Ongepland (Gerome)

Lineaire tijd kent zijn weerbarstigheden, inconsequenties en irrationele momenten. Ondanks ‘harde’ agenda-afspraken kun je alsnog buiten de ‘tijd’-logica vallen waardoor je ongepland op een hele andere invulling van de dag kunt uitkomen.  

Dinsdags. Een volle agenda. Ik moet op vier verschillende afspraken in de stad zijn. Ik had ingeschat dat drie kwartier van de ene naar de andere locatie ruimschoots voldoende moest zijn. Plus een uurtje middagpauze.

Om 9.30 sta ik op de stoep. De busreis plus tram hebben een half uurtje geduurd.
‘Vervelend, Jeroen, er is iets dringends tussen gekomen, Sjaak zit al in Londen.’
‘O.’ Ik kijk beduusd.
‘Londen?’
‘Hij belt je meteen bij terugkomst om het goed te maken met een etentje.’
Ik ben dus de Sjaak, compensatie etentje, die Sjaak heeft alles in zijn werk gezet om me op deze dinsdag te krijgen. Ik hoor hem in gedachten zeggen terwijl ik in mijn agenda kijk: ‘Ik maak een acute uitzondering voor je, man,’ en zie dat de afspraak inmiddels voor de 4e keer wordt verplaatst.

Koffieshop. Ik bestel een cappuccino.

Gelukkig ben ik zo bij de hand geweest om mijn e-reader mee te nemen. Ik haat die dingen. Heb je een e-reader een tijdje in je handen dan wordt het omslaan van een ‘ouderwetse’ bladzijde bijna iets heiligs. Maar voor ‘loze’ tijd is het zo nu en dan handig. Je kunt er mee wachten op de trein of op het vliegveld er tijd mee doden. En voor zulke situaties maak ik een uitzondering. Zo ben ik dan ook wel weer. Ik begin in het op een na laatste hoofdstuk van Het tumult in de tijd van Julien Barnes.

Het boek is een fictionele biografie geïnspireerd op de componist Dimitri Sjostakovitsj. De hoofdpersoon staat met een koffertje ingepakt bij de lift van een flatgebouw in Leningrad. Hij wacht nachtenlang in de overtuiging dat hij opgepakt zal worden. De meedogenloze leefomstandigheden van het Stalinistische tijdperk worden in dit boek in al zijn facetten belicht. Het is angstaanjagend hoe de Sovjetstaat alles in zijn werk stelt om de kunstenaar zijn artistieke vrijheid te laten aanpassen aan de zogenaamde volkswil. Het drukt me, met 4 mei Bevrijdingsdag in zicht, met de neus op de feiten wat voor een groots goed een open samenleving is. Bij de passage waarin de beperkingen die het hoofdpersonage worden opgelegd tot een hoogtepunt stijgen, zijn werk verboden en als staatsgevaarlijk wordt, en de hoofdpersoon machteloosheid ervaart dat de ziel uit zijn werk wordt geroofd, zet ik de e-reader uit en pak ik de tram naar de volgende afspraak.

‘Desiree is ziek.’
‘Ziek? krijg nou wat…’
‘Overgeven. Ze is vergeten om je af te zeggen. En je kent Dees, dat is niets voor haar, ze is altijd heel stipt.’
Ik knik gelaten.
‘Zodra ze hersteld is belt ze je op om het goed te maken met een etentje en film. Ik moest aan je vragen of je La la land al hebt gezien?’

Etentjes, film… mijn agenda begint te schuiven, als ik niet oppas verlies ik de grip op mijn eigen tijd en geraak ik in de agenda van een ander. Met gedachten ‘heb ik op korte termijn zin of zal ik in het najaar afspreken…’ loop ik de Bijenkorf, waar ik langs kom en lang niet meer ben geweest, binnen.

Het boek heeft duidelijk invloed, in een flits zie ik strakke verkoopunits ver gelijkenissen vertonen met een communistisch regiem, en zie ik de deurbewaking en bij elke vitrine een verkoopmedewerker met een bosje sleuteltjes in de handen. Het opwekken van een koopimpuls kent ook zo zijn doctrines, waarbij je je kunt afvragen in welke mate er een vrije wil is. In een vitrine zie ik een piepklein tasje van Dolces voor vierduizend euro staan.

Mijn smartphone trilt. Een appje van Annet. ‘Moet je afzeggen, neem een capu van me, oppas John is verhinderd. Bel je vanavond xx.’ Dat gaat goed zo, nummer 3 zegt af.

Ik neem plaats in het café van de oude beurs. Terwijl ik wederom een cappuccino bestel, vrees ik een moment dat de laatste afspraak ook niet door zal gaan. Zal ik voor de zekerheid bellen? Maar dat kan niet. Mijn laatste afspraak gaat door. Viermaal scheepsrecht is niet voorstelbaar. Ik neem een slokje van mijn cappuccino en eet de lange vinger, die vroeger in de koektrommel van mijn grootmoeder te vinden was, maar nu ineens hip aandoet, knisperend op en pak mijn e-reader weer tevoorschijn. Na enige tijd blijf ik hangen bij de volgende passage: ‘Hij zette altijd een minuut of twee voor het hele uur de radio aan. Dan stond Galja in de eetkamer, het deurtje van de klok geopend, en hield met haar ene vinger de pendule tegen terwijl hij in zijn werkkamer hetzelfde deed met de klok op zijn bureau. Als het tijdsignaal klonk, lieten ze ieder hun pendule los en werden de klokken verenigd. Hij vond dit soort ordelijkheid een waar genoegen.’ 

Ik kijk op mijn horloge. Vooruit dan maar, op naar de laatste afspraak. Met mijn ‘fingers crossed’ bel ik aan.
En…..

Op de terugweg in de bus lees ik het boek uit. Zou je me dit aan het begin van de dag hebben verteld, dan had ik gedacht: ‘Doei.’

De laatste afspraak was overigens bij de tandarts die bij nader inzien te vroeg zijn werk had opgepakt. Hij was met kiespijn huiswaarts gekeerd. En nee, zoiets verzin je niet… niets menselijks is ons vreemd. Mijn tandarts is een uitstekende tandarts, al jarenlang prima behandelingen. Voor zover ik me kan herinneren heeft hij nog nooit een afspraak afgezegd.

© Jeroen Leenen, 1 mei 2017

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

Nog geen reacties.

Geef een reactie