Gegrond in open bewustzijn (Chris Elzinga)

Tijdens een feestavond wilde ik een muziekstuk van Simeon ten Holt ten gehore brengen. Dat bleek alleen te lukken als ik goed gegrond was in mezelf. Maar wie ben ik dan? In ieder geval niet degene die zo gemakkelijk aan zichzelf twijfelt.

Feestavond

Onlangs nam ik met een groep van 200 collega’s deel aan een retraite, in Amerika. We waren ruim een week samen. Op de laatste avond was een feestelijke bijeenkomst gepland met muziek, poëzie, sketches, dans. Ik wilde op piano het laatste deel van ‘Canto Ostinato’ van de Nederlandse componist Simeon ten Holt ten gehore brengen. We hadden het in de dagen daarvoor onder meer over culturele identiteit gehad en ik vond deze muziek van eigen bodem daar goed in passen.

Canto Ostinato

‘Canto’ is geschreven voor vier piano’s, maar kan met allerlei andere instrumenten uitgevoerd worden: marimba’s, celli, orgel, harp, etc. Op YouTube vind je een scala aan uitvoeringen.(1) De muziek is heel verrassend, vooral vanwege de vijf-kwarts maat, wat een heel speciale dynamische en ritmische sensatie geeft. En je kunt heel veel onderdelen eindeloos herhalen, waardoor je het hele stuk zowel in een half uur als in een halve of zelfs hele dag kunt uitvoeren. Hier kun je een verkorte Youtube-versie van het stuk horen:

Toen ik er voor het eerst mee in aanraking kwam, leek het me geweldig er iets van te kunnen spelen. Ik begon achteraan, met de laatste 2 maten, en werkte zo naar voren. Tot mijn verrassing bleken mijn vingers zowel de noten als het ritme snel op te pakken. Na enige tijd bleek ik zelfs het laatste deel van Canto uit mijn hoofd te kunnen spelen, wat tot dan toe met geen enkel muziekstuk was gelukt. Ik voelde me zeker genoeg voor de feestavond.

Ontreddering

Het liep anders. Tijdens de generale repetitie –  Amerikanen oefenen alles van te horen –  ging het faliekant mis. Ik was gespannen, mijn vingers haperden, ik raakte het vertrouwen kwijt en moest afbreken. In mijn ontreddering begon ik wat op de piano te improviseren, iets wat ik thuis vaak doe, en direct werd ik rustiger. De klanken hadden een kalmerend effect op me en brachten me weer tot mezelf.

Die nacht besloot ik om tijdens mijn aandeel in het optreden met improvisatie te beginnen. En als ik goed in mezelf verankerd zou zijn, zou ik bekijken of ik iets van Canto zou kunnen spelen. En zo is het gegaan, met succes, tot mijn grote voldoening.

Wat gebeurde er eigenlijk tijdens de generale repetitie? Achteraf kan ik zien dat ik gespannen was toen ik begon. Ik was niet gegrond in mezelf, was teveel met het publiek bezig, teveel met het effect van mijn uitvoering op mijn toehoorders. Daardoor was ik mijn onbevangenheid kwijt.

Improvisatie brengt rust

Toen ik begon te improviseren veranderde mijn staat van zijn direct. De klanken riepen meteen een gevoel van bekendheid in me op: dit kende ik, mijn vingers wisten de weg. En vooral ook: deze muziek is simpel, heeft geen enkele pretentie, geen enkel doel, geen duidelijke melodie, het gaat vooral om de klank en het effect van de klanken op mijn ziel. Er gaat iets geruststellends vanuit en als het zo uitkomt kan ik blijven hangen op één enkele toon, één enkel akkoord. Dat geeft me dan de ruimte om te ontdekken wat de volgende beweging in klank kan worden.

Als ik zo speel, hoef ik niets te presteren, mijn spel hoeft niets voor te stellen, ik voel geen enkele pretentie. Dus is er niets om me druk over te maken. Ik ontspan, raak open. En wat opvalt is de afwezigheid van wat ik zo goed van mezelf ken.  Angst, twijfel, behoefte om mezelf zeker te stellen, het idee niet goed genoeg te zijn, dat alles is weg.

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Wie is de ‘ik’ die piano speelt?

Wie ben ik in deze open toestand? Niet de persoon die zo aan zichzelf kan twijfelen en die ik zo goed ken. Dat vertrouwde zelf lijkt afwezig. Maar wie ben ik dan wel?

Als ik die vraag tot me door laat dringen, merk ik dat alle beelden over wie ik ben en wie ik zou willen of moeten zijn, verdampen. Mijn mind wordt rustig, mijn lichaam ontspant. Ik voel me open en sta mezelf toe het niet weten. Dan komt de vraag in me op: “Wie kijkt er eigenlijk door mijn ogen?”

Ik voel mijn lichaam, neem alles om me heen helder waar. Ik ervaar mezelf als onbepaald, als een onbeschreven blad. Tegelijkertijd is daar een volheid van aanwezig zijn. Het woord dat dit het beste beschrijft is ‘bewustzijn’. En ik besef: dit bewustzijn is wie ik ben. Dit bewustzijn gaat voorbij aan alle beelden en ideeën die ik van mezelf heb, voorbij de beelden die ik ooit van mezelf heb gehad.

Zonder mijn oude vertrouwde twijfelende zelf kan ik alles zijn. Zo kan ik zonder angst of spanning pianospelen voor al mijn collega’s. Het is mijn bewustzijn dat zich direct uitdrukt in klank. En ik? Ik kan mijn vingers hun gang laten gaan. Zij weten de weg…

© Chris Elzinga, 1 december 2019

Noot

, , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie