Bron van eigenwaarde (Chris Elzinga)

Als ik om me heen kijk valt me op dat zoveel mensen een gebrekkig gevoel van eigenwaarde hebben. Hoe komt dat eigenlijk? En hoe kun je jezelf vanuit die positie weer gaan waarderen wie en wat je bent, als persoon en als mens?

Zelf heb ik het grootste deel van mijn leven weinig eigenwaarde gekend. Vrienden gaven soms goedbedoelde raad door te zeggen: “Je moet gewoon meer van jezelf houden.” Dat is mooi gezegd, maar hoe houd ik van mezelf als ik mezelf niet echt waardevol vind? De vraag is dan: hoe krijg ik vanuit deze positie een gevoel van eigenwaarde? Is dat te ontwikkelen?

Waardebepaling door autoriteiten buiten jezelf

Wanneer je heel jong bent krijg je een gevoel van waarde doordat degenen die je verzorgen hun waardering voor je uiten. Ze spiegelen als het ware jouw waarde. Je doet je eerste stapjes, je zegt je eerste woordjes, je doet iets wat fijn is in de ogen van je verzorgers. Ze geven complimentjes, je voelt hun aanmoediging, je krijgt hun erkenning etc.  Je neemt dat in je op, je voelt je er goed door. Zo leer je in de spiegeling door je verzorgers dat je op de een of andere manier van waarde bent . Die waardering gaat vaak over wat je doet. Als je geluk hebt gaat het ook over wie en wat je bent. En sommigen krijgen die waardering zelden of nooit…

Later krijg je op school op een nieuwe manier met waardering te maken. Je leraar of lerares – een autoriteit buiten jou – bepaalt jouw waarde in de vorm van cijfers. Daar moet je natuurlijk wel voor presteren. Als je dat niet doet, ben je iemand die ‘niet mee kan komen’, je wordt dan als dom of lui of onhandelbaar gezien. Dit soort waardering heeft natuurlijk grote invloed op je gevoel van eigenwaarde.

Dat vindt z’n vervolg in je werkzame leven. Je krijgt beoordelingsgesprekken bij een werkgever of bij instellingen als het UWV. Opnieuw is er een externe autoriteit die bepaalt wat jouw waarde is. Wie je bent als persoon is wel belangrijk, maar uiteindelijk gaat het ook hier om wat je presteert.

Dit maakt dat we geneigd zijn onze waarde te zoeken in waardering van buiten en in onze prestaties. We hunkeren naar erkenning en waardering van anderen voor wat we doen. Als we die krijgen, voelen we onszelf goed. Als we die niet krijgen, kunnen we ons leeg gaan voelen, zonder betekenis, waardeloos of slecht. Omdat de waardering van anderen niet altijd positief is en omdat we niet altijd goed presteren, is eigenwaarde voor de meesten van ons geen stabiel gevoel. Het moet steeds gevoed worden door waardering van buiten. En het moet ook steeds verdiend worden.

Innerlijke criticus, de innerlijke autoriteit

Naast allerlei autoriteiten buiten onszelf is er ook nog een ‘innerlijke autoriteit’. Die wordt ook wel de ‘innerlijke criticus’ genoemd, de ‘innerlijke rechter’ of het ‘superego’. Dat is een deel van jou dat voortdurend bezig is je de maat te nemen. Deze criticus stelt hoge eisen aan jou en is niet gauw tevreden. Het is de innerlijke commentaarstem die van alles en nog wat van jou vindt. Die geeft boodschappen af als: “Wat ben je weer dom bezig”, “Nou doe je het weer!”, “Je kunt het ook helemaal niet!”, “Kun je het nou nog niet?”, “Je gedraagt je als een kind!” etc. Het zijn afwijzende uitspraken van jouw vroegere verzorgers, leraren, vriendjes etc. die je hebt verinnerlijkt en waarin je bent gaan geloven.

Eigenwaarde kan groeien waar het oordeel stopt

Je eigenwaarde wordt in feite ondergraven bij elke afwijzing door de innerlijke criticus. Daarom is het belangrijk om je bewust te worden hoe die zelfafwijzing en dat superego in jou werkzaam zijn. Dit betekent: de boodschappen van de criticus gaan herkennen, gaan beseffen dat ze je klein maken, dat ze je een gevoel van minderwaardigheid geven. Eigenlijk kloppen ze zelden! Wat het superego is en hoe je ermee om kunt gaan wordt goed beschreven in bv. een blog van Lenie van Schie of in een artikel van Hanneke Elich & Robert Stamboliev over dit thema.

Bij mij kreeg eigenwaarde pas een kans toen de innerlijke criticus wat begon te verstommen. Ik ging zien dat mijn innerlijke criticus eindeloos allerlei oude boodschappen herhaalt, boodschappen die in feite niet kloppen. Eén daarvan is het idee dat ik waardeloos ben als ik in een groepsdiscussie niets bijdraag. Van mijn criticus moet ik iets ‘slims’ zeggen, ik moet iets dóen, pas dan heb ik waarde. Ik besef nu dat mijn waarde niet afhangt van wat ik aan de discussie bijdraag.

Dit proces vraagt nog steeds aandacht. Meditatie en mindfulness helpen me om de stroom van gedachten te zien als niet meer dan dat: nl. een stroom van gedachten, waar ik niet zoveel waarde aan hoef te hechten. Ik hoef mijn gedachten niet per sé te geloven. Dat geldt zeker voor de boodschappen van superego!

Als de stroom van gedachten rustiger wordt, neemt mijn gewaarzijn toe. Ik begin meer in het hier-en-nu te leven. Het wordt rustiger in mijn hoofd. Daardoor nemen ook het innerlijke oordeel en de afwijzing van de criticus af. Gaandeweg kan ik me ontspannen.

En er gebeurt nog iets. Niet alleen verliest de innerlijke criticus z’n grootste kracht, waardoor er meer ruimte komt voor zelfwaardering. Ook het oordeel van autoriteiten buiten mij krijgt minder vat op me. Mijn waarde is niet meer zo afhankelijk van waardering van buiten.

Mezelf zijn in wie en wat ik ben

In dit hele proces merk ik dat ik mezelf niet meer zo onder druk zet. Ik laat mezelf veel meer zijn wie ik ben, hoef niet meer zo te voldoen aan eisen van anderen. Er komt meer zelfacceptatie. Daarin ontspan ik en ervaar ik meer rust. Tegenwoordig merk ik dat van eenvoudige dingen kan genieten. Dan voel ik me tevreden, met mezelf en met het leven. Dit brengt een grote gelijkmoedigheid met zich mee.

Als ik zo tevreden en gelijkmoedig ben, ben ik mezelf. Maar wie of wat ben ik dan? Vreemd genoeg kan ik daar nauwelijks wat over zeggen. Ik ben goed zoals ik ben. Mijn mind hoeft niets te bedenken om in de ogen van anderen waardering te krijgen. Mijn mind kan ontspannen, stil worden.

De bron van eigenwaarde

In die combinatie van tevredenheid, rust en ontspanning ervaar ik eigenwaarde. Het komt als een stroom uit een bron van rust omhoog. Ik zie mezelf in mijn essentie en ik voel waarde als een soort van aanvaarding van het leven, een ‘ja’ tegen mezelf. Het voelt als een rustige ruimte; het maakt me open.

Dan voel ik de waarde van mijn bestaan, van wie en wat ik ben, in acceptatie van mijn mogelijkheden én beperkingen. Daar komt geen externe autoriteit aan te pas en ook geen interne! En die waardering stroomt over naar andere mensen toe, voor wie en wat zíj zijn. Want vanuit deze innerlijke rust zie ik ook hún essentie. Zo werkt dat met bronnen: als die eenmaal gaan stromen, is er geen houden meer aan!

© Chris Elzinga, 1 mei 2017

Tip:

Geef een reactie op deze column, helemaal onderaan deze pagina.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!