Bron van vertrouwen – op de ski’s (Chris Elzinga)

Tijdens een korte wintersportvakantie heb ik ervaren hoe groot de rol van vertrouwen is bij het leren skiën. Het vermogen om te skiën is in ieder van ons aanwezig, maar dat kan pas tot bloei komen als er een bedding van vertrouwen is.

Een eerste kennismaking op de ski’s

Het is half februari en ik sta voor de tweede keer van mijn leven op skiën. Met mijn oudste dochter en haar vriend zijn we net met een kabelbaan naar een sneeuwgebied boven het Franse wintersportplaatsje Morzine aangekomen. Het uitzicht is adembenemend: overal sneeuw, de zon schijnt tussen wolken door, imposante bergen aan de andere kant van het dal.

Zodra we de gondel verlaten stap ik op een klein plateau van sneeuw. De start van de gemakkelijkste – de ‘groene’ – piste begint echter even verderop. Dan moet ik wel een hoogte van zeker van 10 meter overbruggen… Iedereen stapt doodgemoedereerd op de ski’s. Voor mij is er geen ontkomen aan: ik was te laat voor lessen, hier is geen oefenveldje, ik zal op mijn eigen ski’s naar beneden moeten glibberen. Daarmee ga ik direct een heel stuk buiten mijn comfortzone. Gelukkig heb ik wel een idee hoe ik moet remmen en warempel, het lukt me om heel voorzichtig af te dalen. Dat heb ik overleefd…

De eerste groene piste

De groene piste die voor me ligt ziet er beter uit, in ieder geval niet zo steil. Eigenlijk is het een vrij brede besneeuwde bergweg. Hele families glijden met kinderen vanaf 3 jaar gezellig kletsend met elkaar naar beneden. Dat zou mij toch ook moeten lukken…

Tot mijn grote opluchting begin ik na een half uur wat te wennen aan al dat geglibber over sneeuw en ijs. Het remmen begint al aardig te lukken en ik maak wat bochtjes op het sneeuwpad waardoor ik mijn snelheid enigszins onder controle begin te krijgen. Dat voedt vertrouwen in mijn vermogen om overeind te blijven en niet in de berm of in de afgrond te belanden.

Controle leren krijgen over snelheid

Wat ik die dag heel fascinerend heb gevonden zijn al die klasjes met kinderen van 5 tot 10 jaar die over de pistes afdalen. Het zijn net kuikentjes die achter moeder of vader gans aan skiën. Ze zijn goed ingepakt in kleurrijke skipakjes en hebben grote zonnebrillen en helmen op, zodat ze allemaal op elkaar lijken. Sommige helmen zijn uitgerust met ‘oortjes’ zodat die kinderen op beertjes lijken. Het ziet er koddig en vertederend uit.

Wat vind ik nu zo fascinerend? Allereerst gebruiken ze geen skistokken. De leraar of ouder die voorop gaat heeft die meestal wel, maar blijkbaar kunnen de kinderen beter zonder. Daar gaan ze; als ze wat harder skiën en moeten afremmen gaan hun armen wijd uit om evenwicht te behouden, de benen gaan in spreidstand, zodat de punten van de ski’s elkaar bijna raken. En het werkt: hun vaart vermindert en als het nodig is komen ze tot stilstand. Die middag heb ik geen enkel kindje zien vallen.

De kleintjes doen alles na wat de leraar hen voordoet. Er is een soort vanzelfsprekendheid in al hun bewegingen. Ik heb nauwelijks een kind zien aarzelen. Wat ook helpt is dat ze steeds kleine stukjes afdalen en dan weer stoppen. Zo leren ze controle te krijgen over hun snelheid.

Wat een contrast met mijn eigen ervaring! Ik aarzel bij te steile stukken en op andere momenten heb ik mijn eigen snelheid nauwelijks onder controle en dender ik op goed geluk naar beneden! De volgende keer toch maar op tijd lessen organiseren…

Een bedding van vertrouwen

Als ik die kleintjes zo zie lijkt het allemaal om vertrouwen te gaan. Allereerst is daar de leraar of ouder die zijn/haar eigen vaardigheden op de ski’s volledig vertrouwt. Dan is er het vertrouwen van de leraar in de kinderen: dat ze precies doen wat hij/zij voordoet. Ook daar zie ik geen enkele aarzeling of bezorgdheid. De leraar biedt zo een bedding van een natuurlijk soort veiligheid waarin de kinderen dingen durven die ze anders niet zomaar zouden doen. En dat voedt het vertrouwen in hun eigen kunnen. Waar dus eerst de leraar aanwezig is als bron van vertrouwen, leren deze kindjes zo al doende die bron in zichzelf te vinden.

Ik merk hoe dat vervolgens op mij doorwerkt. Alleen al door hen zo gaandeweg de pistes af te zien dalen, neemt mijn vertrouwen toe en durf ik zelf ook wat meer risico’s te nemen. Ik kan altijd remmen of stoppen, zodat ik de tijd heb om in te schatten hoe ik verder kan.

Gecontroleerd de afgrond in

De volgende dag ga ik vanuit Morzine met de kabelbaan, de ‘Telepherique’, naar de hoger gelegen pistes van Le Pleney. Dit keer ga ik wandelen in dat sprookjesachtige sneeuwlandschap, ook heel erg de moeite waard! Ik stap uit de gondel en voor me ligt een sneeuwvlakte waar het krioelt van de skiërs. Direct links van mij gaat het zo’n 50 meter steil naar beneden. Een paar skiërs staan klaar om daar af te dalen. Ik moet er niet aan denken dat zelf te moeten doen! Voor mij voelt het als een afgrond. Alsof er niets aan de hand is gaan ze op aanwijzen van hun leraar keurig zigzaggend naar beneden. Het blijkt een rode piste te zijn: na ‘groen’ en ‘blauw’ een categorie 3 in termen van moeilijkheidsgraad.

Dan glijdt onverwacht een grote man naar beneden, met z’n ski’s dwars op de helling. Ik schrik ervan. Hij blijkt het met een bedoeling te doen. Door zijn houding remt hij het hele stuk naar beneden en blijkt hij perfect controle te houden over zijn snelheid van afdalen. Dan roept hij naar zijn dochter – zo’n 7 jaar oud, duidelijk nog in de roze kledingsfase – die nog vlak bij mij staat. En wow, dat meisje laat zich ook schier onverschrokken naar beneden glijden, met precies dezelfde bewegingen als haar vader. Ze komt exact uit waar haar vader staat. Vol bewondering zie en voel ik dezelfde dynamiek van vertrouwen tussen vader en dochter die ik de dag hiervoor heb waargenomen. Dit keer ga ik ze niet achterna… Daar heb ik toch echt nog een externe vertrouwensbron voor nodig.

© Chris Elzinga, 1 maart 2018

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie