De reis van een boek (Lenie van Schie)

De reis begint vroeg in de ochtend, elke dag weer. Ze verdiept, analyseert, geeft overzicht, onderzoekt, vraagt zich af, raakt aan gevoelige snaren, beschrijft woede en frustratie, angst en verdriet.

Ze brengt Licht, Liefde, Openheid. Ze biedt een weg, nooit een oplossing. Ze vindt vooral plaats in mijn bed.

Het is twee jaar geleden, ook november, zo’n soort weer als nu, een beetje nattig als ik over de grachten in Amsterdam loop, op weg naar het Ambassadehotel waar ik een afspraak heb met Meinhard van de Reep, uitgever bij Samsara.

Op dat moment wist ik nog niets van een reis die me twee jaar lang zou boeien, me gevangen zou houden en inspireren, me steeds meer zou fascineren en diep zou openen. Ja en me soms tot wanhoop zou brengen.

Schrijven kan dat doen.

‘Wat knap’, zegt de een. ‘Ik zou het niet kunnen’, zegt de ander. ‘Wat een moed…’ Ik luister naar de opmerkingen, haal er mijn schouders bij op en schrijf door.

Waarom schrijf je? Waarom word je elke ochtend heel vroeg wakker om je vervolgens met een serie kussens in je rug in bed te installeren met je kleine laptop op schoot?
‘Ik’, spreek ik mezelf toe, niet ‘je’, ‘ik’ doe het. Of doe ik het niet? Wordt het gedaan in mij? Wie heeft hier eigenlijk de leiding?

Op al die momenten dat ik het niet meer weet open ik een klein kaartspelletje op diezelfde laptop. Het is supersaai, maar simpel genoeg zodat ik het op kan lossen. Ik doe er altijd maar één.

En dat ik dit allemaal doe komt door Meinhard. Wie is die man die deze jaren zo mijn leven bepaalde?

Toen en nu

Ooit was Meinhard uitgever bij Altamira, waar mijn eerste boek uitkwam. Ik herinner me onze ontmoeting op een piepklein kantoortje in Heemstede of Bloemendaal. Zijn broer was er ook bij. Het manuscript dat ik in vijf jaar tijd bij elkaar had geschreven, had de aandacht van beide broers getrokken, maar het was duidelijk te omvangrijk. In overleg haalde ik een deel eruit. Het boek werd onder de titel ‘Leven in beweging’ gepubliceerd. Het was 1999.

Nu ga ik hem opnieuw zien. Ik heb de website van Samsara bezocht en zijn foto bekeken. Hij zit daar samen met Wouter Schopman, de andere uitgever van Samsara, met een dikke grijns op zijn gezicht. In die tussenliggende periode hadden we soms e-mail contact; ook was het tijden stil. De laatste jaren had ik wat artikelen geschreven voor het tijdschrift Inzicht waarbij Meinhard nauw betrokken is. Recent had ik hem gemaild, gevraagd of mijn schrijven interessant zou kunnen zijn voor Samsara. Ik had ideeën voor een nieuw boek. Hij had me uitgenodigd voor een gesprek.

Een tanige man, ouder geworden, net als ik. Als vanzelfsprekend omhelzen we elkaar. We praten bij, halen herinneringen op. Hij was al met pensioen toen hem gevraagd werd Samsara nieuw leven in te blazen. Hij houdt bijen, tuiniert.

Ik wil eigenlijk dat hij de publicatie van mijn Jezusboek overneemt. Ik had het in eigen beheer uitgegeven, maar het vak van uitgever past me niet.
Hij heeft het gelezen; ik had hem eerder al een exemplaar toegestuurd. Hij ontwijkt mijn vraag.
Jezus is voor Meinhard, die vooral geïnspireerd is door de spirituele stroming van de Advaita en non-dualiteit, niet echt een interessant figuur.

En dan komt die onverwachte vraag van hem: ‘Waarom ga je niet over je werk schrijven?’

‘Mijn werk? Maar dat heb ik toch al gedaan in mijn vorige boek?’

Een overval

De vraag overvalt me. Over mijn werk wilde ik toch niet schrijven? Het is ook een uitnodiging. Ik voel bijna direct een zekere kwetsbaarheid, alsof ik me in dat boek – anders dan in het vorige – bloot ga geven. Als therapeut en als mens.

In bed, mijn laptop op schoot, heb ik de seizoenen langs zien trekken. De herfst met haar donkere ochtenden die in de winter bijna zwart worden. De sterren aan een heldere hemel en de maan in al haar gedaanten zag ik. Op de vroege lenteochtenden spitste ik mijn oren om het geluid op te vangen van die eerste vogel, voordat een jubelend koor aanving en mijn stilte en eenzaamheid doorbrak. Ik kwam ervoor uit mijn bed en schoof de grote tuindeur open. Dan kwam de zomer waar ik regelmatig pas wakker werd als de hemel al begon te lichten en ik de vroege donkerte miste.

Het is de magie van het schrijven, gestimuleerd door vroege kopjes koffie, die ophoudt op het moment dat ik opsta en aan mijn andere taken van de dag begin.

‘Je hebt twee banen gehad’, zei een vriendin me laatst. ‘Geen wonder dat je moe begint te worden.’ Ja, het wordt tijd dat het af is. Met ‘mijn’ redacteur werk ik deze maanden alle stukken nog een keer door en leg in deze laatste maanden van het jaar ook de laatste hand aan mijn manuscript.

En de inhoud?

‘Waar gaat je boek over?’, vraagt men mij. Het kortste antwoord: ‘Over mijn werk’.

Een langer antwoord luidt: In dit boek ga ik met de lezer op zoek naar wat in het leven werkelijk van belang is. De zoekers van weleer zijn ons tot voorbeeld. Opgebouwd als een drieluik, neemt het ons mee op reis door onze persoonlijkheid. Zelfonderzoek staat centraal. In het boek vind je tal van voorbeelden van mijn werk met cliënten en van mijn eigen innerlijk werk en er zijn tal van uitnodigingen voor zelfonderzoek. Het boek kan – zo stel ik me voor – je openen voor alsmaar diepere lagen in jezelf. Het kan je brengen in verdriet en pijn, in emoties die je liever wilde verbergen. Maar in elke ontdekking vind je meer van jezelf terug, vind je meer vrijheid en meer vervulling. Dat zie ik in mijn cliënten; het gebeurde al schrijvend ook opnieuw in mij.

Een nog langer antwoord vraagt een hele nieuw column.

De titel?

Het boek heeft inmiddels een omslag en een titel: ‘Langs de weg van het hart’. De titel klopt: het schrijven was ook een tocht langs en door mijn eigen hart. Ik ben vooral superblij dat ik dit heb mogen en kunnen schrijven en ik kan Meinhard alleen maar bedanken. Zonder zijn uitnodiging was dit boek nooit ontstaan.

De boekfolder waarin het boek gepresenteerd wordt is net naar de drukker. Over zes weken lever ik het manuscript in. Dat betekent nog 42 donkere ochtenden achter mijn laptop. Het boek komt in het voorjaar uit.

© Lenie van Schie, 1 november 2020

Foto van Amsterdam: van Eugenia Tukbaeva via pixabay.
Foto van het pad: van de auteur.

Uitgeverij Samsara geeft een nieuwsbrief uit met leestips en sinds kort ook ingesproken meditaties die je gratis kunt beluisteren: https://www.samsarabooks.com/nieuwsbrief/

Advaita betekent ‘niet-twee’. In de ervaring van non-dualiteit valt elke scheiding weg. Je valt samen met het AL of God. Deze visie is uitgewerkt in de Advaita Vedanta, de Indiase stroming die uitgaat van de Upanishaden van de 8e-6e eeuw v. Chr. Nondualiteit vinden we ook terug in tradities als het boeddhisme en de christelijke en joodse mystiek en het soefisme.

6 reacties voor De reis van een boek (Lenie van Schie)

  1. Theoline 10/11/2020 op 21:19 #

    Prachtig, die reis die in de ochtend begint, En wat er dan wordt opgeroepen,..met je labtop in bed!\
    En supermooi die foto van het pad..
    Dank je wel.. En heel, heel veel verdiepende, analyserende, overzicht biedende, onderzoekende inspiratie voor de afronding en fine-tuning van je project.

    Theoline

    • Lenie van Schie 11/11/2020 op 06:24 #

      Lieve Theoline, lieve zus, dank voor je reactie en je bemoedigende woorden.

  2. Aly 02/11/2020 op 12:09 #

    Je weet, je columns wandelen soms een stukje met me mee. Vandaag vervagen alle woorden bij het zien van 1 beeld.
    Het pad, de laaghangende takken, bam het raakt. Het trekt me in 1 blik in mijn eigen verhaal. Ik sta stil op de plek waar jij stil stond. Ik.kijk met mijn ogen, met mijn eigen blik, ben er met mijn gedachten.
    Vragen volgen en antwoorden komen.
    Terwijl ik doorloop kijk ik achterom.
    Zelfonderzoek, door dat ene rake beeld. 

    Dank voor het mooie inkijkje op je schrijftocht naar t voorjaar. En bedankt voor de natuurbeelden die je vaak bij je columns
    plaatst en die van deze.keer in het bijzonder. 

    • Lenie van Schie 10/11/2020 op 03:20 #

      Dank je wel Aly. Wat mooi dat jij stilstaat waar ik stond, waar we samen kwamen op die ene plek. Fijn om te lezen in jouw schrijfsels hoe werelden samenkomen.

  3. Evelyne 01/11/2020 op 12:51 #

    Mooi om te lezen Lenie, hoe je door de seizoenen gaat en de ochtenden klinken intiem…

    • Lenie van Schie 01/11/2020 op 20:24 #

      Dank je Evelyne, voor je reactie en je opmerkzaamheid. Die ochtenden zijn inderdaad intiem. Zo had ik het nog niet verwoord!

Geef een reactie