De rijkdom van de Sámi (Lenie van Schie)

In mijn vorige column vertelde ik over mijn zoektocht naar de Sámi. Ik heb ze gevonden. Deze laatste column over mijn reis gaat over hen. Ik ontmoet ze in Alta en op mijn reis door de Finnmarksvidda, in Karasjok, de hoofdstad van Sapmi en in Kautokeino.

Een volk

De Sámi zijn als ‘volk’ niet gemakkelijk te identificeren. Er is eerder sprake van een ‘heterogene compositie die zowel de levenden als de doden omvat: de lichamen en hun spirits, degenen die tot de clan behoren en de anderen, mannelijk en vrouwelijk, mensen en hun Goden en zelfs hun dieren’. (1)

Deze beschrijving laat zien dat voor de Sámi een diepe onderlinge verbondenheid met alle dimensies van het leven centraal staat. In de dagelijkse realiteit echter zijn de Sami verspreid en leven velen van hen in grote steden, hun afkomst deels vergeten. Degenen die nog een meer traditioneel leven leiden vind je vooral aan de noordkust en in het noordelijke binnenland. De bewoners aan de kust leven van landbouw en visvangst. In het noordelijk binnenland vinden we de Rendier Sámi. Zij leven transhumant: in de winter wonen ze op de Vidda, inmiddels in vooral houten behuizingen, en in de zomer trekken ze met hun dieren naar de kust en slaan ze daar hun tenten op.

Hoewel in de kuddes gehoed, blijven rendieren zwervers die hun eigen weg zoeken en in zomer trekken ze massaal naar de kust; als ze worden tegengehouden verzetten ze zich. De hoeders volgen dus min of meer de kuddes.

De rendieren hebben geen wegen nodig om te trekken

Ik vroeg in een toeristenbureau hoe dat gaat met alle wegen die er inmiddels zijn?  Het antwoord is simpel: ‘Voor rendieren bestaan er geen wegen. Ze lopen naar het Noorden over wegen en door velden. Je ziet het vanzelf’. En ja, ik zie ze als ik langs de kust van Tromsö naar Alta reis. Ze lopen over het asfalt, liggen in groepjes in de berm te herkauwen, jonge dieren en de oude, met hun grote geweien. 

Betekenis geven

Het wordt als een van de eerste tekenen van beschaving gezien: het feit dat wij mensen betekenis gingen geven aan de dingen om ons heen. Een van de vroegste vondsten was een bol klei waarin een kruis getekend was. De eerste tekenen van een oriëntatie.
Betekenis geven is iets dat ieder jong kind doet, iets dat we telkens vernieuwen in opeenvolgende fasen in ons leven. Het antwoord op de vraag ‘Hoe geef ik betekenis aan mijn leven?’, is er in de loop van de tijd niet eenvoudiger op geworden. Ik denk erover na in een nacht waarin ik wakker word. Een nacht die geen nacht is want het wordt niet donker. De nacht die mijn laatste zal zijn aan een fjord.

De lucht kent honderd tinten grijs, die tot laag boven het water hangen. Dunne wattige en dikke bolle, ijle, stille en waterige flarden drijven zachtjes, o zo zachtjes, over de bergen. Het water kent ook honderd tinten grijs. Het rimpelt voortdurend en verandert steeds van kleur, van zilverwit tot diep zwart en alles wat daartussen ligt. Een bewegende spiegel.

Lucht en water en honderd tinten grijs

Ik hoor een vogel, de eerste die tot mijn bewustzijn doordringt op deze vroege ochtend. Langs de bergen aan de overkant van het fjord stromen lichten smalle streepjes zilver op. Watervallen. 

De Sámi hebben ook opnieuw betekenis moeten geven aan het leven. Hun oude leven is al lang voorbij. In de winter wonen ze niet meer in hun tipi’s, maar in verwarmde huizen. En ze hoeden hun dieren rijdend op vierwielige scooters. Hun betekenis drukt zich uit in hun kunst en in de architectuur.

‘Senter for Nordlige Folk’ in Manden

Gister bezocht ik het ‘Senter for Nordlige Folk’. Een prachtig voorbeeld van hun architectuur, die, zo lees ik op een plaquette: ‘demonstrates a need to express a modern Sami culture. Often unconventional in form, they show a desire to blend in with nature’. Het is een plek van en voor de Sámi en ze ademt harmonie en schoonheid uit. Er worden veel activiteiten georganiseerd, zo zag ik op affiches die er hingen. Er is een grote bibliotheek met boeken in hun taal en een expositie met indrukwekkende schilderijen die de directheid en blootheid van het bestaan in de ruige natuur laten zien en hun verbinding met de godenwereld.

De Sami en hun Goden

Ik las over hun goden in een boek waar alleen de mannelijke Goden namen kregen. Er is Ipmil, een God die zich niets aantrekt van de mensen op aarde, en die door de missionarissen is gebruikt om het christelijke godsbeeld op te projecteren. En zijn eerste nakomeling en rechterhand Dierpmis, die waakt over het leven van de mensen en verantwoordelijk is voor gezondheid en vruchtbaarheid van het land en de dieren, is Jezus geworden. In het boek gaat het verder met de opsomming van alle mannelijke Goden, tot ik lees dat er ook ‘Several Gods in female form’ zijn.(2)

De drie dochters, Saráhkká, Uksáhkká, Juoksáhkká.

In het museum in Alta ontmoet ik ze, de vrouwelijke goden. Het zijn abstracte figuren, ooit afgebeeld op de Sámi trommels. Hier hebben ze namen: de moedergodin heet Máttaráhkká en ze heeft drie dochters, Saráhkká, Uksáhkká, Juoksáhkká. Ik voel in mij de glimlach van Urd: ‘We zijn er wel, we zijn er nog steeds en we gaan nooit weg’. En wat Urd mij ooit vertelde, dat zij de oudste was en dat ze drie dochters had, wordt hier bevestigd.

Finnmarksvidda

Bij Alta heb ik de kust achter me gelaten en met de kust zijn ook de toeristen verdwenen, die in drommen het museum binnenstroomden. Hier is het stil, het landschap, aanvankelijk vlak, een rechte weg tussen velden aangeplante dennen, wordt heuvelachtig en verandert in bochten als hij een kronkelende rivier volgt. Steile rotswanden, gedurende eonen uitgesleten door de rivier, vormen wanden voor kolkende watermassa’s die zich in de smalle rivierbedding een weg zoeken naar het noorden, naar de zee.

Ik rijd door golvend leeg landschap met veel begroeiing. Ik had me het hoge noorden kaler voorgesteld, maar de weg volgt de rivier die hier en daar kleine meren vormt met eilandjes. Er is overal water, water en muggen, veel muggen. Het is een van de redenen dat de rendieren in deze tijd de kust opzoeken. Geen rendieren hier. Wel dorpen die bestaan uit verspreid staande, gekleurde huizen.

Gekleurde huizen op de Finnmarksvidda

Ik overnacht aan een van die kleine meren. De lucht kent hier maar één kleur grijs en die is als de kleur van de weg. Dicht is de lucht en het miezert. Minimale natte vlekjes op de ruiten van de auto. Buiten vliegen zwermen muggen rond en als ik niet wil worden opgegeten, moet de deur dichtblijven.

Karasjok

Karasjok en Kautokeine zijn twee Noorse steden die op de Vidda liggen en die centraal staan in de Sámi cultuur. Karasjok is de hoofdstad van Sapmi Noorwegen, de naam van de Sámi natie en hier in Karasjok is een themapark, een museum en hier vind je ook het parlement van Sapmi.

Gestileerde rendiergeweien op de toegangspoort van het themapark in Karasjok

Ik begin mijn onderzoek bij het themapark, waar ik word begroet door een vriendelijke jonge dame in traditionele Sami kledij.
Ze verkoopt me een entreekaartje en stelt me voor hoe mijn bezoek aan dit centrum eruit kan zien. Het blijkt een strak geregisseerd programma. Dit centrum, zo ontdek ik, is geheel afgestemd op de toeristen. Het voederen van de rendieren is een zielige vertoning; er zijn er maar vier die rondlopen in een omheinde ruimte en ze hadden duidelijk last van de vele muggen.

De foto-expositie over het leven van de Sámi nu, en de video over de cultuur en hun goden raken me dieper. Ik kijk er naar, samen met twee grote groepen Japanners. De foto’s laten ons de huidige rendierverzorging zien en geven een beeld van het dagelijks leven op de Vidda. Dan, na enige minuten, klinkt in het engels uit de luidsprekers: ‘Have we forgotten our Gods, our old way of living?’, en gaan op magische wijze twee grote deuren naar een volgende ruimte open: een bioscoopzaal. Op het podium hangt in het midden een grote sjamanentrommel en alle beelden worden op die trommel geprojecteerd.

De Godenwereld

Het is een indrukwekkend geheel. Het verhaal kan ik me niet meer herinneren, wel de beelden waar licht en donker elkaar in snel tempo afwisselden. De geluiden, licht trommelgeroffel dat aanzwelt en ongelooflijk krachtig, soms angstaanjagend wordt, tot het weer tot rust komt.

Ik word de Andere Dimensie ingevoerd

De Goden leven en ik word door hen de andere Dimensie ingevoerd. Ik ervaar hun werkelijkheid, zittend tussen de Japanners op smalle houten banken, ervaar iets van het leven van de Sámi en hún relatie met deze dimensie. Zo anders dan de mijne en toch ook zo herkenbaar. 

Het laatste programma punt is het ‘joikken’ dat plaats vindt in een grote tipi. Het heeft iets weg van het rappen! Een joik is een geïmproviseerd lied waar niet alleen de woorden, maar ook de manier waarop het wordt gezongen, de intonatie en de toon, een gebeurtenis vertelt. Het jonge meisje dat voor ons joikt, zingt  ook een joik in het Sámi en wij, de toeristen –  de tent zit vol – kunnen dan raden wat voor soort lied het is. De klanken zijn me vreemd mooi en natuurlijk koop ik in de winkel een cd. En een sjamanentrommel!

Het Sapmi parlement

Het is interessant om te zien hoe Noorwegen, na eerst de Sámi te hebben gedwongen ‘normale burgers’ te worden, nu in grote mate bijdraagt aan de ondersteuning van hun cultuur. Het parlementsgebouw is een juweel. Hout, glas en beton vormen de belangrijkste bouwmaterialen en het meest centrale deel van het parlementsgebouw heeft de vorm van een tipi. Opnieuw een gebouw dat het ‘verlangen uitdrukt op te gaan in de natuur’. 

Ik word, samen met nog twee andere toeristen die Nederlanders blijken te zijn, rondgeleid door een jonge man. De zaal waar het parlement bijeenkomt ligt precies onder het glazen dak van de tipi. Slechts een keer per jaar wordt deze zaal gebruikt. Afgevaardigden van de verschillende Sámi groeperingen komen hier bij elkaar om specifieke Sámi zaken te bespreken en het parlement wordt door de Sámi zelf gekozen.

De tipi vorm, uitgevoerd in glas, beton en hout vormt een onderdeel van het Sámi parlementsgebouw

Ja, Noorwegen is door de olie rijk geworden en een deel van dat geld wordt aan de ondersteuning van de Sámi cultuur besteed. Grondstof aan Aarde onttrokken, wordt aan hen die hier her dichtst bij Aarde leven, teruggegeven. Het raakt me, deze oprechte steun aan een oude cultuur en ik vraag me af hoe het zou zijn als een dergelijk parlement zou worden opgericht voor en door de Aboriginals in Australië en de Native Americans in de USA. We zouden de oude culturen beter kunnen leren kennen, de dominante westerse cultuur zou er rijker, diverser van worden. We zouden kunnen herstellen wat we ooit misdeden. 

Een laatste bezoek

Het museum staat ook nog op mijn lijstje.

Hier ontmoet ik geschiedenis en vooral de hele oude sjamanentrommels raken me. Ik hoor hoe ze het het Andere oproepen, de magie opnieuw tot leven brengen. 

En dan is het tijd voor afscheid.

Ik wandel naar buiten, naar mijn auto. Inmiddels is de zon doorgebroken en licht de Vidda op. Mijn hart voelt open en blij.
En ik begin aan mijn thuisreis. Nog een kort bezoek aan Kautakeino staat op het programma en dan gaat mijn reis verder. Over de Vidda en de grens met Finland, langs de Botnische golf, tot ik afsla het binnenland van Zweden in. Daar passeer ik opnieuw de grens met Noorwegen, rijd langs Oslo en ga door naar Larvik aan de Noorse zuidkust, waar de ferry naar Denemarken me wacht. Ik ga reizen door stromende regen en zonovergoten land. Een kleine 3000 km scheidt mij van mijn thuisbasis in Havelte.

Vaarwel land dat mijn hart stal.

1 juli 2018 © Lenie van Schie

Bronnen:

(1) Svein Aanold (editor), Sámi Art and Aestetics, Contemporary Perspectives, pag. 15
(2) Aage Solbakk, ‘What we believe in’, An Introduction to the religion of the northern Saami, pag. 33

Tip:

Als je de column met anderen op Facebook wilt delen, klik dan op ‘Pagina leuk vinden’, helemaal onderaan in de voettekst.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!