De zin van zijn (Yoyo)

Soms zijn er van die kleine voorvallen waardoor je weer even wordt herinnerd aan de vergankelijkheid van alle dingen. Toen ik gisteren uit de tuinkast wat potgrond wilde halen lag op de zandzak onder de onderste plank een streepjeskat. Dood. Hij moet nog niet lang dood zijn geweest want ik zag geen maden rondkruipen.

Vergangelijkheid

Ik had wel ooit gelezen dat katten altijd een rustig plekje in de natuur opzoeken om te sterven. Maar zoals deze kat daar lag – in volledige overgave – in het holletje onder mijn tuinkast ontroerde mij. Hij had een halsbandje om maar er hing geen adres aan, dus ik kon zijn gastgezin niet uitnodigen om afscheid te nemen. Een tijdje bleef ik op mijn knieën bij hem zitten.

Na enige aarzeling koos ik niet voor teraardebestelling, maar voor de compostbak, die één dezer dagen weer geleegd wordt. Terwijl ik hem tussen de snoeisels van de vorige dag vlijde besefte ik weer eens helder dat ook mijn lichaam te zijner tijd in de recycling zal gaan en tot voedsel zal dienen voor andere levensvormen.

Dit bracht mij weer eens tot de vraag ‘wat is nou eigenlijk de zin van ons bestaan, als we toch doodgaan?’

Wat maakt dat wij de beproevingen van geboorte, opvoeding, school, werk, relaties, ouderschap, crises, slavernij, ziektes, oorlogen en natuurrampen doorstaan om ons leven tot het uiterste te rekken – en dan uiteindelijk toch de pijp uit te gaan?

In mijn boek ‘Bloeien in de Bagger’ schrijf ik:

Denderende oerkracht
Zinderende vormdrift
Door hoeveel gedaanten – blind – ben je geraasd
Voor je in stomme verbazing
Jezelf aanschouwde door mijn ogen

 Of… had je dit altijd al in je achterhoofd?

 

Zoektocht

Ik realiseer me dat mijn leven in feite één grote zoektocht is geweest naar mijn antwoord op de ‘waartoe’ vraag.

Aanvankelijk zocht ik het in liefdesrelaties. Maar hoe avontuurlijk en bevredigend die veelal ook waren, steeds kwam er een moment waarop ik voelde dat er iets ontbrak.

Toen richtte ik mij op de kunst: in mijn schilderijen kon ik mij helemaal verliezen. Maar de tand des tijds en onverwachte ingrepen vraten aan mijn muurschilderingen. Geleidelijk aan zag ik veel van mijn geesteskinderen voor mijn ogen verdwijnen.

En zelfs nadat ik een eerste prijs voor de Europese schilderkunst had gewonnen bleef mijn dorst naar erkenning onverzadigbaar.

Ergens vermoedde ik dat mijn voortdurende onvrede te maken had met een soort subtiele spanning die voortdurend voelbaar was. ‘Misschien is meditatie de sleutel’, dacht ik. En zocht mijn heil bij leermeesters in Oost en West.

Daar braken de eerste glimpjes van inzicht door en werd ik mij pijnlijk bewust van mijn geconditioneerde pseudo-zelf. Om mij daarvan te bevrijden werd het duidelijk dat ik iets moest doen aan de chronische spanningen in mijn lijf, de weggestopte emoties uit mijn verleden en de deels onbewuste denkpatronen die mij gevangenhielden in beperkende overtuigingen en (zelf)oordelen. Twintig jaar had ik nodig om schoon schip te maken. En nog eens twintig jaar (‘learning through teaching’) om langzaam maar zeker tot mijn oorspronkelijke zelf te komen.

Zelf-acceptatie – aandacht – verwondering

Het antwoord op de Vraag is niet in woorden te vatten. Maar wel heb ik ontdekt dat het te maken heeft met het besef dat alles wat ik zie – mooi en lelijk – een weerspiegeling is van mijzelf. En dat het dus in uiterste instantie gaat om volledige zelfacceptatie. Hoe minder ik hoef te vechten tegen mijzelf en mijn weerspiegelingen in de wereld, hoe meer ik aandachtig en in verwondering aanwezig kan zijn het moment. In feite lost de vraag langzaam maar zeker op in dat ‘Zijn’. Osho beschreef dat zo treffend als: ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived’.

In mijn huiskamer ligt op de eettafel een prachtig handgemaakt kleed in oranje tinten. Ik heb het te leen van een deelneemster aan mijn traject voor levenskunst (oranje is de kleur van het tweede chakra: wij zijn nu bezig zijn met het verkennen van de thema’s intimiteit, seksualiteit en emotie). Het kleed is gemaakt in India, met de aandacht en toewijding van mensen die de tijd kunnen vergeten als ze opgaan in waar ze mee bezig zijn.
Elke dag geniet ik ervan en steeds ontdek ik nieuwe details.

Ik ben dankbaar voor de vele reizen die mij in de afgelopen tien jaar keer op keer naar verschillende landen in het Verre Oosten hebben gebracht – om de hectiek van de westerse wereld even te ontvluchten en de kunst van het ‘aandachtig aanwezig zijn’ te beoefenen.

Helaas ziet het er niet naar uit dat ik binnen afzienbare tijd weer die kant op kan gaan.

Daar staat tegenover dat in het Corona-tijdperk veel van de westerse hectiek tot stilstand is gekomen. Wellicht is dit voor een heleboel mensen een mooie gelegenheid om af te dalen naar hun eigen woordloze antwoord op de vraag: ‘Waarvoor ben ik hier?’.

© Yoyo van der Kooi, 1 april 2021

 

 

Nog geen reacties.

Geef een reactie