Inkijkje in een dyslectische mind (Chris Elzinga)

Hoe is het om met dyslexie door het leven te gaan? Ik heb pas laat in mijn leven ontdekt dat ik te maken heb met een milde vorm. Sindsdien heeft de schaamte erover plaatsgemaakt voor een flinke dosis humor en voor verwondering over de creativiteit waarmee mijn mind woorden verhaspelt.

Dyslexie, alleen dat woord al. Terwijl ik het intik, twijfel ik: is het nu met een ‘x’ of toch met ‘ct’? Ik denk dat het een ‘x’ is. Gelukkig, de spellingscheck gaat ermee akkoord; ik kan weer verder.

Ik heb lang niet geweten dat ik een vorm van dyslexie heb. Zelf heb ik nooit last gehad van verspringende woorden of omkeringen van letters. Maar op school was vanaf het begin mijn leestempo heel traag. Niemand die er wat van zei, want op de een of andere manier beïnvloedde het mijn cijfers niet. En voor mijzelf was het normaal. Pas veel later begreep ik dat dit trage leestempo een symptoom is van een dyslectische mind – ja, nu ineens ‘dyslectisch’ wel met ‘ct’!

Is het nou ‘vijver’ of ‘vijfer’?

Dat kreeg ik pas in de gaten toen mijn jongste dochter op de basisschool allerlei woorden moest leren schrijven. Automatiseren is een belangrijke factor in het leren van een taal en dat geldt zeker voor dyslecten. Ze had eerst het cijfer ‘vijf’ leren schrijven. Okay, eerst een ‘v’ en dan een ‘f’. Maar dan het woord ‘vijver’. Ze bleef maar ‘vijfer’ schrijven, vanuit de logica die ze al met het woord ‘vijf’ had ontwikkeld.

Als ik haar op andere momenten vroeg hoe ‘vijver’ gespeld wordt, kon zomaar twijfel toeslaan. Ze wist dat er iets was met dat woord. De vorige keer had ze het fout, dus moest ze het nu anders schrijven. Maar was die laatste keer nou ‘vijver’ of ‘vijfer’? Nou vooruit, dan zal ‘vijfer’ wel het goede woord zijn… En dan die verwarring als bleek dat dit toch niet goed was. Zo ging het vaak.

Na de basisschool is ze naar de Vrije School gegaan. Daar trof ze een leraar die dyslexie gelukkig niet als een probleem zag. Uit ervaring wist hij dat veel dyslecten heel creatief zijn in taal en goede verhalenvertellers zijn. Tijdens een ouderavond vroegen wij enigszins bezorgd hoe het met de taalontwikkeling van onze dochter was gesteld. Zijn voornaamste wedervraag was: “Is ze gelukkig?” Dat was ze. En daarmee was voor hem onze vraag beantwoord. Want gelukkige leerlingen leren veel beter en gemakkelijker dan ongelukkige. En met het gebruik van computers is spelling lang niet zo’n probleem meer. Gaandeweg is haar spelling steeds beter geworden, dankzij het feit dat er niet steeds gewezen werd op wat ze fout deed. Lang leve de spellingscontrole!

Een traag leestempo

Mijn dyslexie heeft een andere, milde vorm. Spelling op zich was niet zo’n probleem. Wel ben ik lang in de fase van het spellen zelf blijven hangen, wat het trage leestempo verklaart. Blijkbaar kon ik hele woorden niet overzien. Als ik dat wel probeerde, ontging me waarschijnlijk de betekenis van de woorden. Ik weet nu dat dit te maken heeft met het feit dat veel dyslecten in eerste instantie raden wat er staat. Een tijdje geleden gaf mijn dochter me de volgende tekst:

Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het niet uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we niet ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel.

We bleken deze tekst uitstekend te kunnen lezen, terwijl mijn niet-dyslectische partnerer grote moeite mee bleek te hebben. Dit is de oorspronkelijke tekst:

Volgens een onderzoek op een Engelse universiteit maakt het niet uit in welke volgorde de letters in een woord staan, het enige wat belangrijk is is dat de eerste en de laatste letter op de juiste plaats staan. De rest van de letters mogen willekeurig geplaatst worden en je kunt vervolgens gewoon lezen wat er staat. Dit komt omdat we niet elke letter op zich lezen maar het woord als geheel.

Gered door een visueel geheugen

Waarom haalde ik toch goede resultaten op school? Ik vermoed dat dit te maken heeft met mijn visuele geheugen. Ik kan heel goed beelden onthouden, dat geldt ook voor woorden. Als ik niet weet hoe ik een woord moet spellen concentreer ik me op wat ik in mezelf ‘zie’. Dan schrijf ik het woord als het ware over van een soort projectiescherm in mijn geheugen. Dat werkt eigenlijk heel goed.

Zo gaat het in principe ook bij namen. De grote test vindt altijd plaats als ik iemand ontmoet die ik een tijdje niet heb gezien. Het begint met niet weten hoe de persoon heet – terwijl er zo’n akelig stemmetje in me sneert dat ik me daar echt voor moet schamen. Plopt er op mijn innerlijk projectiescherm een naam op? Soms wel, gelukkig, ik ben gered – soms niet, dan weet ik het ook echt niet, want het projectiescherm blijft akelig leeg…

Verwarrende namen

Als namen op elkaar lijken kom ik in hetzelfde vijver-water terecht waar mijn dochter zo bekend mee is. Ik ken iemand die ‘Ronald’ heet en een ander die ‘Roland’ heet. De laatste ontmoette ik onlangs op mijn werkplek in Amsterdam. Het projectiescherm was niet helemaal duidelijk, beide opties waren mogelijk. Ik dacht nog: “De vorige keer had ik het fout, dus zal het nu waarschijnlijk ‘Ronald’ zijn.” Fout dus… Meestal probeer ik me eruit te redden door de naam wat onduidelijk uit te spreken…

Een ander voorbeeld. Laatst vroeg iemand me naar een kennis die ‘Veugelaers’ heet. Op mijn projectiescherm verschijnt steeds ‘Vleugelaers’. Mijn mind kan niets bakken van ‘Veugel’, en komt dus met het betekenisvollere en bekendere ‘Vleugel’…

De grap ervan inzien

Het heeft ook een heel vermakelijke kant. Als ik een verhaal vertel verhaspel ik vaak namen van mensen, titels van boeken, van evenementen etc., zonder daar erg in te hebben. Laatst stelde ik mijn partner voor om naar De Koperen Ketel te gaan, een leuk café aan de rand van Haarlem. Ze keek me wat bedenkelijk aan, tot ze met een schaterlach zei: “Oh, bedoel je De Stinkende Emmer!?” Zo ver kan ik er dus naast zitten.
Sinds ik mijn dyslexie ruiterlijk erken zie ik hoe creatief en onvoorspelbaar mijn mind eigenlijk is in het verhaspelen van woorden. Gelukkig kan ik er nu ook de grap van inzien en lach ik tegenwoordig hartelijk met haar mee.

© Chris Elzinga, 1 mei 2018

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

3 reacties voor Inkijkje in een dyslectische mind (Chris Elzinga)

  1. Ina 14/05/2018 op 16:46 #

    Dat is interessant Chris wat je zegt over een ander woord zien met een totaal andere associatie.
    Dat gebeurt mij ook regelmatig en dan schrik ik altijd een beetje: WAT STAAT DAAR???? Even nog eens goed kijken en dan zie ik wat er echt staat.
    Zou dyslexie kunnen zijn maar ik denk eerder dat het in mijn geval mijn mind is die altijd wel klaar staat om iets potentieel bedreigends te zien, gelukkig is het maar een gedachte

  2. Ina 11/05/2018 op 22:30 #

    Interessante blog Chris, geschreven met veel humor, leuk.
    Zelf had ik geen enkele moeite met het lezen van de verhaspelde text, ben ik dan ook een beetje dyslectisch?
    haha.

    • Chris Elzinga 14/05/2018 op 09:49 #

      Beste Ina,
      Er is veel te zeggen over dyslexie. Dyslecten raden vooral wat ze lezen. Als ze een groep letters zien, combineert hun brein dat tot een betekenisvol woord; de volgorde van de letters doet er minder toe. Ik denk dat ook veel mensen die niet dyslectisch zijn woorden op dezelfde manier woorden ‘raden’.
      Overigens kan dat raden van woorden ook tot allerlei andere associaties leiden. Tijdens een reis door Duitsland kwam ik ooit door het plaatsje ‘Hiller’. Ik las ‘Hitler’ en moest even goed kijken wat er stond, want dat was wel een erg onwaarschijnlijke dorpsnaam!

Geef een reactie