Dood gewoon (Dirk Oegema)

Zes jaar verder, zes jaar later. Om mij heen is het gewoon. In mij is het gewoon. Gewoon wat niet gewoon kan zijn. De dood van mijn zoon. Vermalen door de tijd tot het fijnste stof en zorgvuldig vermengd met elk deeltje van mijn leven, vermengd met elk deeltje van deze werkelijkheid. Ongescheiden. Eén. Zo fijn vermalen dat mijn zintuigen jou, Bart, niet meer kunnen scheiden van niet-jou.

In zijn dood was hij overweldigend in alles, in elke ervaring. Was ongewoon wat gewoon moest zijn. Onontkoombaar, welke kant ik ook op keek, hij stond recht voor me, in alles. Strijdig met elke logica. Over A en niet-A, dat die niet tegelijk waar kunnen zijn. Precies daar was hij en tegelijk was juist dat een immense troost. Deze simpele ervaring van hoe hij me raakt in deze dood. Mijn bewustzijn vult. Hoe mijn hele lichaam reageert en hem volgt in zijn beweging.

Het regent al weken, als ik dit schrijf, elke dag wat kouder. Mijn verkouden hoofd vertelt dat verzet zinloos is. En ondertussen maak ik me druk over stapels werk en een even groot gebrek aan tijd. Precies dit heeft me verbaasd, vanaf het begin. De manier waarop de dingen plotseling weer gewoon zijn. Elke lading verliezen. Ik weer land in iets banaals als ‘druk zijn’. Niets is veranderd. En dit is niet een gedachte, maar een simpele, directe ervaring, net zo duidelijk als het voelen van de zwaartekracht. Er is geen discussie.

Het vreemde was, dat ik die eerste tijd, de eerste jaren, haarscherp wist dat ik het niet begreep. De dood. Ik wist dat hij er niet meer was en had daar geen enkele strijd mee, hoe overweldigend de ervaring ook was. Deze dood, die alles ontdeed van wat ik eerder had gedacht, had geweten. De rust waar ik inviel. De enige plek waar leven was, precies in het midden, in het oog van deze orkaan. Om mij heen draaide en kolkte het, werd alles meegesleurd. Het denken flipte bij deze laatste zet van het leven. Maar midden in de orkaan was er leven, leefde alles als tevoren zonder één enkele onderbreking. Was ik geraakt, was mijn hart open gescheurd. Maar wel helemaal open. Meer open dan ooit.

Uitgedacht

Leeg van het laatste
ben ik uitgedacht
woordeloos murw

En helder
woordeloos helder
in louter leven

Dichtbij jou
zonder herinnering
zonder toekomst

In gewoon
wat niet
gewoon kan zijn

Mijn verbazing terwijl ik bij zijn lichaam ben. Uitgedacht. Die eerste week, hoe hij daar ligt en langzaam het leven het lichaam verder verlaat. Mijn verbazing over wat ik zelf had gedacht: dat hij langer zou leven. Hoe dat ooit zeker was geweest. Dat wat nooit waar is geweest. Niet één moment. Waar heb ik dat idee vandaan gehaald? Hoeveel tijd het kost om deze gedachte los te laten en te zijn met zijn dode lichaam, alleen dat, en al het andere te laten voor wat het is.

Gedachten. Mijn verbazing over wat anderen denken. Bedenken. De gedachten waarmee we ons leven hebben ingericht. En hoe we praten over wat we denken. Precies op die plek die alles wegvaagt. De dood die een punt zet midden in onze zin. De zin van ons leven. Die zin splitst in twee precies even onbegrijpelijke delen. En ons aankijkt. Niet om te overweldigen. Maar die contact zoekt. Zoekt naar wat leeft in jou, in mij.

© Dirk Oegema, 1 december 2016

2 reacties voor Dood gewoon (Dirk Oegema)

  1. Jolanda Verburg 08/12/2016 op 14:43 #

    Aangrijpend, Dirk. Een kind verliezen lijkt mij het ergste wat een mens kan overkomen.

  2. Lenie van Schie 03/12/2016 op 07:26 #

    Dirk, prachtig!

Geef een reactie