Ik eet mijn eigen dieren

De manier waarop wij tegen ons voedsel aankijken en hoe het wordt geproduceerd moet veranderen. Minder vervuilend, diervriendelijker, duurzamer en tegen een eerlijke prijs. Belastingheffing kan daarbij helpen.

Opgegroeid in een boerenfamilie is het soms lastig uitleggen dat ik nagenoeg geen vlees eet. Als ik al vlees eet dan is dat alleen vlees van eigen slacht. Maar juist daarover verbaast menigeen zich des temeer. “Hoe kan je nu je eigen dieren opeten?” krijg ik dan vol ongeloof te horen. Dat is nog veel moeilijker uit te leggen dan géén vlees eten.

Geur van de slacht

Ik ben nooit echt een fan van vlees geweest. Ik denk dat ik dat uit mijn jeugd heb overgehouden. Eén keer per jaar slachtte mijn grootvader een eigen varken, dat kon toen nog. Wij mochten dan niet in de slachtschuur komen. Toch heb ik ooit stiekem om het hoekje gekeken, want iets dat niet mag blijft trekken, daar ben je tenslotte kind voor.

De aanblik van een geslacht varken aan een haak zal ik nooit vergeten. Het is mij tot op de dag van vandaag bijgebleven. Vooral de geur van de slacht, het verschroeien van de haren, de weeïge lucht van het bloed, de geur van het varken, ruik ik weer als er varkensvlees op de barbecue ligt. Vreselijk.

Leven met de natuur

Mijn beide grootvaders waren midden vorige eeuw, volgens de huidige norm, keuterboertjes. Zij waren redelijk zelfvoorzienend met een moestuin, kippen, melk en eigen slacht van varken of rund. Ook zij aten hun eigen dieren, dus zo vreemd is dat niet om te leven van eigen slacht. Ze waren ook toen al enorm duurzaam. Niets werd verspild of zomaar weggegooid en alles zoveel mogelijk hergebruikt.

Helaas is onze huidige leefstijl vervreemd van het leven met en in de natuur. Wij kennen allemaal de voorbeelden van de kinderen die niet beter weten dan dat melk uit een pak uit de supermarkt komt. En wie weet eigenlijk hoe spruitjes groeien? Het zou voor de mens, maar zeker ook voor onze aarde, beter zijn als wij wat nadrukkelijker betrokken zijn bij waar ons voedsel en alle grondstoffen vandaan komen, waardoor wij meer respect krijgen voor de natuur, de aarde en alles wat leeft.

Eerlijke prijs

Het is niet vreemd dat de boeren in protest gaan tegen de stikstofplannen van het kabinet. De veeleisende consument is gewend aan de lage prijzen voor voedsel. Dus moet er intensief tegen zo laag mogelijke kosten geproduceerd worden. Dat is zeker niet (alleen) de schuld van de agrariërs. Willen wij een leefbaar milieu dan moet er een omslag komen in het denken over voedsel en het gebruik van energie en grondstoffen.

Ik ben blij te zien dat er steeds meer biologische bedrijven ontstaan. Vooral jonge boeren zien de noodzaak een nieuwe weg in te slaan, om hun toekomst zeker te stellen. Ook ligt er een uitdaging voor de politiek. Een bruikbaar instrument voor een eerlijke prijs vinden wij in de belastingheffing. Wat schaars, ongezond of vervuilend is krijgt een hoog btw-tarief en de rest, zoals biologische en duurzame producten, het lage btw-tarief. Hoe moeilijk kan het zijn?

Bushcraften

Er is een interessante ontwikkeling gaande om de verbondenheid met de natuur te herstellen. Kennissen van ons zijn bezig met bushcraften. Zij gaan nog een stapje verder in zelfvoorzienend leven, daar valt onze levensstijl bij in het niet. Zij bereiden zich voor om een langdurige survivaltocht te ondernemen ergens in Scandinavië. Hiervoor moeten zij leren hun eigen leefomstandigheden te creëren, zoals het bouwen van een hut, het maken van gereedschap en het zoeken naar voedsel. Dit betekent uiteraard ook jagen op dieren, villen, vuur maken en water zoeken, maar ook huiden prepareren voor kleding.

Met verbazing hoor ik hun verhalen. “Is dat niet wat voor jullie?” vroegen zij aan ons. Dat zou je denken. Ik vind het heel knap en moedig wat ze doen, maar dat gaat mij net weer wat te ver. Ik beperk mij tot onze eigen omgeving met permacultuur, moestuin en dieren en een zo laag mogelijke ecologische voetafdruk. Wat survivallen betreft lees ik liever de boeken van Jean M. Auel over de Aardkinderen. Lekker wegdromen bij de verhalen van Ayla en Jondalar, terwijl ik in een comfortabele fauteuil dichtbij mijn houtkachel zit.

Eigen dieren eten

Ja, wij eten onze eigen dieren. Ieder jaar is er een overschot aan mannelijke dieren. Ze laten leven in onze schaapskudde zou tot een ramp lijden, enerzijds vanwege de kans op inteelt, maar ook vanwege de machtsstrijd tussen de rammen onderling die kan ontstaan. Om zelfvoorzienend te worden is terugdeinzen om de eigen dieren te eten hypocriet.

Om mijn emoties op afstand te houden zorg ik ervoor dat ik geen band opbouw met de jonge rammen, want die gaan vroeg of laat weg, naar een andere kudde of naar de slacht. Wij brengen onze dieren persoonlijk naar een kleinschalige slachterij, alwaar ze met zo min mogelijk leed worden gedood en verwerkt. Als ik vlees eet, dan wel graag in de wetenschap dat het dier een mooi leven heeft gehad.

© Jolanda Verburg, 1 februari 2020

*Alle foto’s zijn privébezit.

, , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie