Het einde van de homo faber? (Lenie van Schie)

Steeds vaker konden we in het afgelopen jaar geluiden opvangen van filosofen, sociologen, psychologen die aangeven dat we toe zijn aan een nieuwe visie op het leven. Gaat er werkelijk een einde komen aan de homo faber?

In Tijdgeest, de weekendbijlage van Trouw, van 14 november maak ik kennis met Birgit Meyer, hoogleraar religiewetenschap aan de universiteit van Utrecht, in een interview van Wilfred van der Pol. Dit interview levert de titel van deze column: homo faber: ‘de makende, scheppende mens die de natuur onder controle brengt’.

Het ego-zelf

Birgit Meyer: “Wij mensen in het Westen houden er een zelfbeeld op na dat uitgaat van het autonome individu, […] dat onbelemmerd door tradities z’n eigen keuzes maakt […].” Ze citeert de Canadese filosoof Charles Taylor die schrijft over het moderne verlangen naar een buffered self’, een zelf met een hek eromheen.

Een individu dat zichzelf ziet als op zichzelf staand, is hét kenmerk van de ego-persoonlijkheid.  We zijn met dat zelf geïdentificeerd, geloven dat we dat zelf ook werkelijk zijn en handelen overeenkomstig. Het is dit zelfbeeld, in spirituele tradities benoemd als een vals zelf – als onecht en onwaar – dat ons in de problemen kan brengen en dat vaak ook doet.

Zolang wij onszelf zien als een onafhankelijk individu, zijn we afgescheiden van onze wortels, afgescheiden van elke Oorsprong, van elke Grond. We zoeken ons houvast in onze prestaties, onze sociale contacten, de waardering uit onze omgeving. We proberen het leven voor onszelf zo aangenaam mogelijk te maken. Tot dat niet langer mogelijk is: een virus dat zich juist heel lokaal, van mond tot mond, verspreidt, maakt gebruik van de mondiale netwerken die we zelf ontwikkelden, om zich te verspreiden en een hele wereldorde plat te leggen.(1)

We waren al die tijd al onderling verbonden, hielden er altijd al netwerken op na, waren altijd al afhankelijk van elkaar en van de inzet van eenieder.

Mens als maker en schepper

Dit ego-zelf dat wij denken te zijn, denkt ook dat wij mensen het op Aarde voor het zeggen hebben. We danken dit mensbeeld aan de industriële revolutie die begon in 1750 in Engeland en die leidde tot een technologische en wetenschappelijke revolutie in de eeuwen daarna. We ontwikkelden stappenplannen die naar een gewenst resultaat zouden leiden, en protocollen waaraan de medische en psychische wetenschap zich behoren te houden om mensen naar lijf en psyche gezond te maken. We zijn de makers; de grondstoffen zijn voorhanden en er zijn voldoende mensen om ze uit de grond halen. ‘Vooruitgang’ lijkt niet te stuiten: in een rechte lijn gaan we voorwaarts, op naar meer welvaart en meer grip op ons leven.

Tot het klimaat een richting inslaat die wij niet hadden voorzien en een virus de wereld blijkt lam te kunnen leggen. Tot het aantal mensen dat leidt aan angst, depressie en gevoelens van zinloosheid toeneemt, en de psychische zorg die problemen niet meer op kan vangen. Er blijkt een grens te zijn aan wat wij als autonome, onafhankelijke mens kunnen bereiken.

Antropoceen

Het tijdperk waarin wij leven wordt wel het antropoceen genoemd, ‘een tijdperk waarin de mens een onuitwisbaar stempel op de natuur drukt en daarmee zijn eigen voortbestaan bedreigt’.(2) De tijd dat wij dachten heer en meester van ónze wereld te zijn en dat voor altijd zouden blijven, de tijd dat we dachten dat de Aarde een dood iets was dat we konden exploiteren, dat wij als mensen hoog verheven stonden boven de schepping, die tijd is voorbij.

Dat roept een grote diversiteit aan reacties op, waaronder de roep om meer controle, verzet tegen al die controle en onderliggend de angst.

Laten we dat begrip ‘controle’ – ik hoor het mensen in mijn spreekkamer vaak zeggen: ‘Ik wil controle hebben over mijn leven en ik ben bang die te verliezen’ – en alles wat daarmee te maken heeft eens wat verder uitpakken.

Controle

De crisis waarin we ons als mensheid bevinden, laat overduidelijk zien dat controle leidt tot blikvernauwing en een vals idee van macht.

Op het gebied van de medische wetenschap bijvoorbeeld zijn we ongelooflijk inventief geworden. We sporen alles op wat er in het menselijk lichaam mis kan gaan en lossen op waar we ziek van worden. Een te snel kloppend hart, een ontsteking die niet wil verdwijnen, een versleten heup, etcetera. Dat is fijn, dat is prachtig. Mijn grootvader stierf aan longontsteking toen mijn vader 2 was. Zijn broers, artsen, stonden machteloos aan zijn bed. Artsen waren al een tijd op zoek naar een bestrijdingsmiddel dat een paar jaar later werd gevonden: penicilline.

Zo worden we dankzij de medische wereld alsmaar ouder. Nu nog iets definitiefs vinden tegen kanker, alzheimer…en dan… Vooruit, alsmaar vooruit naar meer beheersing.

Gefotografeerd in Museum Nemo, Amsterdam

Zo proberen we corona te bestrijden zoals we gewend zijn dat met ziekten te doen: door maatregelen te nemen als het isoleren van de haarden van de besmetting en intensief onderzoek naar het bestrijdingsmiddel dat ook dit virus onder controle krijgt. De farmaceutische industrie, een van de paradepaardjes van onze westerse samenleving, draait op volle toeren. Nog even en de eerste vaccins kunnen worden toegediend. Tot het volgende virus opduikt.

De schaduw van de controle

In onze nood en behoefte om deze nieuwe vijand de baas te worden, realiseerden we ons niet dat we met die eenzijdige aanpak ook actief leed veroorzaken. Meer dan ooit worden we met onze neus op de feiten gedrukt dat we ook sociale wezens zijn, dat scheiding en isolatie tegennatuurlijk zijn. De economische effecten van deze aanpak worden door een groot pakket aan financiële maatregelen verzacht – althans in Nederland. De psychische en sociale gevolgen waren niet voorzien.

De poging tot controle en beheersing komt voort uit een denken dat zijn wortels heeft in een mechanistisch wereldbeeld. In dit beeld wordt de mens gezien als een ‘biologisch organisme’. Dat mensen een ziel hebben, een bewustzijn dat gevoelens heeft en behoeften kent, zoals contact en uitwisseling met anderen, zelfexpressie, zingeving en zelfrealisatie, die realiteit is op de achtergrond geraakt en in de vaart van de ‘vooruitgang’ vergeten. We zetten vooral in op een zo lang mogelijk leven en alsmaar meer welvaart. We zijn mensen van de ratio, van het verstand geworden. Voor emoties is geen plek, verlangens worden gekanaliseerd en we zijn het contact met wie we in wezen zijn voor een groot deel kwijtgeraakt.

Mattias Desmet, professor klinische psychologie aan de universiteit van Gent (met dank aan mijn zus Theoline die mij op zijn artikel wees), zegt het zo:
“Het Grote Verhaal van onze maatschappij is het verhaal van de mechanistische wetenschap; een verhaal waarin de mens gereduceerd wordt tot een biologisch ‘organisme’. Een verhaal ook dat de psychologische en symbolische dimensie van het menselijke wezen totaal miskent. Dat mensbeeld is de kern van het probleem. Elke behandeling van welke epidemie ook die vanuit dit mensbeeld vertrekt, zal het probleem uiteindelijk alleen maar erger maken.”(3)

Desmet ziet hoe de aanpak van corona angst genereert. Maar zit die angst niet veel dieper? Is angst niet inherent aan een cultuur die haar wortels negeert?

Angst en onze overlevingsdrift

We associëren onze sterke vaart voorwaarts niet zo gemakkelijk met angst. Maar hoe kan het dan zijn dat we kost wat kost vasthouden aan het beeld van het rationele, alles onder controle krijgende, onafhankelijke individu? Dat individu dat het voor elkaar moet zien te krijgen, niet zwak mag zijn, zijn best moet doen want anders kom het achterop? Wat maakt dat we doorgaan ook als we moe zijn en alsmaar streven naar beter en meer?

Is die meest basale drift, ons overlevingsinstinct, die drijvende, haast niet meer stuitende kracht, niet aangestuurd door een diep gevoel van onzekerheid en angst? Ligt hier niet de oorsprong van onze behoefte aan controle?

In onze poging om controle te houden over het leven brengen we, aldus Birgit Meyer, processen in gang die we moeilijk kunnen overzien, laat staan bedwingen. Bovendien is alles wat we hierin investeren, gericht op iets waarvan we zeker weten dat we het gaan verliezen, namelijk ons leven op Aarde. Ons overlevingsinstinct brengt ons precies daar waar we proberen vandaan te blijven.

Het hart

Wat zou er gebeuren als naast het verstand, ons hart een meer prominente plek zou krijgen in ons leven? Ons hart is in staat om ons in contact te brengen met wat ons werkelijk raakt. Met wat er echt toe doet. Wat kan er wel niet gebeuren als het overlevingsinstinct in dienst komt te staan van ons hart?

Als het hart leidend kan worden in ons leven, dan gloort hier een werkelijk nieuw mensbeeld, een nieuwe wereld. Daar is wat voor nodig. Dat hart van ons is gekwetst en verwond door tal van ervaringen van afwijzing en negeren. Het is pijn gedaan en velen onder ons hebben besloten om dat nooit meer te laten gebeuren. Als we ons hart voorzichtig verder gaan openen, komen we die pijn, dat lijden tegen; dat is onvermijdelijk.
Maar de pijn die we hier ontmoeten, zit er al heel lang. Die is ontstaan toen we nog een kind waren, jong en afhankelijk. Wat we toen niet konden verdragen, wordt nu wel mogelijk.

Hoe is het om het advies te volgen van een van de grote meesters die alles weten over het hart? Rumi raadt ons aan om daar te zijn, in de pijn en het lijden; die wond daar ontstaan, is de plek waar het Licht kan binnenkomen.

Naarmate ons hart zich verder opent, komen we dichter bij onszelf, krijgen we contact met wat ons het meest dierbaar is. We gaan onszelf liefhebben, onszelf en anderen meer respecteren. Een hart kent de liefde als geen ander. Het kan onder de indruk zijn van het wonder van het leven zelf. Dat hart van ons verlangt wat wij verlangen: grond, innerlijke rust, mogen zijn wie je bent, acceptatie. Het verlangt naar ‘dat het allemaal al lang goed is en dat je het niet hoeft te verdienen’.

Het lijkt de moeite waard te zijn, die inspanning, toch? Wij hoeven dan niet langer als afgescheiden individuen het voor elkaar te krijgen. We realiseren ons dat we deel uitmaken van een groter geheel, dat we ‘aardbewoners zijn te midden van andere aardbewoners’.(4) We weten ons gedragen door het Universum. Dat weten dichtbij, in het contact met jezelf, met dat wat jou, mij, ons, het meest dierbaar, het meest dichtbij, het meest intiem is.

© Lenie van Schie, 1 december 2020

Noten:

  1. Bruno Latour, een Franse filosoof en socioloog, ontving vorige week de Spinozalens voor zijn werk. In de Trouw van 21 november 2020 staat een interview met hem door Lyanne Tijhaar. Hij schrijft over netwerken die wij zelf aanleggen. In zijn boek Waar kunnen we landen? (2018) zegt Latour dat het tijd wordt om het niet meer over mensen te hebben, maar over aardbewoners te midden van andere aardbewoners.
  2. Het begrip is geïntroduceerd door de geoloog Alexei Pavlov, 80 jaar geleden. Deze omschrijving van antropoceen komt uit het interview met Birgit Meyer.
  3. Mattias Desmet, professor klinische psychologie aan de universiteit van Gent, Angst voor het virus. Hij plaatst de eenzijdigheid van het coronabeleid in een bredere context. Zie ook: de uitzending van De Nieuwe Wereld TV, Angst en massavorming in de coronacrisis, waar Marlies Dekkers in gesprek is met Mattias Desmet en filosoof Ad Verbrugge.
  4. Zie noot 1.

Op dit platform en ook op mijn website schreef ik meer over de huidige cultuur en de veranderingen die aan de gang zijn. Zie mijn columns All-Inclusive, en Gezegende onrust, over de patriarchale cultuur op dit platform.

2 reacties voor Het einde van de homo faber? (Lenie van Schie)

  1. Hans Borger 10/12/2020 op 19:48 #

    Hoi Lenie,

    Wat een prachtige alles omvattende duiding van de bijzondere tijd waar we in leven .
    We zitten in een overgang naar een andere tijd waarin er hopelijk meer bewustzijn komt.
    Goede feestdagen en veel licht toegewenst voor 2021 ..

    Hartelijke groet,

    Hans Borger

    • Lenie van Schie 11/12/2020 op 04:25 #

      Dag Hans,
      Dank je wel voor je reactie! Ja we leven inderdaad in een bijzondere tijd en het is goed als we dat kunnen zien. Dat biedt nieuwe perspectieven. Een nieuw bewustzijn, dat leeft al bij veel mensen en begint al een verschil te maken. Maar het vraagt ook tijd.
      Ik wens jou ook mooie feestdagen toe. En een mooi begin van 2021.
      Lenie

Geef een reactie