In gesprek met mezelf (Ingrid Schaafsma – gastschrijver)

De laatste tijd bezocht ik veelvuldig concerten van Nederlands beste zanger. Zijn muziek en teksten spreken mij enorm aan; sommige nummers roepen een sfeer van melancholie op, van een vrolijke spitsvondigheid. In het afgelopen jaar moest ik het ouderlijk huis opruimen en terwijl ik alles door mijn handen liet gaan, draaide ik zijn muziek. Het betekent veel voor mij. Door zijn muziek en teksten beland ik een goede sfeer waarin ruimte is voor terugkijken en waar ook weer iets nieuws aan de horizon gloort.

Fan

Meestal komt hij na afloop van een optreden naar de foyer om cd’s te signeren en een praatje te maken. Voorheen bleef ik op afstand of durfde ik niet veel meer uit te brengen als ‘wat een mooie cd’. Dit veranderde op het moment dat hij met een gelegenheidsformatie ging optreden en er als vanzelf bij het signeren na afloop een leuk gesprek ontstond. Ik vroeg dan naar zijn teksten, naar bepaalde nummers en ik kreeg grappige reacties van hem terug. Ik vind hem een interessant en bedachtzaam figuur met hele scherpe observaties en opmerkingen. Dat intrigeert mij, temeer daar ik een spreekwoordelijke spring- in het veld ben, dat wil zeggen: wanneer ik mijn verlegenheid overwin, begin ik snel te praten en over teveel onderwerpen tegelijk, niet altijd even handig.
Met een goede vriendin van mij ging ik naar maar liefst vijf concerten van die gelegenheidsformatie en het laatste concert had voor ons een mooi afscheid moeten zijn. Nog één keer zouden we alle nummers meezingen en hen bedanken voor de geweldige concertenreeks.

De laatste avond

Die avond was het enorm druk in de foyer en samen met vele andere fans wachtten wij tot de rij was opgelost. Nog voordat ik aan de beurt was, hoorde ik hem ineens, onderwijl stuurs kijkend, vrij hard en scherp zeggen: “Schiet eens op, je wilde toch een handtekening, kom kom”. Ik schrok me wild. Ik schrik niet eens zozeer van wat hij zei, maar de strenge toon waarop hij dat deed. Zo hoefde ik geen handtekening, maar dat zei ik niet. In plaats daarvan werd ik verlegen en gedwee overhandigde ik hem de cd. Mijn vriendin vertelde nog gauw aan hem dat ik er een heel verhaal bij had. Hij keek heel even op en wachtte tot ik zou gaan praten. Maar ik zei niets en knikte: ‘Nee, geen verhaal’. Met een schild van innerlijke verdediging keek ik dwars door hem heen en liet ik niets merken. Het liefste had ik gezegd: ‘Ik  hoef je handtekening niet, in ieder geval niet op deze manier.’ Ik slikte mijn teleurstelling in. Anderen die het zagen, zeiden dat er eerder al iets voorgevallen moest zijn in de rij. Misschien had iemand zich opgedrongen of zoiets, of hij was gewoon moe en het signeren zat. Intuïtief voelde ik ook wel aan, dat het niet met mij te maken had, dus niets aan de hand zou je zeggen.
Thuisgekomen draai ik zijn cd’s om. Zijn hoofd hoef ik voorlopig niet te zien. Oei, en dan blijk ik ineens toch wat bozer te zijn dan ik toe wil laten.

Wat zeg je tegen jezelf?

‘Niets aan de hand’ loopt volledig uit de hand. De volgende ochtend houdt het me intens bezig en de film herhaalt zich. ‘Wat heb ik verkeerd gezegd of gedaan?’, vraag ik me af. ‘Ligt het aan mij?’ ‘Laat het je niet raken’, praat ik mezelf moed in en ‘hij is ook maar gewoon een mens en jij bent een onbenullige fan’. Op Facebook zie ik mensen met hem op de foto staan, op diezelfde avond. ‘Maak jezelf nu maar niets wijs.’ Zo zit ik mezelf buitenproportioneel op mijn kop te geven. En voordat ik het weet moet ik onbedaarlijk huilen. ‘Waar komt dit nou vandaan?’ verwonder ik mij oprecht. Gevoelens van afwijzing en gedachten als ‘doe ik het wel goed’, komen naar boven.

In de Transactionele Analyse, TA, een stroming in de psychologie, kent men injuncties. Dit zijn zogenaamde ouderlijke verboden die het kind voor het 5e levensjaar onbewust heeft overgenomen van zijn ouders, die zich op hun beurt niet bewust zijn van het feit dat ze dit doorgeven. Ze worden ook wel stoppers genoemd. Je wordt in het huidige moment gestopt om een adequate reactie te geven. In ieder geval is de communicatie niet effectief. Dit kan ook de communicatie met jezelf betekenen, jouw innerlijke stem. Wat zeg je tegen jezelf? Een voorbeeld van een injunctie is: wees niet belangrijk. Dit houdt in dat je jezelf in bepaalde situaties klein maakt, jezelf niet de moeite waard genoeg vindt om je uit te spreken. Je vraagt niet om wat je nodig hebt of bijvoorbeeld bij een complimentje zeg je dan: och, dat stelde niks voor.

Gevoelens en gedachten die een jong kind kan ervaren, wanneer het niet snapt wat de volwassene nou bedoelt als hij een standje krijgt of wanneer de volwassene op een strenge toon iets zegt. Het kind kan nog niet goed onderscheiden of hij iets verkeerd doet of dat de volwassene zelf ergens over gefrustreerd is en zich daarom zo uit. Het beeld raakt vertroebeld en het kind slaat de gegevens en de gevoelens die hiermee gepaard gaan op. Wanneer op een later moment in het leven iets soortgelijks gebeurd, kan het als een elastiek terugkeren en heb je het niet direct in de gaten. In mijn geval drong zich in de emotionele fase direct de vraag op of ik het wel goed had gedaan. Ben ik het wel waard om daar te staan en een gesprekje met die zanger aan te willen knopen? Belangrijk is in het hier en nu te onderkennen wat er aan de hand is en jezelf permissie te geven deze gevoelens toe te laten, jezelf oké te vinden.

Nadat alle emotie weggeëbd is, besef ik dat dit over mijzelf gaat en niet over die artiest. Die is naar de achtergrond verdwenen, zoals het hoort. Inmiddels schalt de eerste cd al weer door de boxen.

1 juni 2018 ©Ingrid Schaafsma

Tip:

Als je de column met anderen op Facebook wilt delen, klik dan op ‘Pagina leuk vinden’, helemaal onderaan in de voettekst.

Nog geen reacties.

Geef een reactie