Mijn oom van 85… (Geert van den Munckhof)

Een levensloop op rijm, uitgesproken op de muziek van mijn buikorgel. Zondagmiddag, 20 december, als een verrassing gepresenteerd aan de jongste broer van mijn moeder.

Een paar dagen vóór zijn verjaardag, om zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de corona-bezoekrichtlijnen. Hij is 23 december 1935 geboren. Twee dagen voor Kerst 2020 dus 85 jaar geworden.

Zijn oudste dochter Paulien had me benaderd en samen hebben we aan de verrassing voor haar vader verder inhoud gegeven. Die zondagmiddag was het zover. Als ik de reacties achteraf mag geloven, dan was het een succes. Zelf heb ik dat ook wel zo ervaren. Leuk hoe van het een het ander komt. In meerderlei opzicht. Maar daar zo meer over.

Het was fijn om het te mogen doen. Behalve mijn oom en tante waren Paulien met haar man Leo en haar broers Twan en Geert (met zijn vrouw) aanwezig. De jongste zus Annette kon via de mobiel vanuit Schipluiden meekijken en meeluisteren naar de voordracht.

Op ereplaatsen, met de rest min of meer op corona-afstand, waren ze getuige van de aubade op rijm en muziek. Het was precies waar ‘Tekst op maat’ voor bedoeld is. ‘Tekst op maat’ is één van mijn tegenprestaties, beschreven op de culturele crowdfundpagina voordekunst.nl, bij mijn lopende boekproject ‘Waar het hart vol van is…’.

Paulien had die optie daar pakweg drie weken eerder gelezen en zag het toen meteen voor zich. Een perfect cadeau voor haar vader, vond ze. Haar vader – mijn oom – die altijd voor iedereen klaar stond en nog steeds klaar staat, maar daarvoor zijn hele leven lang al alle bedankjes wegwuift en fysieke cadeaus blijkbaar steevast becommentarieert met de woorden ‘had niet gehoeven’ en ‘wie heeft dat bedacht’. Juist een verrassing zoals deze zou hij zeker kunnen waarderen.

Vooral omdat hij zelf op allerlei gebied creatief was en is. Met tekenen bijvoorbeeld. Of keramiek en schilderen. En dichten is hem ook niet vreemd. Vandaar. Ik had de indruk dat hij genoot van de voordracht . ‘Had niet gehoeven’ heb ik in ieder geval niet gehoord en het ‘wie heeft dat bedacht’ was eigenlijk een overbodige vraag: zijn eigen kinderen, op basis van mooie herinneringen vanaf hun vroege kindertijd tot aan vrij recent.

Later, in de huiskamer, hebben we de achtergrond van de aubade toegelicht, want hij is wel iemand die graag weet hoe het zit. Mijn oom, zittend in zijn fauteuil, luisterde op gepaste corona-afstand naar de uitleg. Ik vertelde van het boekproject en de crowdfunding die zó voorspoedig verliep dat het boekproject op enig moment zelfs was uitgebreid met een grafische component. Dat ik daarvoor mensen had gevraagd om een visuele vertaling te maken bij een gedicht van mij.

‘Dat kun jij ook wel doen, Pap’, zei Paulien toen. Waarom eigenlijk niet, was mijn eerste gedachte. Dus dat zei ik ook. Mijn oom hoorde het aan, zei verder niets maar stond even later op en liep naar de kast. Daar rommelde hij heel even maar pakte er toch vrij doelgericht iets uit. Het was een ets die hij vroeger gemaakt had. Hij had er ook nog één van de eerste drukken bij. Met een soort van ingehouden trots doorbrak hij even de corona-barrière en legde het etsplaatje en het gedrukte exemplaar voor me neer op tafel. Gemaakt, vertelde hij, in 1985, als uitnodiging voor zijn familie, op zijn 50-ste verjaardagsfeest.

Toen wist ik. Dit moment wil ik vastleggen. Mijn oom, die op deze manier zonder woorden niet alleen zijn waardering uitsprak voor wat hem zojuist buiten was ‘aangedaan’, maar die daarmee in feite ook liet zien waar het in het leven om gaat. In metaforische zin was de etsplaat de bron en de afdruk een afgeleide daarvan. Gelijkend maar nét even anders. Zoals kinderen een afgeleide zijn van hun ouders. Op ze lijken, maar toch allemaal heel eigen zijn en vaak nét even anders.

In het laatste couplet van de levensloop op muziek stonden twee zinnen:

prachtig erfgoed uit een bron
die bij jou en Nelly ooit begon

Nelly is al 55 jaar zijn vrouw. Ze kregen vier kinderen, die op hun beurt ook weer kinderen kregen. Prachtig erfgoed. En ik kon het niet helpen om even aan mijn eigen moeder te denken. Zijn zes jaar oudere zus, als ze nog geleefd had. In zijn ogen vol trots zag ik heel even haar voortdurende aanwezigheid. Een mooie ‘reproductie’ van herinneringen en toekomst, gevangen in één blik.

Eveneens te zien in één ets uit 1985. Met wat extra fantasie staan de twee eksters symbool voor ons allemaal. We komen uit elkaar voort, zijn er voor elkaar en voeden elkaar. Met het leven. Altijd. Vanuit de bron.

de bron…
… en de afgeleide

© Geert van den Munckhof

, ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie