Bron van geluk (Chris Elzinga)

Geluk lijkt zoiets vluchtigs en ongrijpbaars. Er is veel onderzoek gedaan naar voorwaarden van geluk. Maar wat is geluk eigenlijk en wat is de bron ervan? En heeft dat niet eerder met innerlijke gesteldheid te maken dan met uiterlijke omstandigheden?

Voorwaarden voor geluk

Gelukkig zijn, wie wil dat niet? Het is thema van veel onderzoek. Geluk laat zich in ieder geval niet afdwingen, het overkomt je. Omdat het zich niet laat sturen, gaat veel onderzoek over voorwaarden van geluk. Reclame suggereert die voorwaarden te kennen: als je maar eenmaal die stoere auto koopt, dat zachte badlaken aanschaft, die geurende koffie drinkt, die bijzondere zeep gebruikt, die speciale nieuwe smartphone koopt, dan… dan ben je gelukkig. En dat is te zien aan al die zogenaamd blije, stoere en gelukzalige gezichten.

Dit geluk heeft iets vluchtigs. Eenmaal in die nieuwe auto verdwijnt het geluksgevoel zodra het nieuwe er vanaf is. Dat maakt mensen onverzadigbaar: we streven naar geluk, maar als we het op deze manier proberen te vinden, is het snel weer verdwenen. We moeten opnieuw op pad.

We hebben – zeker in het rijke Westen – het materieel nog nooit zo goed gehad, nooit eerder leefden mensen zo lang en gezond, niet eerder was vrede zo wijdverbreid. Waarom zijn we dan toch niet massaal gelukkig? Misschien ligt het antwoord niet zozeer in het creëren van voorwaarden voor geluk, maar in de ervaring van geluk zelf.

Geluk is elders te vinden

Laatst vertelde iemand me over haar onvrede met haar leefsituatie. Het werk was nog tot daar aan toe, dat hield ze nog wel vol. Maar alleen dankzij het vooruitzicht dat ze in de weekends ‘leuke dingen’ kan gaan doen. Als ze dat niet georganiseerd krijgt, voelt ze zich doodongelukkig. Ze probeert dat gevoel te vermijden door zoveel mogelijk op pad te gaan, als het enigszins kan naar het buitenland, rondzwerven door onbekende oorden. Het onverwachte boeit haar, de saaiheid en voorspelbaarheid van Nederland is voor haar niet uit te houden. Op reis voelt ze zich veel gelukkiger.

Als ik haar vraag wat ze dan ervaart, antwoordt ze: “Zo op reis is alles nieuw, dan staan m’n zintuigen helemaal open. Ik voel me vrij, ongebonden. Alles ervaar ik heel direct, m’n reacties zijn ook heel direct, dat vind ik heerlijk. Ik voel me authentiek, ‘echt’. En ik heb het gevoel dat ik lééf.”
Het treft me dat ze dit blijkbaar niet in haar huidige levenssituatie ervaart. Waarom eigenlijk niet? Mist er iets in haar omgeving, bv. vriendelijkheid, liefdevolheid, synergie op het werk – vaak genoemd als voorwaarden voor geluk – of is het eerder een kwestie van een innerlijke gesteldheid?

Wat het leven bijzonder maakt

In 2008 heb ik 27 studenten van verschillende hogescholen en universiteiten in diepte-interviews gevraagd naar gelukservaringen (C. Elzinga en L. van der Tuin, Wat het leven bijzonder maakt). Bijna al deze jongelui konden er zo een aantal van beschrijven. Vaak gebeurt geluk zomaar in gewone situaties. Een jonge vrouw voelt tijdens een etentje ineens hoeveel ze van haar zus houdt; flow die ontstaat op een stageplek; een wandeling in de natuur; openheid tijdens een meditatief moment. Het is opvallend dat geen van hen associeert geluk met de aanschaf van iets materieels.
Eén van de studenten: “En dan besef ik: Wat is het hier mooi, met lekker weer. En dan zit ik echt te genieten op de fiets. Ruisende bomen en blaadjes. Het is net zoiets als muziek voor mij. Ik word ook altijd blij als ik buiten kom en ik ruik de eerste lentelucht. Het is de geur en het geluid, de warmte op je huid. Als je niet zo lekker in je vel zit, zit je vaak meer in gedachten, merk je dat soort dingen helemaal niet op.” (p. 57)

Als ik naar hun lichaamstaal kijk zie ik blije gezichten, sommigen stralen ronduit, anderen maken een gebaar alsof er iets vanuit hun hart naar buiten stroomt. En als ik hen daarop wijs, zijn ze verbaasd, omdat ze zich niet bewust zijn hoe geluk zich via hun lichaam uitdrukt.
Bij doorvragen blijken ze zich in die momenten vrij te voelen, niet gebonden aan ideeën hoe ze zich zouden moeten gedragen. Ze spreken vrijuit, voelen zich open en er is een grotere ontvankelijkheid naar anderen toe.
Eén van de hen merkt op: “Als ik gelukkig ben, zijn er ook niet zulke duidelijke grenzen tussen mijzelf en andere mensen. Ja, ik denk dat dit altijd zo is, maar dat je dat niet altijd zo ervaart, omdat je jezelf afsluit.” (p. 65)


Ze zijn dan niet bezig met verleden of toekomst: ze leven op zo’n moment helemaal in het moment, in het nú. Dat maakt hen onbezorgd. Sommigen ervaren zichzelf juist dan als ‘echt’, als wie ze in essentie zijn.
Eén van hen: “Bij mij is het: blijheid, alles kan, genieten. Dat zijn gevoelens die ik ervaar. Ik heb het idee: dat is mijn ware ik, zo ben ik vanbinnen.” (p.58)

Geluk kan ineens doorbreken, op elk moment, overal.
Eén van de geïnterviewden: “Dat zijn echt van die losse momenten, dat ik iemand zomaar ontmoet, in de trein of waar dan ook. Dan hoef je maar een paar woorden te zeggen en dan is het gaaf. Het hoeft niet eens een leuke jongen te zijn, het kan iedereen zijn, gewoon een ontmoeting.” (p. 55)

Egoloosheid van geluk

Dit alles lijkt erop te duiden dat geluk een egoloze staat van bewustzijn is. Als ik vanuit mijn ego leef, ben ik altijd in zekere mate gesloten, niet echt ontvankelijk, m’n aandacht is gericht op hoe ik overkom, of anderen wel veilig zijn, of ik goed genoeg ben. Het heeft altijd iets defensiefs, ik moet mijn zelfbeeld beschermen. Ik kan dan niet volledig open zijn of spontaan. In feite ben ik dan niet helemaal mezelf.
Geluk is het tegendeel: dan ontspant m’n ego, ik hoef niet anders te zijn dan mezelf en ik hoef helemaal niets voor te stellen. Mijn gedachten komen tot rust. Wat een rust… Mijn waarneming centreert zich in het nu.

Ik rijd op m’n fiets naar een afspraak. Twintig minuten stevig doorrijden, ik ben aan de late kant. Ik voel de soepele bewegingen van mijn lichaam, de wind langs mijn gezicht. De oktoberzon schijnt en maakt me wakker voor mijn omgeving. Ik merk hoe mooi het licht is, hoe alles – auto’s, scooters, bladeren van de bomen – in een ruimte van rust en goedheid lijkt te bewegen. Mijn waarneming is helder, direct, open en ontvankelijk. Alles zie ik in z’n schoonheid. Ik geniet intens en voel me gelukkig, op een simpele manier.

© Chris Elzinga, 1 november 2017

Bronnen:
Chris Elzinga en Leo van der Tuin, Wat het leven bijzonder maakt. Zingeving en ervaringen van transcendentie onder jong volwassenen in de wereld van hogeschool en universiteit, Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing, 2010. Via mijn site te bestellen.

In ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’ getuigt J.C. Bloem (1887 – 1966) van deze open staat van zijn.

Aanrader:
Maria Grijpma en Inge jager, Handboek voor Klein geluk, 2012

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

En onder de column kun je via ‘View all posts’ toegang krijgen tot alle columns van deze auteur.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!