De klok brengt me thuis (Ingrid Schaafsma – gastschrijver)

De klok in ons ouderlijk huis speelde een belangrijke rol in het leven van ons gezin. De klok was er altijd, mijn lieve zus reageerde er op, mijn vader zorgde ervoor dat hij altijd opgewonden was. Uiteindelijk is hij in mijn huis terecht gekomen, of liever gezet: thuis gekomen.

Herkenning van het klokgeluid

Onze klok hing in de huiskamer en vanuit de hal kon je hem zien. Hij had een vriendelijk geluid. Het was een moderne gietijzeren klok met een gouden wijzerplaat en Romeinse cijfers. Er hingen lange, zware gewichten aan.  Mijn zusje was meervoudig gehandicapt en zat in een rolstoel. Ze woonde in een instelling en als zij thuiskwam, stond ze altijd op haar plekje naast de klok. Zij was de liefste zus die je kunt hebben; ik vond haar een engel op aarde. Zodra de klok sloeg, ging haar hoofdje langzaam omhoog en luisterde ze aandachtig. Ze lachte. Ze herkende het geluid.

Wij waren met zijn vijven thuis: mijn zus was de oudste, een jaar later gevolgd door mijn broer en vijf jaar daarna werd ik geboren. Toen mijn moeder na een lang ziekbed overleed, viel er een immens gat in ons gezin. Zij was de spil van ons gezin; een vrolijke lieve vrouw.  Ik was 26 jaar en besefte dat ik nu volwassen was geworden. De pijn van het gemis om haar slikte ik in. Ik wilde sterk blijven. Ik vermoed dat ik sterk wilde blijven voor mijn vader om voor hem te zorgen en ik voelde zo mijn eigen verdriet ook niet.

Mijn vader hertrouwde en samen verhuisden zij naar een nieuwe woning. De klok ging mee en kreeg een prominente plek in het nieuwe huis. Het leven ging verder en elke zondag gingen wij op bezoek bij mijn zus en op hoogtijdagen kwam ze thuis. Het waren goede jaren met veel gezelligheid en liefde.

Vijf jaar nadat mijn moeder gestorven was, overleed mijn zus. We stonden om haar heen toen ze stierf. Haar gezicht kreeg een serene uitdrukking. Nu was ze echt een engel geworden. Bij haar graf zou ik later nog iets bijzonders meemaken; een witte vlinder die om mij heen dartelde en als het ware afscheid nam. Ik was daar samen met een vriend en net toen wij ons afvroegen waar mensen heen gaan als ze dood zijn, verscheen die vlinder. Het voelde alsof ik op dat moment in de eeuwigheid stond en mij niet meer bewust was van de lineaire tijd.

Vele jaren later maakte mijn broer een einde aan zijn leven. Hij was ernstig depressief en we hebben hem niet kunnen redden. Dit was een afschuwelijke tijd: hij was vermist en toen hij gevonden werd, kwam de politie bij mij aan de deur. Ze hadden in de gegevens gezien dat ‘de vader al aardig op leeftijd was’ en dus gingen ze naar de zus. Midden in de nacht ben ik naar mijn vader en zijn vrouw gegaan om dit te vertellen. Ik voelde dat ik dit moest doen. Ik krimp nog ineen als ik hieraan terugdenk. Toen ik het aan hem vertelde en hij het niet geloofde en vroeg of mijn broer niet gewoon een stukje aan het wandelen was, dat moment vergeet ik nooit meer.

Periode van mantelzorg

De tijd erna was zwaar en pijnlijk en ieder zat in zijn eigen rouwproces. Ik kreeg zelfs last van hyperventilatie, alsof ik naar extra zuurstof hapte om de pijn te kunnen doorstaan. Met elkaar probeerden we toch door te gaan, verjaardagen te vieren, Kerst, maar de hoogtijdagen leken voorgoed voorbij.

Mijn vader ging achteruit, stelde veel dezelfde vragen en wist soms de weg niet meer. Hij bleek Alzheimer te hebben. Ik heb lang voor mijn vader en zijn vrouw gezorgd; zij was ook dementerend. Pa meende overal mijn moeder te zien. Ook vroeg hij steeds waar mijn broer was en wie er op mijn zusje paste. Ik voelde de pijn in mijn ziel. Omdat ik zo sterk op mijn moeder lijk, dacht hij wel eens dat ik mijn moeder was. Snel stond ik dan op om koffie te zetten bijvoorbeeld. Ik vond het niet erg dat hij me niet herkende, maar mijn moeder was ik niet. Dat was mijn grens. Ik werd steeds geconfronteerd met het feit dat mijn moeder, mijn zus en mijn broer niet meer leefden. In het begin vertelde ik het nog wel, maar hij werd steeds bozer: “Waarom weet ik dat niet?!’’

De klok komt thuis

Ondertussen was de klok een rustpunt geworden. Er waren korte momenten dat we samen stil op de bank zaten en luisterden naar het tikken van de klok.

Mijn vader had iets met tijd. Hij was een man van de klok zogezegd: om acht uur koffie en om half zes eten.  Hij keek ook veelvuldig op zijn horloge. Maar de klok raakte van slag en stond vaak stil. Ook kreeg hij de meest ‘fantastische’ tijden. Dan stond hij bijvoorbeeld op half drie, terwijl het negen uur in de ochtend was. Pa ‘vergat’ steeds dat hij de klok al opgewonden had.

Op een warme septemberavond overleed hij in het ziekenhuis aan de gevolgen van een hersenbloeding. Samen met mijn stiefmoeder stond ik bij hem. Inmiddels was ik haar mijn stiefmoeder gaan noemen; ze was al zo lang in mijn leven en in de ziekenhuizen en instellingen waar we kwamen, spraken ze allen over ‘uw moeder’. Dan antwoordde ik direct dat mijn moeder niet meer leefde en zij de vrouw van mijn vader was. Maar dit werd zo ingewikkeld en toen mijn vader in het ziekenhuis lag en ik voor haar zorgde, leek de band tussen ons soepeler te worden. Ik besefte dat ik van haar was gaan houden.

Een paar maanden erna brak ze haar heup en moest ze geopereerd worden. In de tussentijd zorgde ik voor het huis en dus ook voor de klok; ik praatte zachtjes tegen hem en zorgde dat hij op de juiste tijd stond. Hij ging zowaar weer goed lopen. Mijn stiefmoeder stierf in het verpleeghuis, waar ze revalideerde. Toen brak er een nieuw tijdperk aan.  Het huis moest verkocht en de spullen verdeeld. Wie wilde die klok? Niemand leek geïnteresseerd.  Ik informeerde bij de familie van mijn vader, maar kreeg steeds de wedervraag waarom ik hem zelf niet nam.  Ik had er niet eerder over nagedacht om de klok zelf in huis te nemen, en waarom ook eigenlijk niet? Vanaf het moment dat de klok bij mij werd opgehangen, voelde ik een opluchting en moest ik ineens bevrijdend huilen. Ik was niet verdrietig, maar emotioneel, omdat ik een lichte blijheid voelde. Dit was de klok van mijn ouderlijk huis. De klok was thuisgekomen. Ik was thuisgekomen.

© Ingrid Schaafsma, 1 juli 2018

Tip:

Als je de column met anderen op Facebook wilt delen, klik dan op ‘Pagina leuk vinden’, helemaal onderaan in de voettekst.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!