met haar hoofd in de hemel. Ze zit op een grafheuvel en kijkt uit over het land, of op een troon waar de mensen haar vinden en hen om raad vragen. Het is het thema van deze reis, deze week waarin we samen rondtrekken: het ontdekken en ervaren van onze eigen wijsheid.

Ontmoeten

We vinden elkaar op een primitieve kampeerplaats in Sonderhav. Tenten en kratten met kookgerei worden naar de tentplek gesjouwd. De meegebrachte soep opgewarmd, het eerste rondje maken we halverwege de avond.
De volgende ochtend gaan we in regenkleding op pad. Een stukje langs de weg die langs het water loopt en dan bij een parkeerplaats het bos in, gewapend met een foto van de kleine bordjes die hier en daar bij de paden staan en die ook de plaatsen aangeven.
We vinden ze, de grafheuvels en in de aarde verborgen tempels. We wandelen er rond, soms in stilte, soms pratend en elkaar wijzend. De staande stenen, nog deels intact, die een ronde heuvel omringen; een plek is in het midden ingezakt. We stemmen af op de energie, zitten er stil te peinzen en ervaren wat zich hier aan ons aandient. De regen deert ons niet, het bos is prachtig groen gebladerd. Er zijn plekken waar we direct verbinding voelen en waar die gevoelens van eenieder met elkaar overeen komen.

De plek voelt zacht, jong, vriendelijk

Er zijn plekken waar we chaos ervaren en pijn. Eén plek helen we. We stemmen ons af en staan in een ovaal rondom de omgevallen stenen, grote gaten van ontwortelde bomen, en grote hopen aarde. Bovenin de heuvel zitten twee met stenen bekleedde ingangen. Ze liggen vol met zand. Ik zie en voel de verbindingen die waren verbroken, geheeld worden, ik voel de krachten van de plek toenemen. Een bijzondere ervaring. We worden er blij van en dat is fijn. Want op andere momenten worden we geconfronteerd met onszelf.

Twijfel

Het was er al tijdens het eerste rondje dat we hielden nadat de tenten waren opgezet, en ik het thema introduceer. Direct al blijkt hoe we allemaal dat gevoel kennen dat we ons niet wijs mogen noemen; dan zijn we arrogant! Onze innerlijke criticus staat direct klaar om ons te kleineren. ‘Denk maar niet dat je iets betekent.’ Hoe moeilijk is het toch om de waarheid die hier aanwezig is, te omarmen en te belichamen.
En het komt terug als we spreken over onze ervaringen bij de krachtplekken. Want hoe weet je of dat wat je voelt op een krachtplaats waar is? Hoe verifieer je?
Hier wordt je intuïtie aangesproken, je innerlijk weten. En dat is niet zweverig, al wil ons verstand ons dat laten weten; je wijsheid neemt toe als je durft vertrouwen op dat wat zich aandient in je innerlijk, in je directe ervaring. Zo wordt dat een bron van informatie.
We reizen verder naar het noorden, kamperen aan de Mariagerfjord en bezoeken een prachtige neolithische plek in Drusland, in het noord-oosten van Jutland.

Poskaer Stenhus

Ze is gerestaureerd, dat wel en als ik er de eerste keer ben, voel ik hoe teruggetrokken deze plek nog is. Maar wonderlijk genoeg groeit ze als we er opnieuw heengaan en deze mooie plek onze aandacht geven.
Een groot aantal stenen staan rechtop in een cirkel op een lage heuvel. Aan één zijde van de cirkel is een opening en vormen enkele staande stenen de toegang tot een centrale plek: vijf stenen in een kleinere cirkel zijn bedekt met een grote deksteen. Zo is een kleine tempel ontstaan, mogelijk ooit bedekt met aarde.

Poskaer Stenhus

Om de beurt gaan we naar binnen, de ruimte in het midden in. Laten we die stille, haast wel ommuurde ruimte op ons inwerken. Ik voel hier de aanwezigheid van Aarde; aarde als wezen, als organische realiteit, een levend organisme. Ik ervaar diepte en vastberadenheid. Ze laat niet gaan, niet, nooit. We zingen, trommelen, ratelen en vooral stemmen we af. We brengen deze plek respect en vragen om inzicht en wijsheid.

Het pad

Verder reizen we, we bezoeken het dubbele ‘passage grave’ in Hannerup: ‘Snibhoj Jaettestue’ en de heuvel met de vele graven in Lindholm.
Om ons te gidsen langs dit pad trekken we kaarten. Een kaart uit de moedertarot en een uit de dierenwereld. We trekken een kaart uit de diepte van aarde, een halfedelsteen en ook krijgen we feedback van een boom. Al deze kaarten zijn als spiegels waarin we kunnen zien. Zien brengt inzicht, inzicht lost innerlijke afgescheidenheid op en leidt naar meer wijsheid.
We krijgen meer antwoorden op die cruciale vraag: ‘Waartoe zijn wij op Aarde?’. We omarmen Urd, de vrouwe van het lot en onze bestemming en onderzoeken de belemmeringen die volledige overgave tegenhouden.

We krijgen meer antwoord op die vraag: ‘Waartoe zijn wij op Aarde?’

Afscheid

Het wordt een prachtig afscheid. We zijn gegroeid, zijn vastberadener én zachter geworden. We zijn inniger verbonden met ons pad, beter afgestemd op dat wat zich van binnenuit aandient, kunnen beter luisteren naar die innerlijke stem die ons de weg wijst. Ik zie het bij de anderen, ik ervaar het in mezelf.

Het pad gaat verder, een proces houdt nooit op. Confrontaties en uitdagingen blijven komen, dat is eigen aan het leven zelf, maar we zijn beter in staat om daar een effectief antwoord op te hebben, een antwoord dat meer vanuit het hart en de liefde, meer vanuit wijsheid voortkomt en minder door angst wordt geregeerd.
We zijn moediger geworden in ons krijgerschap.

Aarde heeft ons ontmoet en wij hebben aarde in haar diepte mogen ervaren. Ze laat niet los, nooit. En als we ons focussen als Havik en ons de kwaliteiten van Slang eigen maken, dan worden we héél en leven op aarde kan erkend en bemind worden in haar volheid.

© Lenie van Schie 1 augustus 2017

Bron: Linda Wormhoudt, Seidr, het Noordse Pad, werken met magische en sjamanistische sporen in NoordWest-Europa.

Meer over deze reis vind je op mijn website.

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

, , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie