Hoe bepalend zijn familienamen voor onze identiteit? (Chris Elzinga)

Onze identiteit zegt iets over wie we zijn. Dat geeft houvast. Zo identificeren we ons bijvoorbeeld met onze familienaam. Dat gaat vaak onbewust. Wat doet dat eigenlijk met ons? En wat gebeurt er als we onze achternaam veranderen? Een uitnodiging tot een gedachtenexperiment.

De vraag naar identiteit

De vraag naar identiteit is een boeiend onderzoeksterrein.
Identiteit zegt iets over wie je bent, wie je denkt te zijn of wie je zou willen zijn. Het zegt iets over je bestaan, over je plek in je familie en in de samenleving. Mensen met eenzelfde identiteit voelen zich snel verbonden met elkaar. Dat geeft houvast en we ontlenen er betekenis aan.

Onduidelijkheid over de eigen identiteit kan heel desoriënterend werken. Het roept vragen op als: wie ben ik en waar hoor ik eigenlijk bij? Veel mensen die geadopteerd zijn en niet weten wie hun biologische ouders zijn, worstelen hiermee. Er kan dan pas iets in hen tot rust komen als ze hun oorsprong kennen. Dit te weten geeft hun een gevoel dat ze bestaansrecht hebben.

Identificatie met onze familienaam

We ontlenen identiteit aan van alles en nog wat: aan ons geslacht, seksuele geaardheid, huidskleur, religie, politieke voorkeur, (sub-)cultuur, familie, clan, regio, land, werelddeel, noem maar op. Dat zijn allemaal bekende factoren. Met de identiteit die we ontlenen aan onze familienaam, ligt dat subtieler.

In Nederland zijn we gewend als achternaam de familienaam van de vader gebruiken. Stel je eens voor dat je de achternaam van je andere ouder – die van je moeder – zou gebruiken. Hoe zou dat zijn? Ik zou dan Chris Sonneveld heten in plaats van Chris Elzinga. Dat voelt in eerste instantie heel vreemd. Ik heb mezelf nooit zo genoemd, Chris Sonneveld… Het voelt leeg, als een oningevuld identiteit. Chris Sonneveld heeft nooit bestaan. Er is geen geschiedenis mee verbonden. Het is ook leeg omdat ik decennialang geen contact met die familietak heb gehad. Wat heb ik met de Sonnevelds?

Wie zou ik geweest zijn als…?

Als ik die naam dieper in me door laat dringen, lijk ik ineens meer bij mijn moeder’s familie te horen. Het heeft iets primitiefs, iets oers, alsof ik bij een stam hoor, waarbij de naam Sonneveld mijn entree-bewijs is. Wij mensen hebben in onze evolutie natuurlijk miljoenen jaren in stamverband geleefd. Blijkbaar laat die laag in ons bewustzijn zich niet zomaar door de moderne tijd wegpoetsen.

Ook voel ik een lichtheid, een vriendelijkheid, die te maken lijkt te hebben met kwaliteiten die in deze familie meer aanwezig zijn dan in de wat strengere en zwaarmoediger familie Elzinga. Er lijkt meer levensvreugde te zijn. Maar misschien heb ik het mis en komt die lichtheid vooral doordat ik de conflicten niet heb meegekregen, die ongetwijfeld ook in deze familie hebben gespeeld.

Zou ik lichtvoetiger en vrolijker zijn geweest als ik als Chris Sonneveld door het leven was gegaan? Zou ik minder aan mijn bestaansgrond getwijfeld hebben? Die twijfel heb ik als pleegkind en ook in mijn volwassen leven heel lang gekend. In die periode had ik geen contact met de Sonneveld familie. Achteraf besef ik dat ik daarmee iets van mijn wortels – en dus van mijn bestaansgrond – kwijt ben geraakt. Zou ik een ander levensgevoel gehad hebben als de herinnering van die familie in mijn achternaam bewaard was gebleven?

Gedachtenexperiment

Intussen merk ik dat dit gedachtenexperiment me losser maakt van mijn identificatie met ‘Elzinga’. Als ik nu een neef of nicht hoor zeggen: “Ik ben een echte Elzinga”, ben ik geneigd toe te voegen: “En hoe lijk je op je moeder’s familie? Wat gebeurt er als je haar achternaam gebruikt?” Ik heb dit onlangs in mijn schoonfamilie ingebracht. Dat leverde interessante en levendige gesprekken op.

Dit experiment laat zich gemakkelijk uitbreiden. Stel je voor dat je met vrienden van achternaam wisselt. Ik zou dan bijvoorbeeld Chris Oegema heten en mijn vriend wordt dan Dirk Elzinga of Dirk Sonneveld, om het even. Als ik die nieuwe naam proef, heb ik daar in eerste instantie helemaal geen gevoel bij, maar het biedt me wel de mogelijkheid om me in Dirk te verplaatsen. Ik raak nieuwsgierig hoe het zou zijn om zijn ouders te hebben, om op te groeien in de omstandigheden waarin hij heeft geleefd en nog veel meer.

We zijn het allemaal

Stel je voor dat we dit op collectief niveau zouden doen. Opponenten die elkaars positie overnemen. Nederlanders die op een EK juichen voor het Duitse team, omdat ze voor een tijdje Duitsers zijn. En andersom natuurlijk. Of Joodse Israëliërs die zeggen: “Ik ben een Palestijn”. Palestijnen die zichzelf Israëliër noemen. Hoe lang zouden ze het dan nog volhouden oorlog met elkaar te voeren?

Je ziet het op allerlei plekken gebeuren: Bill Clinton die als president jaren geleden bij de Berlijnse muur zei: “Ich bin ein Berliner”. Tegenwoordig klinkt het als “I am George Floyd”. “MeToo!” – we zijn het allemaal.

© Chris Elzinga, 1 juni 2021

Beide afbeeldingen zijn van Gerd Altmann, verkregen via Pixabay.

, , ,

Reacties gesloten.