De Lofoten (Lenie van Schie)

Ik arriveer op de plek die ik maanden eerder had  uitgekozen als mijn eindbestemming. Ik had hem opgezocht op twee grote kaarten van Noorwegen, die uitgespreid op de grond in mijn woonkamer lagen. En daar de route bepaald. Nu was ik er: op De Lofoten.

Ik kan de kust alleen waarnemen vanachter het grote glazen raam van de ferry. Een muur van graniet verheft zich boven de zachtgrijze zeespiegel, tekent scherp af tegen de sluier die nu de lucht bedekt. Geen bochten hier die telkens een nieuw gezichtspunt blootleggen. Scherpe, getande rotsen, dramatische punten, hoeken en massieven komen onontkoombaar dichterbij tot ze boven je uittorenen. Geen twijfel wie hier meester is. Ik ben aangekomen op de Lofoten, de ferry meert aan in Moskeness.

Moskeness ligt in het zuidwesten van het eiland, bijna aan het einde van de weg, waar het dorpje met de onwaarschijnlijke naam Ö ligt. Eigenlijk is het niet één eiland. De Lofoten is een veelheid van eilanden die, verbonden door een heel aantal bruggen, waardoor het een eenheid lijkt. En over dit, zo met elkaar verbonden land, loopt een lange weg, de E10, die zowel de noord- als de zuidkust aandoet. 

Eilandgevoel

Het is er al als ik de ferry afrijd. Het eilandgevoel. Die sfeer van ontspanning, van vertraging, alsof alles er niet zo toe doet. Losser, vrijer, onbekommerd. De smalle weg die mij naar het informatiecentrum moet brengen, slingert langs huizen en huisjes die warrig uitgestrooid lijken. Overal lopen mensen en rijden grote witte Wohnmobilen. Vakantie. Zo voel ik me ook als ik een biertje bestel bij Marena Anna, een vriendelijk restaurant dat een stukje van de weg aan het water ligt. Onbekommerd. Het terras zit vol bezoekers, binnen is het nagenoeg leeg. Ik heb gekozen voor binnen, waar netwerk is en ik eindelijk mijn mail kan checken, waar ik de wandelkaart van het eiland kan uitspreiden en de gids van het eiland doorkijk.
Dat is wel anders als ik na enige aarzeling de camping van Moskeness oprijd waar ik een van de laatste plekjes vind. Hier bevind ik mij ingeklemd in een woud van wit kunststof en plexiglas, waar mensen hun auto op een paar vierkante meters parkeren, precies tussen de strepen en vlak voor hun caravan.
Net als mijn camper staat, komt er een grote fourwheeldrive vlak naast de mijne gereden, hun ingang naast mijn ingang. Stoeltjes en een tafelt worden buiten, op nog geen halve meter afstand van mijn stoeltje, neergezet. Als ik vraag of dat anders kan, of ze hun stoelen aan de andere kant kunnen zetten, dat ik behoefte heb aan wat privacy, krijg ik van de macho man van het stel als antwoord dat dit toch niet geeft. Het is toch maar voor een paar uren.
Ik dacht dat juist Noren behoefte hadden aan privacy. Ik draai mijn camper om, mijn ingang aan de andere kant, sluit de deur af en loop het terrein op. Een deel van de camping is bebost en heuvelachtig en daarboven staan hier en daar kleine tentjes met prachtig uitzicht over de zee. Ik raak in gesprek met een van de kampeerders, aarzel, mijn kleine tentje ligt in de auto. Zal ik….

Toch maar niet, ik duik er vroeg in en ik ben er vroeg weer uit. Om 3.00 uur ben ik wakker en als ik de gordijntjes in de camper open, zie ik de zon al weer aan de hemel staan. Op naar een ander uitzicht, naar ruimte en leegte. Om 4.00 uur rijd ik de camping af, gedoucht, weer schoon en met een volle watertank, kan ik er weer een week tegen.

Langs de E10 gaat het richting Larvik. Vlak boven zee hangt een wittige strook mist onder een stralende zon. Dan laat de de E10 de kust achter zich en gaat op weg naar het noorden. Hij zoekt zich een weg tussen water en moeras en ik beland in een wereld van witheid. Hoe dicht de mist is, kan ik pas weer zien wanneer de contouren van grond, rots en watertjes duidelijker worden. Maar daar is het ook mee gezegd. De mist blijft hangen ook tijdens mijn eerste wandeling op het eiland.

Interverbonden

Het pad voert langs de kust, gaat over uitstekende stukken rots, half begraven in veen en plassen. Mijn oude benen hebben het moeilijk, mijn schoeisel is te licht. Tot het pad verbetert, de keien meer liggen ingebed in gras en veen. Ik adem de frisheid in, de lucht, de mistige omgeving. De stilte weerkaatst in het klotsen van water op stenen en het geschreeuw van meeuwen. Verweven, alles is verweven, en alles heeft bewustzijn. Alles, ook wat ik eet. Het broodje garnalen gister op de ferry van Bodo naar Moskeness, de opgewarmde groente op de camping, mijn ontbijt deze ochtend. Als ik eet, eet ik bewustzijn. Ik drink bewustzijn. Hoe als ik me dit altijd bewust zou zijn?

Ook al wil ik dat de mist wat optrekt, dat ik iets meer kan zien van de kleuren en contouren, ik houd ook zo van die stille witheid die als vocht mijn lichaam binnendringt, als stilte mijn lichaam overneemt. Ik houd van de tijdloosheid als alles wegvalt. Water wiegt zachtjes over het witte zand, veen veert onder mijn voeten, nat van poelen dringt mijn schoenen binnen, de hobbel in de grond laat mij struikelen en dan is er nog de groene vegetatie. Alles raakt aan cellen en botten, baant zich een weg in spierweefsel en in organen.
De rotsblokken. Het ligt er mee bezaaid hier langs het pad dat eerder een grote, hellende, groenige vlakte is die afloopt naar de zee. Rotsen die langer, veel langer voordat leven zich tot mensen evolueerde, aanwezig waren. Hoe bijzonder is het dat wij getuige kunnen zijn van een zo lange geschiedenis, dat wij steen kunnen aanraken dat in de oertijd ontstond. Hoe zou het zijn als wij, mensen, hier langer bij stil zouden staan, ons zouden laten verwonderen? Wat zou er op Aarde veranderen als we besef hadden van deze realiteit en ontzag kregen voor wat ons omringt, als we partner zouden worden van Aarde in plaats van haar als een nuttig object te beschouwen en te gebruiken?

Rotsen dragen de geschiedenis van Aarde in zich, kennen het ontstaan tot in hun diepste vezels. Ze zijn en ze blijven en ik ervaar dat ineens als een geruststellende gedachte. In de ochtend was er paniek, even, toen ik opgepakt tussen al die campers en caravans, wakker werd en het nog niet tot me doorgedrongen was dat ik weg kon. Weg van de disharmonie, van het ontbreken van enige schoonheid, enige afgestemdheid. Ik kan daar slecht tegen.
Hier kan ik ademen, in de vrije lucht, in de leegte. Alles is bewustzijn, alles is met alles verbonden, alles is één, hier kan ik dat ervaren en dat biedt oneindige ruimte.
Ineens, midden in deze gedachten, klinkt het schorre geschreeuw van de raaf. Een andere raaf antwoordt. Het geschreeuw gaat door. In mij staat de tijd even stil. Raven zijn  boodschappers van de goden. Ik probeer ze te vangen met mijn camera, daar hoog op de heuvel, maar de mist is te dicht. En dan vliegen ze op, scheren met luid gekrijs door de grijze lucht, twee, drie, nee zes, drie koppels verdwijnen in de donkere grijsheid.

Binnendringende Aarde

Ik ben teruggereden naar het zuiden in de verwachting dat ik daar de zon zou ontmoeten. Nu lig ik op een berghelling tussen de struiken en koester me in haar warmte. De scherpe, kale, granieten pieken zijn ver weg, de rotsige berghelling is een vruchtbare bodem voor tal van planten. De grond is uitnodigend, de stilte hierboven op de helling een groot contrast met de bedrijvigheid die beneden aan het water plaatsvindt. Aan de Nusjfjord was ooit een visserijbedrijf in werking. Plankieren over het water verbinden verschillende houten gebouwtjes. Alles staat op palen. Er is een museum gevestigd dat duidelijk veel bezoekers trekt. Mij niet, nog niet, straks misschien. Ik voel me doezelig, het is stil om me heen, geluiden van de toeristen beneden in het dorpje zijn hier niet hoorbaar. Zachtjes glijd ik weg.

Aarde dringt in mij binnen en ik dring binnen in Aarde. Uit mij groeien talloze wortels, verlengstuk van mijn zenuwstel, die hun weg zoeken in de grond. Ze hechten aan de rotsen die diep onder deze struiken verborgen liggen. Ze groeien verder de diepte in, langs water en ertslagen, zoeken de oudste steenlagen op, het oer dat hier op de Lofoten de grond bepaalt.
En dan voel ik haar opnieuw, Urd, de Aarde godin, de norne die de bron bewaakt en alles over Aarde weet. Ze laat mij voelen wat het betekent om hier ook werkelijk te zijn, waar het hier echt over gaat. Ze vertelt me over de moed om te hechten. Gronden is hechten zonder angst, gronden is overgave aan de realiteit van het fysieke bestaan, van het leven in een fysiek lichaam. En in al die wortels die uit mij groeien en die zich vermengen met de wortels van de planten om mij heen, in alle wortels leeft bewustzijn.

Nusjfjord

Ik open mijn ogen en de wereld om me heen komt terug. Als ik ga staan heb ik een directe blik op de fel geverfde gebouwtjes, op de wriemelende mensenmassa daar beneden.

Als ik bij het museum aankom, arriveren er net twee groepen toeristen die een weg zoeken tussen de vele anderen die hier ook al rondlopen. Het is er vreselijk druk. Mensen wandelen, ijsjes in de hand, camera’s aan riemen om hun hals, telefoons in hun handen, pratend en wijzend, over de plankieren. In de vorige eeuw aangelegd, hebben ze al een heel leven erop zitten. In de houten gebouwtjes, nieuw in de verf, zijn spullen verzameld die destijds werden gebruikt. Vage zwart-witfoto’s tonen mannen in vaalgrijze pakken die zich buigen over bakken vis. Zo kort nog maar geleden en zo geheel verouderd. Veel uitleg bij de foto’s en de werktuigen die er staan, vind ik er niet. Wel terrassen vol pratende, etende en drinkende mannen, vrouwen en kinderen. Ik fotografeer meeuwen met hun jongen op een nest, gebouwd op de bovenkant van een raamkozijn. En natuurlijk is er een souvenirwinkel waar ik afbeeldingen van de rendieren koop, die je op de auto kunt plakken. En dan ben ik weer weg. Mijn behoefte om op mezelf te zijn is groot.

In de avond vind ik een fantastische slaapplek langs de weg naar Vikten, een klein stadje aan de noordkust. Een rustige weg achter me en vóór mij een strand dat bestaat uit grote rotsen en keien, met kleine plekjes wit zand. En daarachter het water, alleen maar water en schreeuwende meeuwen. Ik kijk uit en schrijf. Een dichte mist trekt op uit de gladde watervlakte. De zon, nog hoog aan de hemel blijft de mist nog lang de baas. Totdat de mist stijgt en de zon die zakt, overmeestert.

© Lenie  van Schie, 1 april 201

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie