Hoop en een heup (Dirk Oegema)

Hoop op… dat het beter gaat. Natuurlijk. Meer wordt. Hoger, dieper. Materieel tot en met spiritueel. Of, in the end, fysiek.

Hoop. Ik zit aan een vreemde tafel te wachten op mijn vrouw. Zij is net verdwenen, in de lift. Of die naar boven of naar beneden ging weet ik niet. Op weg naar een heupoperatie. Rechterheupgewricht, alles nieuw, kop en kom.

Ik hoop duidelijk op een geslaagde ingreep. En ik voel duidelijk de onzekerheid van het moment. Van ingrijpen en het leven. Voel de ruimte die er is tussen hoop en vrees. Ik heb de pen gepakt, omdat ik weet dat deze ervaring zo vluchtig is. En het lezen van de boze Telegraaf die hier voor me ligt helpt me, maar ook weer niet. De operatie duurt een minuut of veertig. Straks komt ze door dezelfde lift weer binnen en is het gelukt of niet gelukt. Ze heeft hier alles mee overigens, de succes-en-falen-ratio ligt geruststellend hoog. En toch ben ik hier, in dit tussengebied. In de wereld van onzeker, van niet weten.

Hoe doe je dat: open zijn in deze onzekerheid? Hoop doet leven, zeggen ze. De hoop teveel opgeven kan de afslag zijn naar depressie. Te hard hopen is evenzogoed onrealistisch. Zo’n overdosis hoop. Dus hoe kan ik open zijn in de onzekerheid zonder mij te verliezen in te veel of te weinig hoop. De logica biedt hier weinig houvast, merk ik. Bijvoorbeeld als ik bedenk dat ik in het hier en nu absoluut veilig ben voor elke onzekerheid. Zodra ik het verleden en de toekomst loslaat. Verlicht zijn maakt het wel heel simpel, weet een ander stukje in mij. Typisch de weg van de minste weerstand.

Leven als bewegen tussen vrees en hoop. Al balancerend, voetje voor voetje, op dit slappe koord. Open naar wat er is. Vrees of hoop. Die precies zo groot of klein is als ie is. Het leven en mezelf daar in de ogen kijken. Hoe doe je dat?

Terwijl mijn pen zo verder beweegt gebeurt er van alles om mij heen en in mij. Om mij heen een komen en gaan van wachters zoals ik en van vriendelijk knikkende medewerkers in geruststellende witte outfit. Ik zit recht tegenover hun koffieautomaat en er is extatische opwinding over een totaal nieuwe koffie die daaruit komt. Ondertussen, iets verderop, maakt de chirurg haar heup open, haalt er dingen uit en stopt er dingen in. Mijn broer belt, “hoe het gaat”. Dat leidt af zolang het gesprek duurt. Stelt op de een of andere manier gerust. Na nog meer wachten eindig ik op haar kamer. Om nog meer te wachten. De chirurg hoor ik in de verte afscheid nemen voor zijn kerstreces. De operatie is blijkbaar afgerond! Het blijkt zijn laatste operatie van dit jaar. En weer wacht ik.

Dan gestommel, het bed draait de hoek om, twee zusters manoeuvreren het op z’n plek. Mijn vrouw, haar gezicht, opgelucht. En ik, als bij toverslag opgelucht, bij het einde van hoop en vrees.

© Dirk Oegema, 1 januari 2020

, , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie