Herinnering en tijd (Gerome)

Ik ben in deze column vooral gefascineerd door tijds beleving die zich in een herinnering nestelt. Er gaat geen herinnering voorbij, of er komt tijd in naar bovendrijven die van grote invloed is op de wijze waarop een herinnering beleefd wordt.

Ik ben bij vrienden op bezoek in Utrecht. Ze wonen vlakbij het Wilhelmina park, Oudwijk, een park vol historie, waar arbeiders vroeger voor een lichte onthaasting naar toe kwamen. En een plek waar ik tijdens mijn lagere school tijd vlakbij in de buurt woonde. Ik kan het niet laten er tussen uit te piepen om een rondje door het park te doen. Na een kleine twintig minuten neem ik plaats op een bank bij de grote vijver en kijk naar de dobberende eenden. Het water glinstert. Een herinnering komt bovendrijven van een ijskoude winter waarin ik op de vijver aan het schaatsen ben. Er bestaat nog een foto waarop ik met mijn Friese doorlopers beentje over ga bij het nemen van de bocht.

Terwijl ik mijmer wandelt een vrouw mijn richting uit. In haar knotterige henna haar is een grote oranje roze vlinder gestoken. De kiezel stenen van het grindpad spatten van onder haar hoge hakken omhoog. Achter haar loopt een pitbull die onrustig aan de lijn trekt. Ze blijft staan, kijkt me aan en trekt dan hard aan de lijn. De pitbull houdt op met trekken. ‘Ga liggen Schellie, ga liggen. Rust. Goed zo,’ zegt ze terwijl ze de lijn aan een boom vast bindt die op het grasveldje voor de vijver staat. Het valt op dat haar ogen onrustig heen en weer springen.

‘Mag ik,’ ze komt naast me zitten.

We kijken stilzwijgend naar de vijver totdat de vrouw haar arm optilt en naar de tatoeage op haar onderarm wijst. Er staat een blauwe vlinder op afgebeeld die met zijn vleugels als een wijzer van een klok functioneert. ‘Het is twee voor twaalf,’ zegt ze. ‘Twee voor twaalf.’ Een tweede rood witte vlinder die aan een touwtje vastzit probeert tegen de klok in weg te vliegen. ‘Toen ik deze tatoeage had gezet, wist ik dat ik moest accepteren.’ Ze kijkt me aan. ‘Accepteren, accepteren,’ herhaalt ze gelaten terwijl ze de tatoeage streelt.

We kijken weer naar de vijver.

‘Eigenlijk heet ik Sanne, maar ik wil dat je me Joosje noemt,’ doorbreekt ze de stilte die tussen ons is gevallen.
‘Joosje aangenaam. Jeroen.’ Ze plaatst haar benen schuin naast elkaar en gaat rechter op zitten. ‘Ik stam van een oude adellijke familie.’ En ja, ze had inderdaad door haar houding iets weg van adellijke afkomst. ‘Ik ben uit de familie gevallen. Het zwarte schaap. Een beetje een cliché, maar zo is het wel gegaan. Ze wilden van alles van me, en nee, dat wilde ik niet. Een ding heb ik geleerd, pas ik me aan dan ontspoor ik.’

In haar ogen staat verdriet. Kwakende eenden. Ik weet niet wat te zeggen.

‘Het enige dat ik nog kan doen, is met Schellie rondwandelen, en dat is te weinig voor mijn Pa ooeh, maar voor mij is het zo immens veel.’Het komt in me op om te zeggen familie kun je niet kiezen, maar ik houd me in omdat het me voorkomt dat zulke opmerkingen zinloos zijn voor dit gesprek.
‘Ik heb een tik.’
‘O ja.’
‘Ik kan met niemand in het moment zijn. Alle momenten lopen altijd voor me uit. Ik zie alles telkens een ogenblik eerder.’ Haar blik gaat naar de pitbull die op het grasveldje ligt. ‘Schellie moet me in het moment houden, als hij aan de lijn trekt, dan schiet ik in het moment terug.’

Het huilen staat haar nader.

‘Maar ik ben er ook zo weer uit. Schellie kan het niet helpen. Het is teveel gevraagd voor hem, moet ik niet doen. Hoe hard ie aan de lijn trekt, alles loopt toch weer voor me uit’. Ze kringelt met haar wijsvinger bij haar hoofd. ‘Fuck de momenten die voor me uithollen.’

De eenden in de vijver dobberen in een cirkel.

‘En als mensen precies dat krijgen wat ik tegen hen zeg, worden ze er benauwd van, ben ik hun heks.’ Ze kijkt me gelaten aan. ‘Ja, Jeroen, je vrienden, ik zie je binnen stappen. Daar op 25. En hoe was het lieverd, een vrouw met blond haar, loopt op je af. En ja, jullie zijn met z’n allen naar Schotland geweest. 5 jaar geleden. Er wordt gelachen om een biefstuk die van de grond terug stuiterde, zo taai was ie’.
‘Schotland, hoe weet je dat?’ zeg ik overdonderd.
‘Hoe weet je dat, zeggen mensen dan tegen me…, tsja.’ Haar blik keert naar binnen. Ze schudt met haar hoofd.
‘Schotland,’ zeg ik nogmaals in mezelf.
‘En nu stop ik, anders bederf ik je avond. Dan is jouw avond zo ingevuld, dat jij um zelf niet meer kunt beleven.’ Joosje staat van de bank op en maakt de lijn van de boom los. ‘Kom Schellie. Kom, kom.’ De pitbull springt op. Joosje schokt en kijkt me aan, ‘Eventjes was ik in het moment, heel eventjes,’ zegt ze terwijl Schellie blaffend de lijn naar achteren strak spant. ‘Fijne avond, met je vrienden Jeroen.’ Ze draait zich nog een keer om. ‘Enne, ik doe niet aan Facebook, zo dadelijk ben ik een herinnering.’ Ik staar haar na met de hevig trekkende buldog achter haar aan. Het grind springt van onder haar hoge hakken weg. De eenden zwemmen naar de overkant van de vijver.

‘En,’ vraagt mijn vriendin Annet, ‘hoe was je wandeling?.’ Ik vertel haar over mijn ontmoeting met Joosje.
‘Bijzonder.’
De avond heeft een goede vive. De gastheer schenkt de glazen met wijn vol. Er wordt druk gepraat, gelachen, er worden grappen gemaakt, ik lach van harte mee. Totdat de week die we als vrienden vijf jaar geleden gezamenlijk in Schotland hebben doorgemaakt ter sprake komt. Schotland, ho stop, Joosje plus pitbull, ik krijg het benauwd. De biefstuk zorgt voor hilarische lachsalvo’s.

Terwijl ik na middernacht langs het donkere Wilhelmina park huiswaarts rijd ben ik in mijn gedachten weer op de bank bij de vijver.  Ik hoor Joosje haar vermoeide stem. ‘Het voor me uit lopen is zo sterk in mij, het is als een orkaan zo sterk. De pogingen die ik sinds vanmiddag heb gedaan zijn niet meer te tellen.’

Ik laat mijn voet ietsjes van het gaspedaal afzakken. Denk aan menig goeroe die zegt we zijn onze herinneringen niet. Er is alleen een eeuwig tijdloos niets waarin herinneringen geen enkele rol spelen. Gooi al je herinneringen de deur uit en stap in de leegte. Hoe dan ook bedenk ik me, terwijl ik weer voller gas geef, houd ik de ontmoeting met Joosje, die eigenlijk Sanne heet, nog even bij me want herinneringen hebben toch ook wel zo nu en dan iets magisch.

Ps. Een herinneringen aanrader, voor degenen die het nog niet gelezen hebben, is het boek van Julian Barnes: Alsof het voorbij is. De hoofdpersoon herinnert zich gebeurtenissen die zich afspeelden toen hij 16 jaar was, en ontdekt dat wat hij zich herinnert niet is wat hij heeft meegemaakt.

Ps. Dit is de laatste tijd column van een serie van 4 columns waarin ontmoetingen en tijd centraal staan. Een nieuwe tijd serie vanuit een andere tijds invalshoek is in voorbereiding.

© Jeroen Leenen, 1 april 2017

Tip

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina

Nog geen reacties.

Geef een reactie