Lapland (Lenie van Schie)

Het hoge Noorden trekt; roept naar me als een sirene in de nacht, zoemt in mijn oren en trilt door mijn lijf. Kom, kom! Ja, ik kom al. Ik kom. Ik vertrek al, nu al, nog heel vroeg in de ochtend vertrek ik al, verlaat ik de Lofoten, rijd ik de E10 af in de richting van Narvik. Ik kom er aan.

Vaste grond

Als ik het vasteland oprijd voel ik onmiddellijk de overgang. Het is slechts een brug – en die zijn er op de Lofoten heel veel – maar deze brug is anders, een landverbinding. Het verschil is opmerkelijk. Robuuster voelt het op het land, steviger, vaster, alsof de schouders, die even hadden mogen ontspannen, er weer onder worden gezet. Maar er is ook meer stabiliteit.
Een innerlijke stem die mij de laatste dagen lastig viel  – hij vindt dat ik nu ver genoeg gegaan ben, en nodig aan mijn terugweg moet beginnen – valt weg, verdwijnt in het niets. Wat domineert is de roep en ik kan slechts nog volgen. Het is Urd die roept en ik wil haar ontmoeten in dit andere, dit nog onbekende, zo aardse land. En direct is daar dan die vraag: ‘Als Urd mij roept, wie ben ik hier dan? En wat volg ik hier?’

Urd

Ik rijd over lege asfaltbanen, om mij heen hoge toppen met sneeuw, leeg land, grijze bergketens, ik kijk en rijd, de lucht trekt dicht en ondertussen is er Urd, mijn gedachten over haar. Is haar naam ook bekend bij de Sámi, de mensen die Lapland bewonen? En wat betekent het eigenlijk dat ze de bron is en dat ze het lot van de mensen bepaalt? De vraag opent de diepte in mij en daar is Urd aanwezig. En ik zie hoe ze de mensheid draagt. In haar schoot, in haar kom, in haar armen. Ik zie dat wij, mensen, in haar wezen zouden kunnen rusten. Mits we haar zouden kennen. Ze is Aarde en Bron. In haar kunnen we aankomen en landen en ze laat ons gaan als ons lichaam sterft. Urd is Aarde en zolang wij hier verblijven, draagt ze ons.

Ik rijd over lege asfaltbanen, om mij heen hoge toppen met sneeuw, leeg land, grijze bergketens

Net voorbij Setermoen pauzeer ik met een kopje thee. Mijn einddoel voor vandaag is de camping in  Tromsö en dat is nog zo’n 150 km. Ik raak in gesprek met Urd:
‘Hoe wil je dat ik je beschrijf?’
‘Als altijd doorgaand, zoals het water van de rivier altijd stroomt en de seizoenen elkaar opvolgen. Zoals de culturen zullen komen en gaan. De evolutie van de mensen is één grote continue realiteit. Ik ben Aarde en ik zal er altijd zijn. Altijd zal ik met liefde de zielen, die afdalen voor hun Aarde reis, ontvangen. Het is wel hoog tijd dat al die geïncarneerde zielen zich meer gaan afstemmen op hun omgeving, zodat Aarde een gemakkelijker plek wordt om te leven. Maar dat hoef ik jou niet te vertellen, dat weet je wel’.
Een lang antwoord en ja, dat weet ik wel, dat het hoog tijd is voor samenwerking met Aarde.

Tromsö

Uiteindelijk rijd ik de 400 km naar Tromsö in acht uur en vind ik nog net een plekje op een overvolle camping. Het is lunchtijd en er is nog voldoende tijd om de stad in te trekken. Op de plattegrond in mijn reisgids leek het erop dat de camping in de stad lag, slechts aan de overkant van de rivier. Maar de routeplanner volgend werd ik de stad uit geleid. Ik had me vergist in de schaal.
‘Is it far, walking to the centre?’
‘No, not at all, 2,5 km, just half an hour’.
Eerst 2,5 km lopen en dan begint het pas, het toeristenbureau, het museum van de universiteit, dat een stuk verderop ligt, het museum door en dan weer terug. Niet te doen. Mijn fiets die al die weken keurig achter op mijn auto zit – het is een gedoe om hem eraf te krijgen en vooral hem er weer terug op te zetten – gaat er nu af en ik ga de hellinkjes trotseren.
En zo ontdek ik de chaos van de stad. Ik rijd drie keer verkeerd voordat ik bij de lange hoge brug uitkom die de oevers verbindt. Ze zijn zo hoog om de grote cruise schepen door te laten die hier de fjorden aandoen en de Hurtegrutten, een postboot en unieke vorm van openbaar vervoer, die alle belangrijke havenplaatsen aandoet en vanaf Bergen de hele kust langsvaart. Omhoog, de brug op, is een klus, maar dan roetsj ik naar beneden.

Het volgende moment is daar zomaar een fietspad

Om opnieuw in de chaos terecht te komen. Het ene moment rijd ik over ongeplaveide stukken land, met overal onkruid en afgedankt schroot. Het volgende moment is daar zomaar het begin van een fietspad, dat echter even plotseling weer ophoudt en ik op een brede, met hout belegde, kade beland.
De geur van het zilte water dringt mijn neusgaten binnen, prikkelt mijn zintuigen en vermengt zich met de geur van regen, een kort buitje dat al weer is opgedroogd. Verderop aan de kade ligt een mega cruiseschip. Ik zie mensen die met koffers lopen sjouwen, kleine kinderen aan de hand van hun ouders. Het schip lijkt net te zijn aangekomen en mensen stromen naar buiten. Tegenover mij, door een smal stukje havenwater gescheiden, staat een supersjiek en prachtig vormgegeven hotel trots als een pauw te pronken. 
De plattegrond in mijn hand waar het toeristenbureau op staat, is helemaal verkreukeld en verwaaid als ik daar aankom. Gevonden!
En dan is er een ontmoeting met de jonge vrouw achter de balie. Over de Sámi, of ik ze kan ontmoeten en waar ik informatie over ze kan vinden. Het universiteitsmuseum is wel de beste kans hier in de stad. En ik kan er fietsend heen. Ze vertelt me ook over een centrum voor Norde folk, een Sámi centrum in Manddala.

Sapmi

Zo’n twintig minuten later vind ik de ingang naar het universiteitsmuseum. Een grote hal met balie, een grote tafel vol met boeken en brochures. Aan de wanden meer boeken. Opnieuw een vriendelijke vrouw aan de balie. Ze vertelt me in antwoord op mijn vraag, dat ik wellicht al met Sámi gesproken heb, zonder dat ik dat door had. Anders dan bij andere indigenous people, zoals de Aboriginals of de Native Americans, zijn de Sámi niet een ander ras en ze zijn in die zin niet te onderscheiden van andere Europese volkeren. Ze zijn op een bepaalde manier ook geïntegreerd in die zin, dat velen onder hen hun Sámi afkomst het liefst vergeten, hun afkomst negeren.
Het heropvoedingsprogramma dat na de 2e wereldoorlog van start ging, haalde kinderen al jong weg bij hun ouders. Ze werden verplicht naar kostschool gestuurd waar ze ‘gewone’ burgers moesten worden en hun eigen taal niet meer mochten spreken. Sámi zijn betekende: minderwaardig zijn. Maar hun authentieke stem is terug en dat wil deze expositie de bezoekers laten zien.

De Sámi leven verspreid over vier landen

De Sámi kennen geen landgrenzen. Hun volk is verspreid over Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland.
Ik loop langs de vele foto’s en lees de teksten. Ze laten het traditionele leven van de Sami zien en ook hun politieke strijd. Begin jaren zeventig begon het tij te keren. Nu hebben ze een eigen parlement en hun natie heet Sapmi.

Kunst van de Sámi

Als ik de volgende ochtend wakker word, hangt de lucht nog lager boven het fjord. Dikke grijze wolken die tijdens mijn ontbijt hun water laten vallen. En het zal niet meer ophouden met regenen. De fiets gaat weer op de camper en nu rijd ik met de auto over de brug en parkeer hem aan de andere kant. Er is plek genoeg. Ik wandel door het natte centrum, bezoek het Polart Museet en de kathedraal.
En dan ontdek ik in het Nordnorsk Kunstmuseum  een expositie van contemporaine kunst van de Sámi. Aan hun kunstwerken ervaar ik hun spirituele wortels. Magische werkelijkheid omgetoverd tot prachtige doeken, beelden, video’s.
Het is duidelijk dat de Sámi terug zijn, dat zowel hun vroege als hun contemporaine kunst springlevend is.

Twee van de beelden van de ‘Dance of the Gods, Yvar Jaks,1972

Ik word gegrepen door de indringendheid van de beelden. In de verstilde vormen komt een beleving van de werkelijkheid tevoorschijn, een werkelijkheid waar dagelijks leven en de geestenwereld één zijn. Een rijke, alles verbindende cultuur was door geweld, rationaliteit en onbegrip, bijna verdwenen. Ik breng er uren door en opnieuw ga ik met een stapeltje boeken naar buiten, de regen in, op weg naar mijn auto.

Mijn slaapplek vind ik aan een van de fjorden langs de weg van Trömso naar Alta aan de noordkust. Loodgrijze lucht en loodgrijs water. De wind giert om de auto en doet het vehikel schudden. Ik wilde de Sámi ontmoeten en meer ontdekken over hun cultuur. En ik heb kennis met ze gemaakt. Mijn auto ligt vol met boeken en brochures, mijn hoofd is vol met indrukken en mijn hart is diep geraakt.

In mijn volgende en laatste column over Noorwegen, lees je meer over de tradities van de Sámi en over hun kunst.

©Lenie van Schie, 1 juni 2018

Tip:

Als je de column met anderen op Facebook wilt delen, klik dan op ‘Pagina leuk vinden’, helemaal onderaan in de voettekst.

Nog geen reacties.

Geef een reactie