De vraag van het leven (Dirk Oegema)

Ik ben onthand. Ik hou erg van de waarheid, maar de laatste jaren schiet het niet op. Met het zoeken dan, bedoel ik. Het lijkt zelfs dat het zoeken dat ik dan nog doe ook minder oplevert. Om me heen gaat het zoeken onverminderd door.

Ik kom net uit een massale meditatie retreat. Met zijn allen op zoek naar de ultieme bron van het leven. Mijn drive lijkt weg. En het ergert me als mensen stellig zijn over alles wat ze ontdekken. Alles wat met zingeving te maken heeft. Erger me dat je de zin van het leven kunt opzoeken zoals je een sleutel zoekt. En vooral het idee dat je die, god beter het, zou kunnen vinden. Het irriteert me. Dat goeroes uitspellen hoe dat zit, stap voor stap uitschrijven hoe je die sleutel in handen krijgt. Of beschrijven hoe zij de ultieme bron van het leven kennen.

Ik ben onthand. En ik merk dat ik nog lang niet klaar ben met wat de dood van mijn zoon heeft opengebroken. Voorlopig nog niet klaar ben met de dood. Precies daar erger ik mij aan zoekers. Vooral als ze ook nog vinden wat ze zoeken. Voor mij draaide het simpelweg daar om bij de dood. Die had ik niet gezocht. Ik wist dat die er was, wilde er ook wel naar kijken. Zo nu en dan. Maar de draai was compleet. Ik was niet degene die zocht en die vond. Die een vraag had en een antwoord zocht in het leven. De rollen draaiden om. De dood vond mijn zoon, en daarmee mij. En stelde vragen waar ik letterlijk vanaf de eerste seconde het antwoord niet op weet. En dat weet ik ultiem. Ultiem geen antwoord.

Sommige mensen weten daar wel antwoorden. Maar bij die mensen voel ik me nog dieper onthand. De vraag is zo duidelijk, zo recht voor me. Wat is daar, de dood, waar is mijn zoon? Hoe is daar? En tegelijk is het zo duidelijk niet aan mij, het geven van het antwoord. De onmiddellijkheid van de vraag. De ongelooflijke nabijheid. Ik heb me op weinig momenten zo dichtbij iets of iemand gevoeld als in die eerste uren en dagen van de dood. Zo ontstellend aanwezig en dichtbij. Het lijkt dat op die plek de zin van het bestaan naar de achtergrond schuift.

Ik ben op zoek naar de zin van het leven. Ja, dat is zo. Maar het is nogal heftig dat ik wakker word en me realiseer dat het leven mij zoekt. Dat dat het is wat mij hier in de ogen kijkt. Dit was niet mijn vraag. En niets hier lijkt op het antwoord wat ik zocht. Ik zocht maar had blijkbaar wel een idee over hoe het antwoord er uit ziet. En ik voel tegelijk dat dit waar is, dat ik hier thuiskom in geen antwoord. Niet alleen om de dood. Maar in de waarheid dat leven en dood zo dicht bij elkaar zijn. En zo ontstellend dicht bij mij.

Ik snap nu niet meer dat ik dacht dat je als mens de vraag stelt. Vervolgens als handelend autonoom wezen op zoek gaat. En met je heldere geest het antwoord vindt tussen alles wat ons verwart en afleidt. En dat je dan denkt dat je weet hoe het zit. Ik weet dat ik mensen tekort doe met wat ik hier allemaal zeg. En tegelijk is het waar dat ik me minder thuis voel in zoeken en vinden. Voelt het meer als gevonden worden door de vraag. En dat vragen erg veranderen op de plek waar geen antwoorden zijn. Ik ben onthand. Heb geen antwoord op de vraag van het bestaan. Ik weet niet hoe hierin te ademen. En adem.

© Dirk Oegema, 1 juli 2019

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

, , , , ,

2 reacties voor De vraag van het leven (Dirk Oegema)

  1. Lenie van Schie 06/07/2019 op 06:51 #

    Dirk, wat raakt de directheid van je schrijven me! je brengt me in de absolute leegte. Er blijven enkele zinnen hangen ik noem er een: Het leven zoekt mij!
    Dank je wel voor dit delen van jou met mij, met ons.

  2. Geert van den Munckhof 02/07/2019 op 14:32 #

    Dirk, je verhaal raakt me. Ik probeer me voor te stellen wat je hebt moeten doormaken en nog steeds doormaakt, maar mijn poging strandt bij de gedachte hoe ik zou reageren als mijn zoon me zou ontvallen… En dan valt het stil. Die gedachte alleen al maakt vragen en antwoorden zinloos, terwijl ze dan waarschijnlijk ook allesbepalend zijn. Bij mij is het slechts een gedachte, bij jou is het de harde werkelijkheid. Heel indrukwekkend hoe je dat beschrijft. De laatste twee zinnen doen mijn adem even stokken.

Geef een reactie