Bron van stilte (Chris Elzinga)

Stilte is in onze samenleving niet vanzelfsprekend. Er is overal zoveel geluid. Waar vinden we stilte? En wat is eigenlijk bron van stilte? Is die buitens ons te vinden of juist in onszelf?

Gehecht aan geluid

Een tijdje geleden sprak ik met een 20-jarige dochter van vrienden over de mogelijkheid aan een stilte-retraite mee te doen. Haar sprak het idee wel aan om een dag of 5 met niemand te spreken, om zo wat tot rust te komen. Toen kwam ineens de verontrustende vraag in haar op of dat ook betekende dat ze haar iPhone niet mocht gebruiken. Inderdaad, dat was de bedoeling. Dat ging haar echt een stap te ver. Bijna een week lang zonder de chats, de apps, de eigen muziek waar ze zo aan gehecht was, was ondenkbaar voor haar.

Relatieve stilte

Zelf houd ik van stilte. Tegelijkertijd woon ik in een stad – Haarlem – en dan ook nog aan het spoor van en naar Leiden. Dag en nacht rijden er treinen. Overdag zijn dat zo’n 8 tot 10 personentreinen. ’s Nachts denderen een paar zware goederentreinen met veel kabaal langs het huis. Je hoort ze al van verre aankomen en het duurt even voor het geluid weer is weggestorven. Als ik een paar dagen erop uit ga om te wandelen of te fietsen, zoek ik zoveel mogelijk de stilte op. Ik zoek dan plekken op waar ik het ruisen van bladeren kan horen en het geluid van vogels. Ik geniet van die relatieve stilte; ik kom er tot een diepere rust dan wanneer ik in de stad verblijf.

Soms is het bij ons achter in de tuin een tijdje heel stil. In de zomer kan ik dan de slakken horen voortbewegen over blaadjes die op de grond liggen. Heb je dat ooit gehoord? En zo eens per jaar horen we het gescharrel van een egeltje op het terras als een soort fluisterend geritsel. In die stilte lijkt mijn gehoor scherper te worden en vallen mij geluiden op die ik anders niet opmerk.

Hoorbare stilte

Ik ken ook momenten waarin de stilte me haast overvalt. Als ik ergens in een drukke stad een kathedraal binnen loop, kan de stilte zo intens zijn dat die haast hoorbaar is. Ik raak ervan uit mijn gewone doen. Ik ervaar dan een soort van verwondering en ontzag. Ik ga langzamer lopen, zie allerlei details in de architectuur, de beelden, de schilderijen, ik hoor het geschuifel van voeten over de stenen vloer. Ik merk dat mijn zintuigen helemaal open staan. Alles in mij is gericht op wat er te zien, te horen en te voelen is. De stilte doet dus iets met mijn waarneming.

Dat gebeurt soms ook als ik achter de piano ga zitten en verstilde muziek van Ludovico Einaudi speel of als ik zelf gewoon wat op klanken improviseer. Eerst is er stilte. Dan sla ik een toets aan: een klank lijkt uit het niets te ontstaan en sterft weer langzaam weg. Opnieuw is er die stilte, die in de afwezigheid van een klank hoorbaar wordt. En dan weer een klank en het oplossen daarvan. Elke klank wordt omgeven door stilte en lijkt daar uit voort te komen. Juist daardoor kan de klank bestaan. Het maakt dat mijn waarneming heel helder wordt: ik hoor allerlei details waar ik anders aan voorbij ga.

Wanneer de mind verstilt

De stilte buiten mij doet dus iets met mij. Ik kom meer tot rust en ik raak meer aanwezig in het moment, waardoor ik anders ga waarnemen. In die rust raak ik meer bewust van mijn innerlijke ervaring. Dan merk ik vaak als eerste op hoeveel gedachten er door me heen gaan. Mijn mind produceert  allerlei herinneringen aan wat ik eerder ervaren heb en fabriceert allerlei fantasieën over wat ik nog ga meemaken. Het is een haast continu gebabbel dat alle stilte buiten mij overstemt: ik merk die niet eens op, omdat mijn aandacht zo bezet is door mijn eigen gedachtestroom.

Wat gebeurt er als ik de stilte buiten mij op me in laat werken en mijn mind tot rust laat komen, bv. door de mediteren of door de tijd te nemen om echt bij mezelf te zijn? Het is misschien raar, maar dan ga ik een stilte ín mijzelf ervaren, die weldadig aanvoelt. Waarschijnlijk komt dat, doordat mijn mind daarin tot rust komt. In deze stilte kan ik ontspannen. Zorgen vallen weg, ik hoef in dat moment niets te doen, ik hoef niets voor te stellen, niets te bereiken, simpelweg omdat mijn mind daar allemaal niet mee bezig is. In deze stilte kom ik tot mezelf.

De bron van stilte

En wanneer ik deze stilte ín mij ervaar, dan merk ik dat die na enige tijd uit lijkt te dijen buiten de grenzen van mijn lichaam en samen te vloeien met de stilte buiten mij. Het onderscheid tussen binnen en buiten vervaagt. Het voelt alsof ik aanwezig ben in een stille ruimte die geen grenzen kent en die dwars door mij heen gaat.

Voor mij is de stilte van die ruimte de bron van de stilte ín en buiten mij. Daar kom ik mee in contact door de stilte in mijzelf toe te laten. Daarmee krijg ik toegang tot die bron. De stille ruimte van een kathedraal helpt me die toegang te vinden, zoals ook beukenbossen dat doen of andere stille plekken in de natuur.

© Chris Elzinga, 1 juni 2017

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!