Mythen over God en het ‘geloof’ (Lenie van Schie)

 

Als iemand omgeven is door mythen dan is ‘God’ dat wel. Of moeten we hier niet spreken van iemand, maar van ‘iets’? Wat is God eigenlijk en is die term nog wel acceptabel in deze tijd? 

Meestal spreken we over God in termen van ‘geloof’. ’Geloof jij in God?’, vroeg een van mijn cliënten mij.
‘Jij?’, antwoordde ik met een tegenvraag.
‘Ik geloof niet in God maar wel dat er iets bestaat dat meer is, groter is’, was haar antwoord.
We geloven de hele tijd van alles, maar als het gaat over God wordt geloof een zelfstandig naamwoord met een lidwoord: ‘het geloof’. Het is nauw verbonden aan het woord ‘ongeloof’. Wat geloven wij eigenlijk over God en wat weten we over ‘hem’?

De mate waarin wij mensen geloven varieert. Het beslaat een breed spectrum met aan de ene kant een alles overtuigend godsgeloof en aan de andere zijde de atheïst die elk bestaan van God of een hogere macht afwijst. Hetgeen, zoals Johan Witteveen ooit fijntjes opmerkte, ook een geloof is.(1) Wat is geloof en over welke ‘God’ spreken we in dat verband?

De God in de godsdienst

Wat bedoelt mijn cliënt eigenlijk als ze zegt dat ze niet in ‘God’ gelooft? In onze Westerse cultuur is dat wat wij ‘God’ noemen, vaak identiek aan een zeer specifiek godsbeeld: een mannelijk persoon met een baard, die hoog in de hemel op ons neerkijkt. Zo is de God in de drie grote Westerse godsdiensten, het jodendom, de islam en het christendom, eeuwenlang afgebeeld. En centraal in deze drie godsdiensten staat het geloof in deze God. Ons is geleerd om onvoorwaardelijk in hem – zijnde de Enige Ware God – te geloven.
De geloofsbelijdenis is een van de grondslagen in de katholieke kerk die lange tijd dit geloof domineerde: “ik geloof in God de almachtige vader, schepper van hemel en aarde en in zijn enig geboren zoon, Jezus Christus….” Ergens rond de derde eeuw na de geboorte van de man Jezus, is deze belijdenis door een hoogwaardigheidsbekleder in de kerk vastgesteld en in de loop van de eeuwen die volgden werd ze opgelegd aan alle onderdanen, op straffe van de dood. (2)

Timpaan in Basiliek Sainte Marie Magdalene in Vezelay

God werd gevangen in een beeld en wij mensen werden gedefinieerd in relatie tot dat beeld: gehoorzame, gelovige onderdanen. Hier werd overduidelijk dat we te maken hadden met een godsdienst in de meest letterlijke betekenis van het woord: een dienst aan god.

Ooit was het anders.

Hoe God wordt uitgebeeld wordt bepaald door een cultuur. Het beeld van een mannelijke God hoog in de hemel drukt macht, overheersing en onderdrukking uit. Keizer, koning, paus, bisschop, patriarch, priester deelden mee in die macht. Dit beeld is nauw verbonden met de patriarchale cultuur. Maar ooit was het anders.

‘Ooit was God als vrouw belichaamd’, luidt de titel van het boek dat Merlin Stone schreef over de Godin.
Ik herinner me het moment waarop ik dit boek opensloeg, zie mezelf zitten aan de tafel in de woonkamer van de boerderij waar ik toen woonde. Het moet ergens aan het einde van de winter zijn geweest, in 1983 of 1984. Buiten hing de zon in een strakblauwe lucht. Het licht scheen door de hoge ramen en viel door glas-in-lood in patronen op het tafelblad. Dat licht is intens verbonden met mijn eerste kennismaking met de Godin. Ik las over haar tempel waar altijd een boom stond. Met haar wortels in de grond en haar takken tot hoog in de hemel reikend, was ze het symbool van de verbinding van de drie werelden, hemel, aarde en onderwereld. De boom was vaak een vijgenboom, ultiem teken van vruchtbaarheid. Ik las over de slang, in die tijd het symbool van wijsheid en transformatie.
In het joodse scheppingsverhaal zijn deze symbolen omgekeerd. De slang wordt een symbool van slechtheid en verdorvenheid en de toegang tot de levensboom, boom van kennis, wordt de mensen ontzegd. De katholieke kerk heeft dit hele verhaal overgenomen.

Ik herinner me hoe de kennismaking met deze nieuwe beelden en verhalen mijn hart deden oplichten, hoe daar ruimte ontstond. Ooit was het anders, ooit hadden vrouwen wél een plek in de wereldgeschiedenis. Ooit was er respect voor de natuur, was er liefde en verbondenheid. Ik treurde om het verlies en het duurde jaren voordat ik kon zien dat elke fase in de evolutie een functie heeft.

Een historische overgang

Het was wel een hele grote overgang, die overgang van de godinnenrituelen naar de ene mannelijke god. Godsdienstwetenschapper Mircea Eliade zegt hierover: ‘In Jahweh (de naam van de God van de Joden) is, een nieuw soort god geboren die de patriarchale cultuur haar goddelijke fundament geeft. Het is een godheid die zich plaatst tussen de mens en diens natuur, tussen de Aarde en de Hemel. Leiding komt niet langer voort uit ons innerlijk, uit het directe weten, maar uit een ‘Iets’ dat boven ons staat. Het komt van een ‘God’ die wikt en beschikt. De wereld is vanaf nu opgedeeld in goed en kwaad’.(3)

Het werd een wereld van scheidingen, van mannen boven en vaak tegenover vrouwen, van geest boven lichaam en ratio boven gevoel. Verstand won het van het geloof. De uitwassen van de cultuur die daar ontstond, maken we nog dagelijks mee, maar er is in de laatste eeuw veel veranderd. Vrouwen zijn niet meer weg te denken uit het openbare leven en hun aanwezigheid zorgt voor een verschuiving in waarden.

Aarde op de agenda.

In de dagen dat ik aan deze column schrijf, gaan activisten de straat op om te pleiten voor wereldwijde aandacht voor het klimaat. Aarde is terug in onze aandacht. Uit nood geboren, dat is zeker, maar er is meer. Aarde als leefgebied gaat ons allen aan. De veranderingen in het klimaat laten ons zien hoezeer we van elkaar afhankelijk zijn. Hier ontstaat een groter pleidooi voor solidariteit, voor verbinding en respect, voor samenwerking. Het is niet eenvoudig, dat zien we ook in de moeizame onderhandelingen op het Europese continent. Culturele achtergronden, gevoelens en overtuigingen spelen een grote rol. Maar er is ook politieke wil, er is uithoudingsvermogen. We staan aan het begin van een nieuw tijdperk, een nieuwe historische overgang.

Wordt dit ook een periode waarin we niet langer in ‘God’ hoeven te geloven, maar ‘God’ vanuit onze eigen ervaring kunnen kennen?

Een spiritueel dier

‘De mens is een spiritueel dier […] de homo sapiens is ook een homo religiosus,’ schrijft Karen Armstrong.(4) Elke tijd kent eigen goden en ze kregen tal van namen. Ooit hoefden we niet te geloven omdat we wisten. We kenden ‘God’ uit onze directe ervaring, uit het directe weten. Net als mijn cliënt niet ‘gelooft’ dat er iets is dat ‘groter’ is; het is haar ervaring.

Callanish Stonecircle op het eiland Lewis, Outer Hebrides, Schotland.

Dit directe weten is op Aarde sinds wij herkenbaar menselijk begonnen te worden. Voor onze voorouders was het hele leven bezield. Niet alleen de dieren en planten, maar ook bergen, rivieren en bronnen. Het bracht de mensen in het Neolithicum ertoe grote monumenten te bouwen zoals Stonehenge in Engeland en piramides in Egypte. Ze werden opgericht op plekken waar energielijnen in de Aarde elkaar kruisen. Zo werden de krachten gebundeld. Dit alles is pas veranderd met de komst van het mannelijke, monotheïstische, godsbeeld en dat is ‘slechts’ 5000 jaar oud.

Die oude kennis is niet verloren gegaan. Mystici zijn er altijd geweest. Inheemse volkeren over de hele wereld houden vast aan hun rituelen, stemmen af op Aarde zelf en kennen uit eigen ervaring het numineuze – het sacrale als het geheel andere –, dat geïntegreerd is in hun dagelijkse leven.(5) Uit deze groep treden zieners naar voren die een bijdrage leveren aan een nieuwe wereld. Eén van hen is Joseph Rael een Amerikaans-Indiaanse mysticus en ziener. Mijn volgende column ga ik aan hem wijden.

© Lenie van Schie, 29 maart 2021

Foto’s in Vezelay en Schotland van de auteur. SlangeGodinnenbeeldje: afbeelding van kaart.

Noten

  1. Denken is oppervlakkig, voelen brengt je naar de ziel, een interview van Fokke Obbema, 22 april 2019 Volkskrant.
  2. In mijn boek ‘Langs de weg van het hart’, hoofdstuk 7, wordt de geschiedenis van het godsbeeld en de impact voor ons mensen verder uitgewerkt.
  3. Mircea Eliade in….. (in mijn boek noot 12 in hoofdstuk 7: pagina opzoeken)
  4. Karen Armstrong, Een geschiedenis van God, Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam. pag. 11. Ambo, Amsterdam 2000, 15e druk. Oorspronkelijke titel: A History of God, From Abraham to the Present: the 4000 Year Quest for God,
  5. Het begrip numineus is geïntroduceerd door Rudolf Otto. Het is het heilige wat voor hem tegelijkertijd vrees en fascinatie opwekt, het geheimzinnige wat tegelijkertijd kracht uitstraalt.

 

, , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie