Bron van verwondering (Chris Elzinga)

Wat neem ik waar en wat gaat ongemerkt aan me voorbij? Als mijn mind stil en leeg wordt, zie ik ineens meer van wat er allemaal aan schoonheid om me heen te zien is. Schoonheid ligt voor het oprapen.

We zien wat we denken te zien

In hoeverre ben ik echt in contact met de werkelijkheid? Wat zie ik werkelijk en wat vullen mijn hersenen automatisch in? Dit vind ik intrigerende vragen. Uit onderzoek is gebleken dat wat wij mensen zien voor ongeveer 20% uit echte waarneming bestaat. De overige 80% vullen onze hersenen aan om het beeld ‘compleet’ te maken. We zien dus vooral wat we denken te zien. Dit maakt dat we heel snel situaties kunnen beoordelen en daarop snel kunnen reageren. Dat is evolutionair heel handig geweest: een schaduw van een beer kon voor onze vroege voorouders al een trigger zijn om het op een lopen te zetten of minstens hyper-alert te zijn. Nog steeds is het reuze handig; alleen hebben beren plaatsgemaakt voor auto’s en andere ‘beren op onze weg’.

In feite zien we allerlei verschijnselen dus niet echt. Neem deze afbeelding bijvoorbeeld. Wat zie je? Wat is je eerste associatie?

Is het een schilderij of een foto van de aarde, die vanuit de ruimte genomen is? Of vullen je hersenen deze afbeelding met iets anders in?
Het zijn ijsbloemen op de voorruit van de auto van mijn buurman op een koude, zonnige ochtend in de afgelopen winter. Door de ijsbloemen heen zie je de gloed van zonlicht dat door een zijraampje de binnenkant van de auto verlicht.
Is het niet fantastisch? Als ik ernaar kijk voel ik weer die verwondering van dat moment over de fraaie vormen die zich als uitwaaierende bladeren op die ruit gevormd hebben. Er is geen mensenhand aan te pas gekomen. Het is pure natuur op een heldere vriesochtend, midden in de stad.

Ik weet niet meer waarom ik deze schoonheid ineens zag. Als ik hier op weg naar mijn werk langs was gelopen, was ik waarschijnlijk in gedachten verzonken geweest. Ik had auto’s vanuit mijn ooghoeken gezien; 80% van het beeld zouden mijn hersenen ingevuld hebben. Zo van: “Auto – is bekend: niet klein, niet groot, zilvergrijs, niet interessant – ruiten bevroren – is bekend: niets bijzonders – volgende auto – zelfde verhaal, ken ik al”. De ijsbloemen waren waarschijnlijk onopgemerkt gebleven.

Dit keer viel de ijssculptuur me wel op, in volle glorie. Waarschijnlijk omdat ik even níet in gedachten verzonken was. En mijn hersenen vulden het tafereel blijkbaar níet al bij voorbaat in vanuit de veronderstelling dat ik al zou weten wat hier te zien was.

Waarnemen zonder filters

Ik kan het ook zo zeggen: Als mijn mind stil en leeg is, bekijk ik de wereld niet door een filter van mijn eigen ideeën en veronderstellingen over die werkelijkheid. Wat daar wel aanwezig is toont zich direct aan mijn waarneming. En zo zie ik ineens schoonheid, zomaar op straat. Die ligt voor het oprapen.

Nu mijn aandacht eenmaal getrokken is, kan ik mij verwonderen over elk detail. Nee, dit is geen detail van een schilderij uit het Rijksmuseum. Dat is een associatie van mijn mind, een nieuw filter dat opduikt. Blijkbaar kan mijn mind niet bevatten wat ijsbloemen eigenlijk zijn.

Maar dan blijkt ook de benaming ‘ijsbloemen’ een creatie van de mind te zijn, dat een nieuw filter kan vormen in mijn waarneming, met nieuwe associaties. Dan realiseer ik me dat elk detail reëel is, uniek, nooit eerder zo gevormd.

Hoe moet ik beschrijven wat ik zie en voel als zelfs het woord ‘schoonheid’ wegvalt, omdat dit ook een concept is, een nieuw filter van de mind? Mijn mind kan dan eigenlijk alleen maar stil worden van verwondering.

© Chris Elzinga, 1 april 2018

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!