LOSLATEN (Yoyo van der Kooi)

De dag voor Kerst werd mijn dierbare vriend en ex-echtgenoot Sigurd met een hersenbloeding opgenomen in het ziekenhuis. Pas op 1e kerstdag mocht ik hem een half uur bezoeken. Hij was bij kennis en blij mij te zien, maar kon niet meer verstaanbaar praten.

Ik hield zijn handen vast en wij keken wij elkaar in de ogen. Ik zong een liedje voor hem dat wij samen componeerden toen wij in 1994 op huwelijksreis met zijn marionettentheatertje rondreisden door Duitsland, Tsjecho-Slowakije en Hongarije.

‘We are moving on the journey to nowhere
Taking it easy, taking it slow,
There is no hurry, not even a worry
Nothing to carry, let it all go’.

Hij probeerde zo goed en zo kwaad als het ging mee te zingen, en glimlachte.
Toen kwam de verpleging hem ophalen – er moesten nog een paar röntgenfoto’s genomen worden – en wij namen afscheid.

Doordat er per dag maar één persoon op bezoek mocht komen en meer mensen hem graag wilden zien kon ik pas drie dagen later, op 28 december, weer naar hem toe. Inmiddels had hij op 27 december nog een gecompliceerde operatie ondergaan, omdat door een bloedstolsel in de lies zijn linkerbeen begon af te sterven.
De operatie was geslaagd, zijn been had weer de normale kleur en de volgende dag kon hij naar ik hoorde zelfs weer wat spreken. Maar in de loop van de middag kreeg hij hartritmestoornissen en verslechterde zijn toestand snel. Medicatie hielp niet.

In de afgelopen maanden tijdens onze inspirerende ontmoetingen had hij herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat hij met verlangen en vreugde uitzag naar zijn overgaan en dat hij als het zover was geen levensverlengende ingrepen wilde: de beperkingen die twee eerdere hersenbloedingen met zich mee hadden gebracht hadden de kwaliteit van zijn leven al drastisch verminderd.
In het ziekenhuis waren ze hiervan op de hoogte.
Dus hadden de artsen tegen de avond besloten om hem van de monitor los te koppelen en alle slangen te verwijderen. Kort daarna raakte hij in coma.

Samen met twee andere dierbare vrienden mocht ik getuige zijn van zijn laatste uur. Het was een heilig moment. In stilte zagen wij hoe zijn zwoegende ademhaling langzaam rustiger werd, af en toe wegviel en uiteindelijk niet meer terugkwam.

Ik herinner dat mijn leermeester Osho eens zei: “Als je verlost wilt worden van de angst voor de dood, grijp dan elke gelegenheid aan om in de buurt van stervende mensen te zijn.” Dit was de tweede keer dat ik de overgang van leven naar dood van zo dichtbij meemaakte (de eerste keer was bij het overlijden van mijn moeder). En inderdaad, ook hier weer beleefde ik dat magische, bijna vreugdevolle gevoel van bevrijding op het moment van overgave, als het lichaam het leven loslaat – of omgekeerd.

Het eind van het jaar en de maand januari gingen een beetje als in een droom voorbij. Zijn familie in Zuid-Afrika – met wie hij niet of nauwelijks contact meer had – moest op de hoogte worden gebracht, de briefwisseling met verre vrienden en kennissen nam dagen in beslag; de crematie en tal van praktische zaken rond zijn nalatenschap en inboedel moesten worden geregeld en de huur van zijn appartement moest worden opgezegd.
Toen alle drukte voorbij was merkte ik dat ik veel behoefte had aan rust, alleen-zijn en niks doen. Daar gaf ik ook aan toe. Na zo’n intense ontmoeting met de eindigheid van ons fysieke bestaan lijken veel van de dingen waar wij ons dagdagelijks mee bezig houden c.q. druk over maken ineens irrelevant. Zelfs de commotie rond de presidentiële inauguratie in Amerika en de nieuwste beperkende coronamaatregelen gingen grotendeels aan mij voorbij.

Het besef dat ik Sigurd nooit meer zal zien, nooit meer zal kunnen genieten van onze diepzinnige/onzinnige gesprekken en zijn heerlijke humor begon langzaam tot mij door te dringen. Heel onwerkelijk nog – en o, wat zal ik dat alles missen…

Tegelijkertijd welde er een diepe dankbaarheid in mij op voor het bestaan. Te kunnen, zien, horen, proeven, ruiken en voelen. De regen, de zon – de knoppen van de bomen die alweer beginnen te zwellen. Een vriend die zomaar even aanwipt. Een buurvrouw die mij te eten vraagt. Kinderen die in het park spelen en stoeien alsof er niets aan de hand is in de wereld. Een oud-leerling die mij een zelfgebreide superzachte col van zijde en mohair stuurt om mijn nek en schouders warm te houden als ik in bed zit te werken op mijn laptop.

En als ik ’s avonds onder mijn donzen dekbed kruip is daar steeds weer de verwondering over dat hart dat dag en nacht onafgebroken klopt – en mijn ademhaling die zomaar door ‘iets’ wordt aangestuurd, ook als ik diep in slaap ben.

Totdat het tenslotte ook mijn tijd is om te vertrekken van dit ondermaanse schouwtoneel waar de dualiteit haar eeuwige spel speelt en ik – verzadigd van alle avonturen, drama’s, ontdekkingen en inzichten – terugkeer naar de Bron waar ‘ik’ uit voortkwam. Zoals de druppel opgaat in de oceaan als hij zijn oppervlaktespanning loslaat.

© Yoyo, 1 februari 2021

2 reacties voor LOSLATEN (Yoyo van der Kooi)

  1. Yoyo van der Kooi 14/02/2021 op 18:58 #

    Wat lief, Jolanda, jouw reactie.
    Intussen hebben we alweer samen een Flowering-avontuur beleefd!

    Warme knuf van Yoyo

  2. Jolanda Verburg 02/02/2021 op 20:30 #

    Gecondoleerd, Yoyo.
    Wat een liefdevolle herinnering aan je dierbare vriend.
    Ook ik heb bijzondere herinneringen aan het sterven van dierbaren, mijn oma en mijn moeder.
    Lieve groet, Jolanda

Geef een reactie