Keti koti – 1 juli, Bevrijdingsdag (Chris Elzinga)

Slavernij laat diepe sporen achter in mensen. Het slavernijverleden werkt nog generaties lang door in de Surinaamse, Antilliaanse en Indonesische gemeenschappen. Kunnen we ons openstellen voor dat leed? Kan Keti koti – het feest van de afschaffing van de slavernij – een bevrijdingsdag zijn van ons allemaal?

Keti koti – Afschaffing van de slavernij

1 Juli is een gedenkwaardige dag. Dan wordt gevierd dat de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen in 1863 bij wet werd verboden.[1] Het is het feest van Keti koti – Sranantongo voor ‘Ketenen gebroken’.[2] De Surinaamse en Antilliaanse gemeenschappen vieren dat uitbundig, ook in Nederland. Terecht.

Ketikoti

Ketikoti uitbundig gevierd – Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay

1863 Lijkt ver weg – het is 148 jaar geleden – maar mijn overgrootvader is in die tijd geboren. Dat is van mij uit gezien maar 3 generaties geleden. Het lijkt ook op een andere manier ver weg: het aandeel dat Nederlanders in de afgelopen eeuwen hebben gehad in slavenhandel en slavenhouderij kwam tot voor kort nauwelijks in onze geschiedenisboeken voor. Dat is de laatste jaren aan het veranderen. De grote Slavernijtentoonstelling die pasgeleden in het Rijksmuseum is geopend, is daar een uitvloeisel van. Dat die door de koning en de koningin is geopend onderstreept het grote belang ervan.

Enslaved – de pijn van het verleden

‘Enslaved’ is de titel van een Tv-serie die ik dit voorjaar via de Belgische zender Canvas heb gezien. De serie laat de zoektocht zien van Samuel Jackson en een team van journalisten naar de trans-Atlantische slavenhandel, die meer dan vierhonderd jaar floreerde. Sommigen van hen hebben voorouders, die vanuit Afrika als slaaf naar Amerika zijn verscheept. Ze leven zich in hoe het voor die mensen geweest moet zijn om in mensonterende omstandigheden verscheept te worden, om vervolgens verhandeld en op plantages in Noord- of Zuid-Amerika tewerkgesteld te worden.

Het is voelbaar hoe hartverscheurend het voor hen is dat verleden van hun voorouders onder ogen te zien. Terwijl ik dit tot me door laat dringen, deel ik in hun pijn en ervaar ik een plaatsvervangende schaamte over het aandeel dat Nederlanders in deze misère hebben gehad. En het maakt dat ik op zoek ga naar meer feiten.

Trans-Atlantische slavenhandel

Tussen 1519 en 1867 vonden wereldwijd naar schatting 27.233 slaventransporten van Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika plaats. Tijdens deze reizen stierven ongeveer 3.000.000 Afrikanen; dat is ruim 20% van de opvarenden. Zuigelingen hadden geen schijn van kans om te overleven. 11.569.000 Afrikaanse slaven kwamen in Amerika aan. Van hen werden circa 600.000 mensen door Nederlanders verhandeld. De West-Indische Compagnie (WIC) verscheepte ongeveer de helft van hen. Zeeuwse schepen vervoerden ongeveer 270.000 mensen die tot slaaf werden gemaakt.[3]

Nederlandse organisaties zoals de West-Indische Compagnie (WIC) en Nederlandse onderdanen raakten vanaf 1635 sterk bij de slaventransporten en slavenhouderij betrokken. Zo namen Nederlanders een deel van de slavenhandel van de Portugezen over, onder meer door Portugese forten als Elmina aan de kust van Ghana te veroveren, die belangrijke knooppunten op de slavenroutes vormden.[4]

Elmina, Ghana

Elmina, Ghana – Afbeelding van OBIBINI via Pixabay

In juni 1814 werd Trans-Atlantische slavenhandel door Willem I bij wet verboden.  De afschaffing van slavernij zelf werd pas in 1863 verboden, 30 jaar nadat de Britten dat al gedaan hadden.
In Suriname werden vrijgelaten slaven 10 jaar lang onder staatstoezicht gesteld. In die tijd waren ze verplicht om een arbeidsovereenkomst te sluiten met de voormalige plantage-eigenaren. De laatste kregen bovendien van de Nederlandse regering fl. 300,- per slaaf, als compensatie van ‘verloren eigendom’.[5]

Ketikoti herdenkt dus meer dan 225 jaar terreur door Nederlanders uitgeoefend op zwarte mensen die uit Afrika weggevoerd zijn, en hun nageslacht.

Slavernijverleden werkt door in onze tijd

Ik ben op bezoek bij een Surinaamse vriendin die al jaren in Nederland woont. Ik vraag haar naar dingen waar ik nooit eerder naar gevraagd heb. Terwijl ze vertelt probeer ik het me voor te stellen:

Stel je voor dat je voorouders tot 1863 als slaaf behandeld zijn, misschien al generaties lang. De vernederingen en mishandelingen die ze hebben ondergaan.
Stel je voor dat je familienaam door een witte plantagehouders in 1863 aan je overgrootouders is gegeven en dat je niet weet wat hun oorspronkelijke namen waren.
Stel je de ontworteling voor van je voorouders, die niet weten waar ze vandaan komen.
Stel je voor dat je in een gemeenschap opgroeit waarin de mannen de traumatische vernederingen van hun voorvaders met zich meedragen. Waarin de vrouwen van hun voormoeders geleerd hebben te overleven door zichzelf zonder partner te redden. Stel je voor wat dat voor gezinnen in deze tijd betekent. Hoe dit soort trauma’s in het leven van je ouders en van jezelf doorwerken. Nog steeds.

Als ik me hierin inleef, kan ik iets van de ontreddering en de ontworteling voelen, die deze mensen (hebben) ondergaan. Ik kan ook invoelen, hoe de wereld voor hen vijandig en onveilig kan zijn en dat die hen weinig houvast biedt. Ook nu nog, in onze tijd en in ons land.

Ontworteling

Ontworteling – Afbeelding van Pascal Laurent via Pixabay

Collectieve onwetendheid

Onlangs heb ik me verdiept in mijn eigen familiegeschiedenis en heb ik voorouders kunnen traceren tot 1530, de tijd van Karl V. Het waren voornamelijk families van boeren en boerenknechten. Veel rijkdom is daar niet geweest. Maar toch, ik weet tenminste waar mijn familie vandaan komt en dat ze een redelijk goed leven hebben gehad. Dat geeft me een gevoel van thuishoren in dit land met een vanzelfsprekendheid, die ik me pas goed bewust word als ik mijn Surinaamse vriendin over haar achtergrond hoor vertellen. Dan voel ik des te meer de pijnlijkheid van haar geschiedenis.

En ik begin te beseffen hoe de ellende van de slavernij nauwelijks een plek heeft in het collectieve geheugen van witte Nederlanders. Eeuwenlang is het de gangbare praktijk geweest om weg te kijken,  ‘wat niet weet, wat niet deert’, waardoor slavenhandelaren en slavenhouders hun gang konden gaan.
Dat zie ik ook in onze tijd terug als weerstand om die ellende en de doorwerking daarvan onder ogen te zien. Het uit zich in ongemak in de omgang met zwarte mensen en in meer of minder verborgen racisme, waar witte mensen vaak nauwelijks besef van hebben.

Traumaverwerking en verzoening

Onlangs stond in Trouw een commentaar van iemand die het maar niks vond dat tegenwoordig zoveel aandacht is voor ellende uit het verleden. Hij vond dat allemaal maar onzin, een uiting van een slachtoffercultuur waar hij zich tegen verzette.

Naar mijn idee gaat het om iets anders. Voor mij gaat het om de vraag of we ons hart kunnen openen voor het leed dat zwarte en gekleurde medeburgers met zich meedragen. Kunnen we naar elkaar luisteren en kunnen we zeggen hoe het ons spijt dat dit hen is overkomen, ook al hebben we er zelf geen deel aan gehad?[6]

Als we onze harten openen, kan er echte ontmoeting en begrip ontstaan. Dan wordt het Keti koti – bevrijdingsdag – voor ons allemaal.[7]

© Chris Elzinga, 1 juli 2021

Noten

[1] Dit gebeurde met de Emancipatiewet. De slavernij was in grote delen van Nederlands Indië in 1860 al afgeschaft; in andere delen, die indirect onder Nederlands bestuur vielen, duurde slavernij nog tot na 1910 voort. Zie voor meer informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Nederlandse_slavernij

[2] Ketikoti is een term uit het Sranantongo, naast het Nederlands de belangrijkste taal die in Suriname wordt gesproken.

[3] Zie https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/slavenhandel-in-cijfers

[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Fort_Sint_George_(Ghana)

[5] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_Nederlandse_slavernij

[6] De les van de Waarheidscommissies in Zuid-Afrika, waar Desmond en Mpho Tutu in hun boek ‘Het boek van vergeving’ over spreken is: geef leed een stem, spreek het uit, en geef het erkenning. Dat maakt de weg vrij voor vergeving, in welke vorm dan ook. Dan kan bekeken worden hoe herstel kan plaatsvinden en hoe de partijen met elkaar verder kunnen.

[7] De Slavernijtentoonsteling in het Rijksmuseum is op 18 mei door koning Willem Alexander geopend en tot 29 augustus 2021 te bezoeken.

, , , , , , ,

Reacties gesloten.