Oefenen voor het afscheid (Geert van den Munckhof – Gastschrijver)

Tranen bij een afscheid. Geen ongewoon beeld op een vliegveld. Maar als je die tranen niet verwacht had, omdat het afscheid ‘slechts’ tijdelijk is, waarom dan toch die waterlanders? Het emotionele vertrek is de aanleiding om er wat dieper over na te denken. Over misschien wel een metafoor van iets groters…

Al een paar dagen sluimerde het. Maar pas bij gate B53 op het vliegveld in Düsseldorf manifesteerde het zich echt. Het gevoel overviel me. Mijn omhelzing van hem ter afscheid was de opmaat. De opwellende tranen bij hem en zijn moeder deden de rest. Wat goed was, voelde toch even intens verdrietig. Een half jaar lang zou hij duizenden kilometers ver weg zijn. Het gevoel van gemis, ondanks de tijdelijkheid van het afscheid, woog veel zwaarder dan van te voren gedacht.

De op handen zijnde uitwisseling vanuit zijn studie biologie naar Noorwegen, met ‘uitstapjes’ naar Groenland en naar de Lofoten eilanden, hadden zijn avonturiersdrift al heel vroeg aangewakkerd. En wij juichten dat toe, al die tijd dat hij karaktervol nonchalant zich daarop voorbereidde. In de laatste dagen voor het vertrek had hij nog een hele agenda af te werken van feestjes, filmbezoek met vrienden en andere fijne bezigheden. Maar het moment kwam wel steeds dichterbij.

En daar, die ochtend bij gate B53, was het afscheid er in volle hevigheid. Op het ene moment stond hij nog in de wereld die van ons samen was, en op het andere moment opende zijn ticket eenmalig het hekje en stond hij aan de andere kant, in zijn nieuwe wereld. Daar waar wij op datzelfde moment niet meer konden komen. Zwaaien kon nog wel -en dat deden we dan ook- maar dat verzachtte de pijn van het afscheid niet. Het voelde alsof je een deel van je eigen leven uit zwaaide. Dat gevoel, verstandelijk gemixt met de blijdschap voor het avontuur dat hij aan wilde gaan.

Dubbel gevoel bij afscheid

In de auto op de terugweg spraken we erover. Het dubbele gevoel bij dat afscheid. Het had nog iets onwerkelijks. Iets waarvan je wist dat het waar was, maar wat je nog even niet kon geloven. Een soort van ontkenning, als in de eerste fase van een rouwproces. We relativeerden dat ook weer meteen, maar dat we allebei een beetje van ons stuk waren, konden we niet ontkennen. Een half jaar, dat was toch best wel lang. Ook al zouden we elkaar diezelfde avond, als hij in Noorwegen zijn wifi op gang had gekregen, alweer spreken of zelfs digitaal terugzien.

En zo liep het ook. Een paar uur later dan verwacht, omdat sneeuwkettingen voor kofferwieltjes bij mijn weten nog niet zijn uitgevonden, maar zeker ook omdat ‘huisnummer 11’ ook in Noorwegen niet gelijkstaat aan ‘kamer nr. 11 van huisnummer 33’. En voordat je daar achter bent, heb je toch een aantal keren de juiste straat moeten doorkruisen. Maar uiteindelijk deelde hij op 2959 km afstand zijn eerste ervaringen met ons. En met zijn zus, die de Whatsapp videogroeps-chat had geopend.

De volgende dag moest ik terugdenken aan die momenten bij de gate. Wat was het precies dat gezorgd had voor dat trieste gevoel dat ik ervaren had. Het vertrek uiteraard was de begrijpelijke aanleiding, maar er was meer. Het zat dieper. Of tenminste, ik meende dat het dieper zat en ik voelde een behoefte om dat voor mezelf te duiden. Omdat we het in de auto al over een ‘rouw-gevoel’ hadden, kwam door-associërend vrij snel de zin ‘Partir, c’est mourir un peu’ bovendrijven.

Internet is niet alleen handig voor een digitale groeps-chat. Ook franse dichters worden er snel mee gevonden. ‘Partir c’est mourir un peu’ blijkt de eerste zin van een prachtig gedicht van Edmont Haraucourt, die leefde van 1857 tot 1941. De eerste strofe gaat als volgt: Partir c’est mourir un peu, / C’est mourir à ce que l’on aime: / On laisse un peu de soi-même / En toute heure et dans tout lieu. Vrij vertaald staat dat voor: Vertrekken is een beetje sterven, /  het is sterven aan wat men liefheeft / Men verliest een beetje van zichzelf / in ieder uur en op elke plek.

Tijd is een heel relatief begrip

Een afscheid voor een half jaar is geen definitief afscheid. Gelukkig. Maar tijd is een heel relatief begrip. Laat de tijdelijkheid even achterwege en je houdt enkel afscheid over. Het afscheid aan gate B53 zou je zo ‘een beetje vertrekken’ kunnen noemen. ‘Partir un peu’. Zou het zo kunnen zijn, vraag ik me af, dat de tranen die dat al opriep mogelijk de ‘oefen-emoties’ zijn voor dat ene moment van afscheid straks? Dat ene moment -hopelijk pas over heel veel jaren- dat onherroepelijk een keer gaat komen? Dat moment waar we zo moeilijk over spreken en waar we liever niet aan denken, omdat het gaat over ‘doodgaan aan wat je liefhebt’. Afscheid van het leven.

Tranen dus. Maar zeker ook blijdschap, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Want als je vertrekt, dan ‘verlies je een beetje van jezelf’. Of, als ik een andere vertaling citeer: ‘We laten een beetje van onszelf achter’. Dat is voor hen die blijven. Je laat iets van jezelf achter, als je vertrekt, op welk uur en vanaf welke plek dan ook. Het gemis wordt daardoor verzacht. Voor een deel door de tijd maar voorál door wat je achterlaat. De tranen van verdriet, bij welk afscheid dan ook, zijn tegelijk tranen van geluk en dankbaarheid voor wat er is achtergelaten.

Je moet er soms wel even naar zoeken, naar wat er is achtergelaten. Maar het is er. Op elk tijdstip en overal. Op dit moment in Noorwegen en bovendien een paar straten verderop in mijn eigen dorp. En over een half jaar weer even allemaal hier bijeen. Maar voor véél later? Ach, wie weet, straks blijkt God ook gewoon Whatsapp te hebben…

© Geert van den Munckhof, 1 februari 2019

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

2 reacties voor Oefenen voor het afscheid (Geert van den Munckhof – Gastschrijver)

  1. Lenie van Schie 28/02/2019 op 08:48 #

    Dag Geert,
    wat fijn om je hier als medeschrijver te ontmoeten. Een ontroerend verhaal en ik geniet van je schrijfstijl. Dank je wel boor je bijdrage.
    Wie weet, ontmoeten we elkaar een keer in het echt!
    Lenie

    • Geert 25/03/2019 op 16:58 #

      Dank je wel, Lenie, voor je reactie en lieve woorden.

Geef een reactie