Een nieuwe relatie met het numineuze? (Lenie van Schie)

‘Fijne vakantie oma’. Twee van mijn kleinkinderen zwaaien me uit. Hun ouders staan achter hen. ‘Fijne vakantie, Leen’. We zoenen en dan ben ik onderweg naar het zuiden. Vakantie, zo denk ik bij mezelf, ken ik eigenlijk niet. Het voelt eerder als een reis en een pelgrimage.

Het goede leven

De reis gaat naar Bourgondië, die beroemde streek in Frankrijk die bekend staat om het goede leven. In wat ooit een rijk hertogdom was, wier grenzen reikte tot ver in Nederland, werden in de begintijd van het 2e millennium veel nieuwe abdijen, kloosters en kathedralen gesticht. Die wil ik gaan bezoeken.

Pontigny

De eerste abdij die ik in Bourgondië aandoe staat in Pontigny. Ik was er eerder, maar als ik de oprijlaan tussen twee rijen bomen inloop, komt er geen enkele herinnering boven. Alleen de naam was vaag bekend en de foto in de gids sprak me aan. Het is een oude Cisterciënzer abdij; de eerste bouwfase stamt uit de 11e eeuw en is Romaans van stijl.
De Cisterciënzer orde werd opgericht door Robertus van Molesme in 1098 in reactie op de rijkdom van Cluny, een Benedictijnse abdij. De Benedictijnen legden zich aanvankelijk toe op het bidden met nadruk op het ‘waken over het zielenheil van de doden’. Gemiddeld werden mensen niet ouder dan 30 jaar wat maakte dat het hiernamaals grote aandacht had. De inspanning van de monniken in Cluny werd rijk beloond. Ze leefden er goed van, de monniken en Cluny vergaarde weelde, aanzien en politieke macht. Kloosters en kerken werden herbouwd en rijk geornamenteerd.
Dit stuitte op kritiek ook uit hun directe omgeving. ‘Moesten de monniken zich juist niet bezighouden met God en het aan de koning laten om voor de veiligheid in het koninkrijk te zorgen?’(1) Op 200 km van Cluny werd de eerste Cisterciënzer abdij gesticht en onder Bernard van Clairvaux groeide de orde wereldwijd uit.

Een voorbij tijdperk

Direct bij binnenkomst van de gigantische kerk, word ik getroffen door de immense soberheid, de harmonische ordening van de vroeg gotische zuilengangen, de hoge witte bogen die getuigen van eenvoud en contemplatie. Verstilde ruimte, een landschap gecreëerd door mensenhanden, voortgekomen uit gepassioneerde harten die kozen voor een leven met God.

Maar het voelt ook vreemd leeg, vreemd verlaten hier. Alsof de ziel die met zoveel intensiteit dit gebouw heeft neergezet en heeft bewoond, vertrokken is. Ik wandel rond, ben de enige bezoeker in deze immense kerk. Ik stel me voor hoe het hier ooit is geweest, zie monniken in witte pijen en priesters in witte kazuifels die voor het grote altaar de mis doen. Hoe de gregoriaanse gezangen ooit klonken in deze witte, harmonische ordening. Maar het verval dringt zich op. Hoog onder de gewelven vliegen de vogels en de harmonische ordening wordt wreed verstoord door met graffiti bekraste muren met jaartallen die zo’n veertig jaar teruggaan in de tijd. Wat zochten en vonden de monniken en ook de gewone mensen in de glorietijd van deze kerken?

Een persoonlijke relatie met God

Het is een vraag die ik me telkens weer stel, tijdens mijn verblijf in het voorjaar in Florence en nu hier. Het is duidelijk dat de relatie met God in die tijd vanzelfsprekend onderdeel vormde van het dagelijks leven. Hoe zag die relatie eruit?
Wakker geworden uit eeuwen van duisternis – de Middeleeuwen – worden ook de gewone mensen meer bewust van hun individuele werkelijkheid en de burgerij krijgt meer macht. Ambachten floreren en nieuwe bouwtechnieken ontwikkelen zich. Het biddende volk krijgt aanzien en ‘met de zogenaamde ‘Godsvrede’ werpt de kerk een dijk op tegen de door landheren en ridders aangewakkerde golven van geweld.(1) Centraal in deze ontwikkeling staat de persoonlijke relatie die men met God ervaart, een persoonlijke relatie van devotie en liefde. Voor de meesten zal God als een Vader én Moeder zijn. Juist in deze tijd verschijnt naast het beeld van God als Vader, het beeld van God’s Moeder, en veel kathedralen en kerken worden aan Maria, de moeder van Jezus, gewijd, zoals de Notre Dame in Parijs. Voor sommigen verdiept deze relatie zich tot een directe ervaring van het Goddelijke in henzelf, zoals we kunnen lezen bij de mystici en kunnen zien bij schilders als Beato Angelico en Boticelli.

Detail uit altaarstuk van Beato Angelico in de Santa Trinita: afname van het kruis; Maria Magdalena kust de voeten van Jezus

Het individu deelt in de glorie van God, wordt door God beschermd en kan God van binnenuit kennen.

Een nieuwe relatie met het Goddelijke?

Hoe zit het met de relatie met God in de huidige tijd? Het lijkt erop dat, terwijl veel kerken leeglopen, er ook kerkgemeenschappen zijn die juist weer mensen naar zich toe trekken. Ik zag het in Beuron in het zuiden van Duitsland, ik zie het in Vézelay, de basiliek die aan Maria Magdalena is gewijd en waar zowel nonnen als priesters samen de diensten in de kerk verzorgen.

De kerk trekt ook veel jonge bezoekers. Net als Beuron ligt ook Vézelay aan de ‘Camino’, de bedevaartroute naar Santiago de Compostela. De smalle steile straat die naar de basiliek voert, hoog op een heuvel gebouwd, is gevuld met mensen met rugzakken waaraan de schelp is bevestigd, het kenmerk van de Jacobsroute. Hij is zelfs in het plaveisel ingemetseld.

De grootste uitdaging in de ontwikkeling van een nieuwe relatie met het numineuze in deze tijd zie ik in de integratie van goed en kwaad. In de glorietijd van het katholieke geloof werd het goede toegeschreven aan ‘God’ en het kwade aan de duivel. Op de kathedraal in Auxerre ontwaarde ik tal van ‘gargoyles’, horizontale uitsteeksels aan de daken die bedoeld zijn om water af te voeren. Ze zijn gebeeldhouwd als wilde beesten met in hun klauwen mensenhoofden en vast bedoeld als waarschuwingen tegen de duivelse machten in de mens.

Omarmen in liefde

Dat dit niet werkte heeft de katholieke kerk als geen ander laten zien. Met de instelling van de inquisitie, de organisatie van de kruistochten, de zelfverrijking door de verkoop van aflaten, het seksueel misbruik, laat ze zien dat zelfs zij, die de ‘Godsvrede’ voorstaat, zich daar niet aan kon houden.
Het ‘kwade’ ooit geprojecteerd op de ‘duivel’, kennen we als haat en zelfhaat, als oordelen over onszelf en anderen, als onze behoefte om verleid en misleid te worden. We kennen het zelfs als onvermogen en machteloosheid. We kunnen het niet onderdrukken, dan wijzen we delen van onszelf af. We kunnen het alleen onderzoeken, proberen deze ‘negatieve’ kanten in onszelf te begrijpen. Dan kunnen er vragen ontstaan als: ‘Hoe zit met met mijn eigen haat, naar anderen én naar mezelf? Hoe snel oordeel ik niet, word ook ik verontwaardigd?

Nu net nog, op de camping in Vézelay, als ik schrijf aan deze column, gebeurt het. Een hele grote camper komt, op zoek naar schaduw, pal naast de mijne staan. Ik word boos, begroet de nieuwe mensen niet – zij mij ook niet. Lastig, ik loop in mezelf te mopperen. Uiteindelijk lukt het me om mijn gevoelens te erkennen en ik besef dat ik me aangetast voel in mijn ruimte en vrijheid. Ik ontdek dat ik uiteindelijk meer last heb van mijn eigen gevoelens dan van mijn buren.
‘Zo werkt het dus’, bedenk ik, ‘zoveel last kunnen we krijgen van onze ideeën en onze gevoelens. Zo gaan ze een eigen leven leiden en elke vrede met onszelf en onze omgeving is weg’. ‘God’ is dan ver te zoeken.
‘Hij’ komt terug als het me lukt mijn gevoelens te accepteren, ze niet wegrationaliseer en veroordeel. Ik voel opnieuw de verbinding met mijn hart, met mezelf en daarmee met dat Grotere dat we nog het gemakkelijkst met ‘God’ kunnen aanduiden maar dat vele namen kent.

De Liefde waarover zoveel is en wordt geschreven, gedacht en waar zoveel naar wordt verlangd, lijkt het pad te zijn naar verbinding met onszelf en kan wellicht leiden naar een nieuwe relatie met het Numineuze. Voorwaarde is dat we onze gevoelens durven toelaten, ze durven onderzoeken en accepteren. Een lastige weg die, zo ervaar ik, ook vreugdevol en bevredigend kan zijn!

©Lenie van Schie, 1 augustus 2019

Noot

(1) Bart Van Loo schrijft met de nodige humor over de Bourgondiers in zijn gelijknamige boek. Op pag. 51 e.v. vind je referenties waarvan ik hier gebruik maak.

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

, , , , , , , , , ,

2 reacties voor Een nieuwe relatie met het numineuze? (Lenie van Schie)

  1. Lenie van Schie 25/08/2019 op 17:32 #

    Dank je wel Geert! Fijn om je ons team te hebben!

  2. Geert van den Munckhof 05/08/2019 op 16:29 #

    Lenie, jouw beschrijvingen van de plaatsen die je bezoekt laten zien hoe verweven de geschiedenis is met ons dagelijks leven. Je relatie met God begint mogelijk daar al waar je ‘vakantie’ start: met de zoenen van twee van je kleinkinderen en het uitzwaaien door je kinderen. Alleen dat al laat de schaduw van een grote camper uiteindelijk totaal in het niet vallen. Goed hoe je die ruimte en vrijheid herpakt en mij laat zien hoe verbinding ook kan werken.

Geef een reactie