Het recht is krom (Jolanda Verburg)

Soms bekruipt mij het gevoel dat de rechtspraak niet (meer) zo past bij mijn gevoel van rechtvaardigheid. Het past niet bij de manier waarop ik tegen de wereld aankijk?

Ooit heb ik overwogen om Rechten te studeren, maar er kwam wat anders op mijn pad en achteraf ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan, omdat de juridische wetgeving qua redelijkheid en billijkheid volledig indruist tegen mijn gevoel van rechtvaardigheid. Voor mijn gevoel is het rechtssysteem gebaseerd op een manier van denken die niet meer bij mij past.

De weduwe

Begin deze maand diende de rechtszaak over de nalatenschap van mijn vader, die twee jaar geleden overleed, waarin wij (mijn broer, zus en ik) partij waren tegen de weduwe van mijn vader. Mijn moeder leeft al bijna 25 jaar niet meer. Mijn ouders waren in gemeenschap van goederen getrouwd en hadden een langstlevenden testament. Daarin stond tevens vermeld dat zodra mijn vader zou gaan samenwonen of hertrouwen hij ons erfdeel (kindsdeel) van mijn moeder moest uitbetalen. Duidelijke taal leek mij. Maar helaas blijkt dit achteraf juridisch niet zo te zijn.

Mijn vader heeft het recht in eigen hand genomen door zonder dat wij dat wisten te hertrouwen, met iemand die wij amper kenden. Hij heeft dat achter onze rug om gedaan, omdat hij het kindsdeel van mijn moeder niet wilde uitbetalen, want dan had hij zijn huis moeten verkopen. De veel jongere vrouw, van Aziatische afkomst, had hem onder druk gezet: het was trouwen of einde relatie. Pas jaren later zijn wij daar achter gekomen, helemaal schokkend was dat hij in algehele gemeenschap van goederen met haar is getrouwd.

 

Vrouwen zijn ondergeschikt aan de man

Hoe het kan dat wij nooit hebben geweten dat mijn vader was hertrouwd komt doordat ze nooit hebben samengewoond en zij geen deel uitmaakte van mijn vaders leven. Zij is nooit aanwezig geweest op onze familiefeestjes. Mijn vader was heel onduidelijk over zijn relatie met haar. Bij het communiceren hierover werden altijd rookgordijnen opgeworpen. Mijn vader was de baas en zijn wil was wet. Mijn moeder had niets in te brengen. Volgens de toen geldende traditie moest zij stoppen met werken toen zij trouwde, haar taak was die van huisvrouw.

In mijn jeugd hebben mijn vader en ik veel strijd gehad. Ik was de oudste in het gezin en heb de kooltjes voor mijn broer en zus uit het vuur moeten halen. Zij hebben het daardoor een stuk makkelijker gehad. Toen ik 19 was ben ik stampvoetend de deur uitgegaan. Ik was helemaal klaar met de traditionele, antifeministische en achterhaalde denkbeelden van mijn vader. In zijn ogen hadden vrouwen een ondergeschikte rol. Ooit in een boze bui zei hij dat hij maar één kind had: zijn zoon!

Streng gereformeerd

Mijn vader vond het maar niets dat mijn moeder in de jaren 70 weer aan het werk ging, zelfs niet voor een paar uurtjes per week. Een vrouw hoort thuis en de man verdient de kost, was zijn standpunt. Maar zij zette door: heimelijk deelde zij mijn feministische strijd.

Tijdens een vakantie samen met mijn moeder, biechtte zij op dat zij wilde scheiden, omdat ook zij moeite had met de bekrompen ideeën van mijn vader. Zij voelde zicht onderdrukt door hem en respectloos behandeld. Zij heeft het echter nooit aangedurfd om die stap te zetten, ze wist immers dat dit niet goed zou vallen binnen de zwaar gereformeerde familie. In 1996 is zij gestorven aan longkanker. Ik geloof in de symboliek van ziekzijn, het was voor haar slikken of stikken.

Ook in slechte tijden

Een aantal jaar geleden heb ik mijn vader gevraagd waarom hij hertrouwd is in gemeenschap van goederen. “Zij zou voor mij zorgen als ik oud en ziek zou zijn,” deelde hij mee “en ik zorg daarna financieel voor haar.” Maar in 2007 toen mijn vader voor het eerst in het ziekenhuis belandde, hebben wij de mantelzorg gedaan: hij was immers alleen!

Zo ook na zijn levensbedreigende operatie in 2011, waarna hij langzaam weer opkrabbelde. Toen hij weer praatjes kreeg en de lakens begon uit te delen, ten aanzien van zijn verzorging, die in zijn ogen niet deugde, heb ik een keer mijn kindsdeel uit de nalatenschap van mijn moeder opgeëist. “Wat denk jij wel!” zei hij “Er was helemaal niets van je moeder bij. Jouw moeder gaf alleen maar geld uit.” was zijn archaïsche reactie. Toen heb ik mijn vader een jaar niet gesproken. Ik was zo vreselijk boos op hem, net zo boos als toen ik ooit voorgoed mijn ouderlijk huis verliet.

Gevoel van onrecht

Ook toen wij inmiddels wisten dat hij hertrouwd was en zijn gezichtsvermogen hard achteruitging hebben wij hem geholpen. Evenals de laatste paar jaar van zijn leven toen dementie hem parten begon te spelen. Je laat je vader toch niet in de steek? De weduwe heeft mijn vader de laatste jaren niet meer bezocht. Achteraf had hij spijt. Hij wist heel goed dat hij bedrogen was, maar kon dat niet toegeven.

Het is een bizar idee dat ik mijn vader geregeld hulp heb moeten bieden op soms ongelegen en/of onmogelijke momenten, waarbij ik 60 km moest rijden en weer terug, terwijl zijn wettige echtgenote zo’n 5 km verderop woonde.

Recht opeisen

Toen mijn vader overleden was kwamen wij erachter dat hij door zijn huwelijk ons kindsdeel verkwanseld had. Zijn nieuwe huwelijk in gemeenschap van goederen prevaleerde boven ons recht op het kindsdeel van mijn moeder. Ik begrijp hier nog steeds niets van, voor mij is dit een uitermate kromme wettelijke gedachtegang en voelt erg onrechtmatig. Achteraf bezien heeft mijn vader ons met een hoop juridische ellende opgezadeld.

Via haar advocaat eiste de weduwe de helft van het vermogen van mijn vader, wettelijk had zij daar recht op. Zij beweerde dat wij op de hoogte waren van het voorgenomen huwelijk en dat wij daarmee hadden ingestemd. Dat wij niet aanwezig waren bij de huwelijksvoltrekking was onze eigen keuze. Dat wij daarmee de kans hadden gehad ons kindsdeel van mijn moeder op te eisen, maar dat niet hadden gedaan. Gelukkig is het zover niet gekomen.

Het recht is krom en vooral onmenselijk

De rechtszaak ging over de hoogte van de waarde van de huwelijksgemeenschap tussen mijn vader en de weduwe. Ons kindsdeel van mijn moeder, waar wij recht op hadden, was daarin van ondergeschikt belang. Mijn vader heeft door zijn nieuwe huwelijk ons het recht op ons kindsdeel van mijn moeder ontnomen. Zo krom is het recht.

Uitermate zuur is het feit dat mijn moeder in haar huwelijk kort is gehouden in haar doen en laten, uiteindelijk is weggekwijnd en (daardoor) te vroeg is gestorven. Terwijl de weduwe is weggekomen met een substantieel deel van mijn vaders nalatenschap. De boodschap die ik heb afgegeven aan onze advocaat was dat ik de wens van mijn moeder tot uitvoer gebracht wilde zien. En als dat zou betekenen dat ik niets zou erven van mijn vader dan was dat maar zo. Het heeft zo niet mogen zijn. Het gevoel dat achterblijft is boosheid naar mijn vader en vooral een gevoel van onrecht over het huidige rechtssysteem, waarin de redelijkheid en billijkheid maar vooral de menselijke kant ontbreekt.

Gelijkheid op alle gebieden

Wij leven in de 21e eeuw nog altijd in een patriarchale samenleving waarbij de gelijkheid tussen mensen ver te zoeken is. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit zijn weerslag heeft op het gebrek aan rechtvaardigheid in ons rechtssysteem.

De laatste weken is door de rechtszaak – die nog niet over is – veel emotie naar boven gekomen. Gelukkig krijg ik veel steun van mijn man. Wij vroegen onszelf af waarom onze relatie zo goed werkt. Onze conclusie is dat het vrouwelijke en het mannelijke – de yin en de yang – in ieder van ons goed in evenwicht is, waardoor wij gelijkwaardig zijn aan elkaar.

Foto’s: Pixabay en Pexels

© Jolanda Verburg, 15 april 2021

, , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie