Ontmoeting met Essentie (Chris Elzinga)

De laatste tijd bevraag ik mijn hoogbejaarde moeder over haar jeugdervaringen. Als ze vertelt, merk ik dat ik helemaal in haar huid kruip, om te voelen wat zij ervaren heeft. Waarom doe ik dat eigenlijk? Gaat het over verzoening of is er meer aan de hand?

Mijn moeder van bijna 95

De laatste tijd kom ik vaker bij mijn moeder op bezoek. Deze maand wordt ze 95. Haar ouder worden gaat gepaard met toenemend lichamelijk ongemak, meer pijn vooral en paniek als de pijn in de nacht te erg wordt. Haar geest is nog helder, gelukkig. Ze kan me bellen als ze het ’s nachts niet meer kan harden.

Ze woont nog zelfstandig, op 2 uur reizen van waar ik woon. In het afgelopen weekend ben ik bij haar geweest. In deze corona-tijd is het voor haar des te belangrijker dat ze bezoek krijgt. Bij binnenkomst omhels ik haar met liefde – ik voel hoe ze dat in zich opzuigt, hoe groot haar behoefte aan dit soort van contact is.

Van haat naar verzoening

Wat een verschil met voorheen. Wat heb ik haar gehaat toen ik jong was. Om haar depressie, de moerasachtige sfeer in huis, de apathie in het gezin, het gemis aan leven, aan liefde, aan aandacht.
Ik was een levendig kind, maar moest me stilhouden. Dat mondde uit in pesten van mijn broer en zus. Om de levendigheid weer in het gezin terug te krijgen. Gelukkig waren zij ouder dan ik. Daardoor bleef de schade beperkt.
Ik kon ook mijn moeder tot razernij brengen. Ik zie me nog als 7-jarige met haar in de keuken staan. Zij is razend op me. Ze doet haar schoen met naaldhak uit om me mores te leren. Ik daag haar met een dikke grijs uit, want ik weet dat ze zo helemaal niet kan lopen, laat staan rennen. Ik ren de keuken uit, de tuin in. En pak een steen die ik naar het huis gooi. De barst die dat in de ruit van de achterkamer veroorzaakte, heeft er jaren gezeten.

Toen ik dit pakketje uit mijn jeugd zo’n 15 jaar geleden uitpakte, kwam ik de volle pijn van dat moment weer tegen. Wat een verkilling, wat een onmacht.

Het liep zo mis tussen ons dat ik haar tussen mijn 15e en 26e nauwelijks in mijn leven heb toegelaten. Sindsdien hebben we een lang en soms pijnlijk proces van toenadering doorgemaakt. Ik zou daar een boek over kunnen schrijven. God zij dank leeft ze lang en is ons de tijd gegeven om tot verzoening te komen.

Mijn opa

Sinds kort vraag ik naar haar jeugd, naar het gezin waarin ze is opgegroeid. Ik merk dat ik dat allemaal heel graag wil weten. Wie was haar vader – mijn opa? Ik heb hem nooit gekend. Hoe ging hij met haar om? Mijn moeder was een buitenbeentje in het gezin: hooggevoelig, altijd ziek, grote fantasie. Haar vader was de enige die haar begreep en aanvoelde wat ze nodig had. Toen ze 8 was stierf hij volkomen onverwacht. Jarenlang huilde ze ’s nachts onder de dekens om het gemis van de vader die zo haar steun en toeverlaat was geweest. Niemand wist van haar verdriet. Niemand in het gezin van 7 kinderen deelde de eigen pijn, om zo moeder’s verdriet niet wakker te maken. Ze wisten helaas niet beter.

Het bombardement van Rotterdam

Ik wil ook alles van haar weten over het bombardement, op 14 mei 1940. Zij was toen 14 jaar oud. Op de eerste dag van de oorlog was in de buurt van hun huis in Noord een bom op een school gedropt die als kazerne gebruikt werd. Gelukkig raakte geen van de soldaten gewond. Maar de angst voor bommen bracht mijn oma en ‘tante Cor’, die bij het gezin inwoonde, ertoe om een veilig heenkomen te zoeken in het bedrijfspand van tante Cor aan de Schiedamsedijk.(1) Daar was een kelder en een koelcel met dikke betonnen muren.
Vijf dagen later, toen de eerste bommen op de stad vielen, ging tante Cor naar zolder om te kijken wat er gaande was. Ze zag bommenwerpers over de achterkanten van de huizen aankomen en schreeuwde naar beneden dat iedereen als de sodemieter tegen de muur aan de voorkant in de kelder moest gaan staan. Dat is hun redding geweest. Kort daarop werd het pand door een bom getroffen die in één klap de hele achterkant van het huis in puin legde. Uiteindelijk hebben ze totaal ontredderd een uitweg uit de kelder gevonden. De hele Schiedamsedijk stond in brand, gevels stortten met luid geraas in elkaar, overal hing een mist van stof.

Mensen liepen in shock door de straten, langs vuurkorven die soldaten in allerijl midden op straat hadden neergezet, als bakens die de weg wezen uit deze hel. Mijn moeder: “Wat zo’n indruk op me maakte, waren al die zwijgende mensen, die hun weg zochten door de puinhopen.”

Voorbij tijd en ruimte

Terwijl ze vertelt, is mijn besef van tijd en ruimte verschoven. Ik ben met tante Cor op zolder, zie de vliegtuigen aankomen. Ik ben erbij als de bom valt, het stof, de paniek. Ik zie het enige lampje in de kelder uitgaan en een paar minuten later wonderbaarlijk weer aangaan. Een luik wordt boven me geopend en ik klim uit de kelder. Ik loop tussen de kinderen langs de vuurkorven, achter elkaar in een rij, elkaars handen vasthoudend. Voor dit moment deel ik het leven van mijn moeder en haar gezin.

Een paar uur later ben ik weer met de trein naar huis onderweg. Wat een contrast. Ik vraag me af: waarom wil ik dit allemaal zo weten, zo in detail? Waarom kruip ik zo in de huid van mijn moeder, om te beleven wat zij heeft meegemaakt?

Essentie voorbij de weerstand

Even later komt het antwoord. Het gaat verder dan verzoening. In haar verhalen ontmoet ik haar in haar onschuld en liefdevolheid, toen ze nog jong was. Ik heb foto’s van haar gezien als heel jong meisje van 3 jaar. Ook hoe ze was als 15-jarige, midden in de oorlog. Ik zie en doorvoel een kant van mijn moeder die nooit zo belicht is geweest en die ik niet eerder zo diep in me heb toegelaten.

Het brengt het beeld dat ik van haar heb nog meer in evenwicht. De haat is al jaren geleden gedoofd. Ik voel hoe restjes terughoudendheid en weerstand langzaam wegsmelten als ik haar zo meemaak. Daardoor zie ik steeds helderder haar essentie, wie ze werkelijk is en wie ze ten diepste altijd is geweest. Ik heb het alleen lange tijd niet zo kunnen zien.
En ik merk dat ik hierdoor milder naar haar kan zijn, openen, liefdevoller, ontvankelijker ook voor haar liefde. In de ontmoeting met haar essentie kom ik ook dichter bij mijn eigen essentie.

Wat een genade om dit zo nog bij leven mee te mogen maken. Ik wens dat iedereen toe.

© Chris Elzinga, 1 februari 2021

Noten

(1) Vóór de oorlog was de Schiedamsedijk een levendige straat, met chique winkels, restaurants en café, veel bezocht door zeelieden. Van alle panden is alleen het GGD-gebouw, op de hoek van de Schiedamsedijk en de Westzeedijk, gespaard gebleven. Dat gebouw was op 14 mei 1940 nog in aanbouw. Daar was een grote schuilkelder, waar veel overlevenden naartoe gevlucht zijn. Het gezin van mijn moeder heeft daar ook korte tijd geschuild.

Foto’s:
Bij ‘Haat en verzoening’: Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay.
Bij ‘Het bombardement’: Afbeelding van Matias Luge via Pixabay.
Bij ‘Essentie’: Afbeelding van sookhyun KIM via Pixabay.

Nog geen reacties.

Geef een reactie