De hoop van een luisterend oor

De verschillen tussen arm en rijk worden steeds groter. Schaarste kent vele gedaanten. Hoe kunnen we de armoede-spiraal doorbreken?

Twee decennia voorbij

Nog een paar dagen en dan is het tweede decennium van deze eeuw voorbij. Ik heb er zelf niet zo bij stil gestaan. Mijn zoon is er op school in één van zijn lessen mee bezig en vraagt me of ik weet wat een decennium is. Het gesprek dat volgt, zet me aan het denken. Twintig jaar geleden ben ik een jongere versie van mezelf in totaal andere leefomstandigheden dan nu. Ik heb geen echtgenoot, geen kind, mijn moeder leeft nog, mijn vader is niet dement en ik werk internationaal, reis een groot deel van Europa af en een klein deel van Azië en Afrika.

Ik denk terug aan de paniekverhalen over de te verwachten crash van tienduizenden computers rond de eeuwwisseling. Een scenario dat niet uitkomt. Vanuit religieuze tradities zijn we goed in het oproepen van het-einde-van-de-wereld-verhalen. Het speelt in op de constante angst voor schaarste en onverwachte, niet te controleren rampen. Het brengt ons in een overlevingsmodus die weinig ruimte laat voor mededogen, vertrouwen, vrijgevigheid en hoop. Het zorgt er ook voor dat we wereldwijd vastzitten in een politiek economisch systeem dat menselijke waardigheid devalueert tot de hoeveelheid euro’s die iemand bezit.

AD Images via Pixabay

Toenemende ongelijkheid

De verschillen tussen arm en rijk zijn groter dan ooit. De tien procent rijkste Nederlanders heeft zestig procent van het totale vermogen in Nederland. En de zesentwintig rijkste mensen in de wereld hebben evenveel vermogen als de vier miljard armsten. Deze toenemende ongelijkheid is een groot probleem. Niet alleen omdat mensen geen toegang hebben tot voldoende eten, schoon drinkwater en een veilig huis, maar ook omdat ze minder toegang hebben tot gezondheidszorg en onderwijs. De Voedselbanken in Nederland krijgen steeds meer klanten, waarvan een toenemend aantal uit het middensegment van de maatschappij. Maar liefst 1 op de 9 kinderen gaat met honger naar school. Het aantal thuis- en daklozen met een betaalde baan neemt hard toe. De zogenaamde menstruatiearmoede komt niet meer alleen in de ontwikkelingslanden voor, maar ook in Nederland. Zo’n negen procent van de Nederlandse vrouwen en meisjes hebben te weinig geld om tampons of maandverband te kopen. Hierdoor missen ze lessen op school of kunnen niet naar hun werk.

Peperdure banaan

Tegelijkertijd luister ik met verbijstering de afgelopen weken naar de discussies over het kunstwerk ‘Comedian’ van Maurizio Cattelan. Cattelan verkoopt drie bananen die met ducttape vastgemaakt zijn aan de muur voor 120.000,- euro. Een bedrag waar menig Nederlander tien jaar lang van moet leven. Cattelan zegt dat het kunstwerk bedoelt is om de discussie los te maken over de waarde die we toekennen aan dingen die belangrijk zijn voor ons.

Hoe denk ik hier eigenlijk over? Een banaan is voeding, iets dat basaal noodzakelijk is om te overleven. In de Universele verklaring van de rechten van de mens werd al in 1948 vastgelegd dat mensen recht hebben op een levensstandaard , noodzakelijk voor een goede gezondheid en welbevinden van zichzelf en hun familie. Hoeveel discussie kun je voeren over basaal noodzakelijke voorzieningen? Iedereen is het er over eens dat elke man, vrouw of kind voldoende moet kunnen eten en het liefst van goede kwaliteit. Wie haalt het in zijn hoofd om zoveel geld te betalen voor drie bananen die uiteindelijk verrotten aan een muur? En, hoe kan het zijn dat we sinds 1948 nog steeds dezelfde discussies voeren over mensenrechten? Dat de situatie wereldwijd niet beter is geworden, maar zelfs slechter? Dat we steeds harder met elkaar vechten in plaats van de handen ineen slaan om de problemen op te lossen? Nog nooit zijn er wereldwijd zoveel mensen op de vlucht voor oorlog, honger en andere ellende.

Littekens en revolutie

Vele decennia geleden komt er een arme vluchteling aan in Bethlehem. Gelukkig heeft hij zijn vrouw mee kunnen nemen op de vlucht. Ze is zwanger en loopt op haar laatste dagen. Hun grootste bezitting is hun liefde voor elkaar. Ze hebben honger en het is al donker voordat ze een plek vinden om te slapen. In een eenvoudige schuilplaats wordt hun baby geboren zonder dat ze worden bijgestaan door een arts of vroedvrouw, want dat kunnen ze niet betalen.

Tussen toen en nu is er niet zoveel veranderd. Bansky heeft er een kunstwerk over gemaakt: de ‘Scar of Bethlehem’. Het is een protest tegen de bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Bansky noemt het de grootste openluchtgevangenis ter wereld. Hoewel het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in 2004 heeft geoordeeld dat de bezetting in strijd is met het internationale recht, is de muur alleen maar hoger geworden en de strijd harder. Bansky is van mening dat je geen kunst over armoede kunt maken en er zelf een dikke boterham aan verdienen. Hij geeft een deel van zijn gage weg. Zijn kunstwerken zijn voor ‘betaalbare’ prijzen voor een groot publiek te koop. Hij gebruikt zijn graffiti, muurschilderingen, om een revolutie te starten en oorlog te beëindigen.

S. Hermann & F. Richter via Pixabay

Menselijke waardigheid

Ik kan me erg vinden in Bansky’s uitgangspunt. Ik kom uit een cultuur die muurschilderingen gebruikt voor het uitspreken van meningen over politieke thema’s. Ik kom ook uit een revolutionaire familie. Mijn beide opa’s hebben gevochten in de tweede wereldoorlog voor vrijheid, waren allebei tegen armoede en achterstelling van mensen of dat nu arbeiders, vluchtelingen of dak-en thuislozen waren. De stap tussen het hebben van een woning, werk en genoeg te eten en helemaal niets meer hebben is een hele kleine. Het kan ons allemaal overkomen.

Mijn familie heeft mij het bewustzijn meegegeven dat de hoeveelheid rijkdom die iemand bezit niets te maken heeft met menselijke waardigheid. Menselijke waardigheid gedijt op gezien worden, oprecht naar iemand luisteren en jezelf verplaatsen in de ander. Ik ben dankbaar voor deze lessen. Ik kom daardoor veel bijzondere mensen tegen. Mensen die niet veel hebben en hun laatste brood met mij delen, een slaapplaats aanbieden, omdat we niet verder kunnen reizen door weersomstandigheden. Mensen die puissant rijk zijn, maar ziek van eenzaamheid en een peperdure kelim aanbieden voor een luisterend oor en een zacht handgebaar. Waardigheid laat zich niet uitdrukken in geld.

Mijn wens voor de komende twee decennia? Als iedereen oprecht belangstelling heeft in een vreemde, die je op straat tegen komt of een buurvrouw die alleen woont en geen bezoek krijgt, dan kunnen we verschil maken. Dan zien we dat schaarste vele gedaanten kent, dat rampen weliswaar niet altijd te voorkomen zijn, maar dat we wel kunnen bepalen hoe we er met zijn allen mee om gaan.

© Chiara Sahin, 24 december 2019

, , , ,

1 Reactie De hoop van een luisterend oor

  1. M. Sahin 04/01/2020 op 21:34 #

    mooi verwoord.

Geef een reactie