De lichtfietser (Gerome)

Deze tijdscolumn gaat over een voorbijganger op een ligfiets die zijn eigen spoor in de tijd trekt. Er hoeven soms maar kleine voorvallen in het leven te zijn, een ontmoeting, een lichtval of zoals in dit geval een voorbij zoevend moment tijdens een wandeling, die je plotseling naar hele andere regionen van tijd brengen.  De vraag die daarbij gesteld kan worden is: wat stellen we ons voor als we het over ‘verleden’ tijd hebben?

Jeroen - het TwiskVorig najaar. Madeleine, mijn vrouw en ik lopen al wandelend, na een drukke week, uit te blazen in het Twiske, een natuurgebied ten noorden van Amsterdam tussen Zaandam en Purmerend. In het Twiske ligt een 45 kilometer lang voetpad dat door weilanden, bloemrijke hooilanden, moeraslandjes, bosgebied en langs brede rietkragen loopt. We genieten van de weilanden met grazende koeien en het wolkendek dat traag voorbijtrekt en zijn al minstens een uur onderweg wanneer we in de verte een ligfietser aan zien komen rijden. Mijn aandacht is direct getrokken. Ligfietsen, dat fascineert me. Het is een oude wens om het uit te proberen. Van een vriend in Denemarken, een passionele ligfietser, heb ik via de mail vernomen: “Het is veel comfortabeler dan een normale fiets, nooit zadelpijn en je hebt een geweldig panorama view. Haal je op een racefiets 30 km per uur, met dezelfde kracht rijd je op een ligfiets wel 43 tot 44 km per uur.” De afspraak om samen te gaan ligfietsen stond al een tijdje in mijn agenda.

De ligfietser komt dichterbij. Het blauwe metallic van de fiets glinstert in het zonlicht dat door het wolkendek heen breekt. Dichterbij gekomen trekt de outfit van de ligfietser meteen mijn aandacht. Over zijn hoofd en schouders draagt hij een donkerrode capuchon met een blauw gestreept shirt daaronder, dat tot vlak boven zijn knieën wappert. Daaroverheen draagt hij een harig vest zonder mouwen waarvan het bovenstuk met bont gevoerd. Om zijn middel draagt hij een leren riem met een hertengewei op de gesp afgebeeld; om zijn benen een maillot met beenkappen. Zijn gezicht wordt getekend door een minuscuul lichtgrijs puntbaardje en zijn ogen zijn kleine groene kraaloogjes, zulke kleine ogen heb ik nog nooit bij iemand gezien.
Ik kijk intensiever. Een feestganger? Maar nee, er is iets te authentieks aan deze man, dat moeilijk onder woorden te brengen is. De energie die om hem heen hangt is zo buitengewoon sereen, dat het bijna iets bovennatuurlijks heeft zoals hij in zijn liggende houding op de fiets voortbeweegt.

Ik kijk Madeleine een ‘split second’ aan met een blik “zie je wat ik zie?” Voordat we het beseffen is de ligfietser voorbij gezoefd.
We kijken tegelijk achterom. De ligfietser is een stipje dat uit het zicht verdwijnt.
“Het is net alsof de ligfietser uit een ver verleden aan komt fietsen,” zeg ik.
“Ja.”
“Een projectie van ons?”
“Nee,” zegt Madeleine stellig. Het is een man uit een andere tijd, bijna zonder twijfel.
“Zeg me dat het niet waar is.”
We kijken nog een keer achterom.
“Geen lig- maar een lichtfietser,” zegt Madeleine terwijl ze hoofdschuddend in lachen uitbarst.
“En natuurlijk is ie verdwenen,” lach ik met haar mee.
Ik kijk Madeleine diep in haar ogen aan en weet genoeg. We hebben allebei hetzelfde gezien. Het is ineens een ervaring, die met niemand gedeeld kan worden.
“Tsjonge, ik heb de afgelopen week, geloof ik, een abonnement op verre verledens,” zeg ik tegen Madeleine.
Ze weet meteen waar ik het over heb. Een ‘life coach’, die mij om adviezen voor haar nieuwe praktijk had benaderd, had afgebeld omdat ze met een zware bronchitis op bed lag.
“Hee, wat vervelend, beterschap!”
“Dank je, maar het komt goed. Ik ben er heel blij mee.”
“Het lijkt me geen pretje.”
“Nee, echt. Het is een bijzondere bronchitis.”
“O ja, nou ja joh?”
Ze begon te vertellen dat ze de bronchitis vierduizend jaar geleden had opgelopen, en dat deze oeroude bronchitis op het punt stond, na alle incarnaties, om in haar lichaamssysteem op te lossen.
Verder dan “Daar hoor ik van op” kwam ik niet.
“Bijzonder hè,” sprak ze verder, “dat ik dit mag zien en meemaken. Ik moet er tijd voor nemen, dat voel ik aan mijn hogere ik. Hij is al zo lang onderweg om te genezen, en dan moet je ‘m niet te kort doen.”
Haar stem klonk plotseling angstiger.
“Straks blijven mijn bronchiën ontstoken. En zijn we weer 4000 jaar verder.”
“Goed,” onderbrak ik haar met een nauwelijks te onderdrukken sceptische stem. “We maken een nieuwe afspraak als jij eraan toe bent.”
Het telefoongesprek had de hele week nageëbd. Ik sprak er met verschillende mensen over, wat wonderlijke gesprekken opleverde.

Na de wandeling thuisgekomen maken we het eten klaar. Later op de avond blijft Madeleine zappend, in afwachting van een documentaire over de landschapskunstenaar Harvard Lee die ze wil zien, hangen bij AT5, de lokale zender van Noord-Holland. We zijn beiden fan van het programma ‘De straten van Amsterdam’. Een reporter bezoekt een straat en interviewt bewoners. Telkens een andere wijk, telkens een andere straat. Wat schetst onze verbazing, de reporter staat met de man van de ligfiets in diens tuin een gesprek te voeren.
“Ik doe alles met de ligfiets,” zegt de man met de kraaloogjes en het puntbaardje. Hij draagt nog steeds dezelfde kleren. “Boodschappen, alles.”
Achter hem staat de ligfiets onder een afdakje.
“Eigenlijk is het ook maar ‘dommig’ om rechtop in de wind te fietsen. Je moet je in de wind juist zo klein mogelijk maken. Liggend heb je veel minder weerstand.”
“Daar heb je een punt,”zegt de reporter.
“En je ruikt alles en je voelt alles veel meer.”
“Ik wil het wel eens keertje proberen,”zegt de reporter. “Je steekt me aan, Hank.”
“Ja, hoor, je bent altijd welkom, we kunnen een zondagmiddag prikken.”
De reporter zwijgt een ogenblik, terwijl hij Hank van top tot teen in zich opneemt. Hij schakelt over naar de kleding van Hank. “Wat is eigenlijk de filosofie achter jouw kleding, Hank,” vraagt de reporter, “middeleeuwenlook?”
“Nou nee, nou ja, ach, dat niet echt, ik kom uit die tijd.”
“O ja joh.”
“Wanneer ik geboren ben, dat ga je van mij niet geloven.”
“Niet?” vraagt de reporter nieuwsgierig.
“Wat denk je dan hoe oud ik ben?”
De reporter kijkt hem grondig aan.
“Tja, da’s gek, nu ik je wat beter observeer Hank, kan ik er niet, één, twee, drie een leeftijd op plakken.”
“1714 Is mijn laatste geboortejaar.”
“O.”
De reporter valt stil. Je kan aan hem zien dat hij in verwarring is en twijfelt of hij in de maling wordt genomen.
Hank kijkt de reporter aan.
“O, die verwarde oogopslagen krijg ik vaak terug, natuurlijk. Geeft niet. Je hoeft me niet te geloven. Als ik het maar weet.”
“Zo is dat,” herstelt de reporter zich, terwijl hij naar Hank zijn kleren wijst.
“Um. Dat harige overjasje is mooi, ja. Kan hip worden.”
“Hip. Hip.”
Hank pakt een krantenknipsel.
“Dit artikeltje moet je lezen,” zegt hij met een bezwerende blik. “Het stond in het Noord-Hollands nieuwsblad van vorig weekend.”
“Kijk, archeologen stuitten tijdens opgravingen in een oude graftombe in Guangxi in China op een stuk metaal, dat gevormd was als een exacte kopie van een modern Zwitsers horloge. De tijd stond stil op 10.06 uur.”
De reporter valt weer stil. Hij is weer in zijn verwarring terug. Je ziet hem weer denken: “Wat voor een gast is dit, word ik dan echt in de maling genomen?”
“Iedereen leest eroverheen,” gaat Hank verder. “Vertel mij wat. Er is zoveel meer. Maar we zien het niet meer. Iedereen is te druk. Alles moet snel. De prikklokken hebben ons in hun macht.” Hij kijkt naar de stilgevallen reporter en zwijgt een moment voordat hij verder spreekt.
“Ik ben een beetje waus voor je. Hè. Maar ja, begrijpelijk, ik heb het echt over een compleet andere trilling in tijd.”
“Ja, een andere trilling, boeiend Hank,” zegt de reporter, terwijl hij zichzelf hervindt en op zijn horloge kijkt. Het zal geen 10.06 zijn, nee, we zijn al bijna rond twaalf. “We hebben geen tijd meer, Hank. Vriendelijk bedankt voor je bijzondere verhaal. De volgende buurman wacht.”
Hank knik, buigt zich lichtjes naar voren en zegt: “Graag gedaan.”
“Ik heb, zo te zien, een Zwitsers horloge,” zegt de reporter in de camera tegen de kijkers, terwijl hij het erf afloopt en zijn horloge omhoog houdt. “Verre familie van dat andere Zwitserse horloge waarschijnlijk. Dat vermoedt men. Maar dat moet nog nader uitgezocht worden.”
De camera beweegt naar het huis van de buurman.
“Op nummer 54 moeten we zijn,” zegt de reporter met in zijn stem een vlotte overgang naar zijn volgende gast. “Daar woont Stephan, een oud violist van het Concertgebouw Orkest die twee jaar geleden met pensioen is gegaan.”

“Nou zeg,” zegt Madeleine.
“Toevallig?”
“Wat denk je?”
“Even niets maar.”
“Even niets maar.”
Madeleine zapt naar de documentaire over de kunstenaar Harvard Lee die inmiddels is begonnen. Het eerste woord dat Harvard Lee uitspreekt is; “‘De landschappen die ik met mijn kunst beïnvloed zijn voor mij een amalgaan van tijdsprongen…”
We overleggen. Gaan we dit vanavond nog zien?
“Nee, maar niet. Genoeg voor vandaag, Jeroen, vind je niet?” zegt Madeleine.
“Ja, dat vind ik ook.”
Munttheetje. Boek. Kwartiertje verder. Mijn mobiele telefoon gaat af. Het is de life coach. “Jeroen, onze afspraak van morgenvroeg om 11.00 kan, als jij nog kunt, alsnog door gaan. De bronchitis is als sneeuw voor de zon weggetrokken. Mijn keelgat is zo sprankelend, geen kuchje meer te bekennen en voelt als de lege IJ- en Coentunneltjes tegelijk. Ik kan er hoestvrij doorheen rijden.”
“Juist.”

© Jeroen Leenen
1 januari 2017

1 Reactie De lichtfietser (Gerome)

  1. Jolanda Verburg 03/01/2017 op 15:38 #

    Wat een bijzonder verhaal, Jeroen!
    De volgende keer als ik iets vreemds tegenkom of meemaak ga ik het ook vastleggen.
    Ik kijk uit naar je volgende verhaal.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!