Ik ben gewaar, dus ik besta (Chris Elzinga)

Met ons denken bevestigen we ons bestaan. René Descartes heeft dat in de 17e eeuw al verwoord. Maar ervaren we ons bestaan werkelijk via ons denken? Bevestigen we dan niet eerder een beeld van onszelf? En wat gebeurt er als het denken stopt? Bestaan we dan niet meer?

Ik denk, dus ik besta

Dit is wellicht de bekendste uitspraak van René Descartes.

Deze uitspraak was mijn pleegmoeder op het lijf geschreven. Ze kon zich niet voorstellen hoe het zou zijn om niet te denken. Haar mind was zelden stil en voor haar hoefde dat echt niet. Ze kende die mogelijkheid ook niet. Daarom begreep ze niet waar mediteren goed voor kon zijn. Zo nu en dan vroeg ze, als ik weer eens uit een retraite kwam, wat ik daar in hemelsnaam deed, maar ze wilde niet echt luisteren. Die stilte van de mind was te vreemd voor haar. Juist haar denken gaf haar houvast in haar leven.
Dat klopt. Met het denken construeren we onze eigen werkelijkheid. We hebben voortdurend allerlei gedachten over hoe we ons in die werkelijkheid moeten bewegen. Dat geeft ons een gevoel van oriëntatie en het idee dat we controle over het leven hebben.

Ik denk, dus ik denk dat ik besta

En in het centrum van die zelf geconstrueerde werkelijkheid sta ikzelf. Ik feite zijn al mijn gedachten daaraan gerelateerd. “Ik ga straks naar de supermarkt”, “Ik moet nog een vriend opbellen, of zal ik appen?”, “Mijn collega heeft mij niet zo leuk behandeld”.

Door al die gedachten te denken construeer ik een beeld van mezelf. En die gedachtenactiviteit zorgt ervoor dat die constructie steeds gevoed en bijgesteld wordt. Zo krijg ik een gevoel dat ik besta. Maar in feite zorg ik ervoor dat het beeld blijft bestaan dat ik van mezelf heb.
De uitspraak van Descartes zou ik dus willen aanpassen: ‘Ik denk, dus ik denk dat ik besta’. Maar hoe weet ik nu dat ik, die niet in een beeld te vangen is, werkelijk besta?

Als het denken stopt

Laten we eens kijken wat er gebeurt als het denken stopt. Als ik bewusteloos ben stopt mijn denken, maar ik blijf wel bestaan. Weliswaar ben ik me daar dan niet van bewust, maar omstanders zullen bevestigen dat ik wel degelijk besta.

Er is nog een andere mogelijkheid, waarin het denken als activiteit stopt, maar bewustzijn wel degelijk aanwezig is. Dat is een staat die veel mensen in meditatie ervaren. Wat is dat voor een staat?
Stel je voor dat je ergens zit en naar iets simpels kijkt als een beker of een muur of een blad van een plant. Je kijkt heel neutraal. Misschien komen er gedachten in je op over die beker, die muur, dat blad. Maar wat als je daarvan afziet, als je dus alleen maar waarneemt wat er in je blikveld is, zonder intern commentaar? Dan merk je wellicht dat de gedachteactiviteit afneemt, je mind wordt stiller. Tegelijkertijd blijf je het object waar je aandacht op gericht is heel duidelijk gewaar. Misschien zie je details die je niet eerder hebt opgemerkt. Ook die details hoef je alleen maar waar te nemen, zonder gedachtecommentaar.


Als ik zelf deze staat ervaar, wordt alles in mijn blikveld heel helder. Alles lijkt echter dan voorheen, alsof ik alles met nieuwe ogen zie. Het is directe ervaring van helder gewaarzijn.

Ik ben gewaar, dus ik besta

Ook mezelf ervaar ik dan anders. In dit heldere gewaarzijn heb ik nauwelijks tot geen gedachten, dus ook niet over mezelf. Dan blijk ik helemaal geen beelden over mezelf nodig te hebben om mijn bestaan te bevestigen. Want ik neem met al mijn zintuigen heel direct waar dát ik besta. Daarom kan ik nu dus zeggen: ‘Ik ben gewaar, dus ik besta’.

Blijft de vraag over wie de ‘ik’ is die dan bestaat. Als dat ik niet ingevuld wordt met beelden over wie ik denk te zijn, wie ben ik dan wel? Eigenlijk is daar heel weinig over te zeggen. Maar in dat heldere  gewaarzijn is dat ook helemaal geen probleem. Want ik hoef niet te twijfelen over mijn bestaan.
Als je dit voor het eerst meemaakt kan het eng zijn om jezelf als zo leeg en onbepaald te voelen. Want er zijn geen beelden meer om je aan vast te houden en om je bestaan te bevestigen.
Dat is misschien ook waarom mijn pleegmoeder het niet aandurfde om haar denken tot rust te brengen. Wie zou ze zijn als ze die leegte, dat ongedefinieerd zijn, werkelijk zou toelaten? Zou ze nog wel bestaan in de vorm waarin ze zichzelf kende?

© Chris Elzinga, 1 juli 2019

De afbeeldingen zijn vrij van auteursrechten. De eerste is via Pixabay verkregen van Pexels. De tweede is gemaakt door de auteur zelf.

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

, , , , ,

3 reacties voor Ik ben gewaar, dus ik besta (Chris Elzinga)

  1. Lenie van Schie 06/07/2019 op 06:54 #

    Mooi Chris, ik las je al….. wat een bevrijding, geen ik meer….

  2. Geert van den Munckhof 04/07/2019 op 17:23 #

    Je verhaal nodigt me uit om dieper na te denken over de uitspraak van René Descartes. Ik vind dit citaat dat ook van Descartes afkomstig schijnt te zijn: ‘Ook al kan ik alles, wat ik me voorstel, elke kennis die ik vermeen te bezitten, in twijfel trekken, mijn voorstellingen bestaan en derhalve besta ik, die deze voorstellingen produceer. Zelfs de twijfel, juist de twijfel, bewijst mijn bestaan; want zolang ik twijfel, is er een twijfelaar. Ik denk, dus ben ik; ik twijfel, dus ben ik; ik word bedrogen, dus ben ik.’ Daar heb jij er nu een aan toegevoegd. Vrijvertaald: Ik ben gewaar, dus ben ik.

    Wat me intrigeert is jouw vraag op het eind, wie die ik is, die dan bestaat. Ik ben geen latinist, maar rept ‘cogito, ergo sum’ eigenlijk wel van een ‘ik’? Zonder kennis van zaken zou mijn vertaling zijn: ‘Denken, dus zijn’. In dat geval blijft het bij een constatering. Maar ja, wie is dan degene die de constatering doet… Dat zou iedereen kunnen zijn. Zelfs je pleegmoeder 😉

    M.a.w. ik kom er nog niet uit (dus ik ben?)

    • Chris Elzinga 16/07/2019 op 12:47 #

      Bedankt voor je reactie, Geert,

      Het citaat dat je van Descartes toevoegt is inderdaad interessant, omdat hij daarin de identiteit benoemt van degene die twijfelt: nl. de twijfelaar. Maar wat als je die identiteit in twijfel trekt? Of als je aan de noodzaak gaat twijfelen dat je zou moeten twijfelen om te bestaan? Wat of wie blijft er dan over?

      ‘Cogito, ergo sum’ betekent letterlijk: ‘Ik denk, dus ik besta’. ‘Sum’ is latijn voor ‘Ik ben’; ‘zijn’ is in het latijn ‘esse’. Dus blijft de vraag naar de ik die de uitspraak doet bestaan…

Geef een reactie