Bomen als voedingsbron voor de ziel (Chris Elzinga)

Bomen heb ik altijd fascinerende wezens gevonden. Hun wortels reiken diep in de aarde en hun takken strekken zich boven ons uit in de hemel. Ik vind het fijn om in de buurt van bomen te zijn. Wat zijn bomen eigenlijk en hoe verhoud ik me tot ze?

Bomen ondersteunen elkaar

Twee weken geleden stormde het hier pittig aan de Noord-Hollandse kust bij Haarlem waar ik woon. In de smalle windsingel voor ons huis zwiepten bomen met hun takken met kracht tegen elkaar aan. En ik realiseerde me: zo houden ze elkaar dus overeind. Als ze door de wind allemaal tegelijk naar één kant zouden buigen, zouden ze zomaar met z’n allen om kunnen vallen.

Dit is één van de manieren waarop bomen elkaar ondersteunen. Ze doen dat ook door via hun wortelstelsels voedsel en energie aan elkaar door te geven. Zo zorgen ze voor verzwakte broeders en zusters, door hun tekorten aan te vullen.
Schimmels blijken hier een cruciale rol in te spelen. Die fungeren als verlengstuk van de boomwortels en maken verbindingen tussen bomen over grotere afstanden mogelijk. Ze geven o.a. energie, water, stikstof en fosfor aan bomen door, in ruil voor suikers en koolstof. Het is een fascinerende samenwerking.

Een ander voorbeeld van ondersteuning: als insecten zich tegoed doen aan bladeren of zich in de bast proberen in te graven, produceert de boom stoffen waardoor ze minder ‘lekker’ en dus minder aantrekkelijk wordt. Tegelijkertijd ademt de boom via de bladeren signaalstofjes uit die door andere bomen opgepikt worden. Die produceren op hun beurt weer afweerstoffen. Insecten zullen een stuk verderop moeten vliegen of lopen om lekkere hapjes te vinden bij bomen die nog niet gewaarschuwd zijn.

Over dit soort dingen heeft Peter Wohlleben, boswachter van beroep, een boeiend boek geschreven: Het verborgen leven van bomen (2017). Hij laat zien hoe bomen hechte gemeenschappen vormen, waarin elk individu een eigen plek heeft en een eigen rol vervult. Ook als ze doodgaan. Ze vormen dan een rijke voedingsbodem voor insecten, schimmels, planten en andere bomen.

Bomen zijn levende wezens

Peter Wohlleben spreekt met veel liefde over bomen. Hij suggereert ook dat ze pijn kunnen hebben als bv. takken afbreken of als ze omgehakt worden. Hij vertelt echter niet hoe hij dat weet en of hij een speciaal telepathisch contact met ze heeft.

Jaren geleden ontmoette ik iemand die me vertelde dat ze met bomen kon communiceren. Toen ze heel jong was kon ze dat heel goed, ook met andere planten en met dieren. Dat was voor haar normaal. Maar omdat haar omgeving dat gek vond, paste ze zich aan en vergat ze die gave en zelfs de herinnering aan die gave. Ze ging biologie studeren in een poging weer in contact te komen met datgene wat natuur voor haar zo waardevol maakte. Ze wist alleen niet meer wat dat was. Jaren later kreeg ze een ongeluk en moest ze maandenlang revalideren. Vanuit haar kamer keek ze uit op een enorme boom. In die stille tijd herontdekte ze haar vermogen om met het bewustzijn van bomen in contact te komen. Dat is ook wat ik ervaar als ik door bossen loop: ik voel het bos als een veld van bewustzijn, met een eigen sfeer en een eigen karakter.

Een spiegel van mijn ziel

Ik houd van bomen omdat ik me bij hen beschermd voel en beschut. En ik houd van het ruisen van de bladeren, het licht dat door het bladerdak valt, de krachtige energie van bossen. Dat brengt me op de vraag waarom ik met bepaalde bomen zoveel affiniteit heb. Herken ik in hen iets van mezelf?

Ik heb een uitgesproken voorkeur voor berken en beuken. Die hebben iets speciaals voor mij. De berk is een pionier, die veel voorkomt op plaatsen waar nog weinig andere bomen staan. Ze bereiden de weg voor struiken en andere bomen voor. De berk valt op door zijn witte bast en ziet er daarmee anders uit dan andere bomen. De stam is zelden recht, en geeft mij een idee van meebewegen met krachten die erop werkzaam zijn. Wat ik heel mooi vind zijn de sierlijke takken, die meedeinen in de wind. De bladeren zijn klein, het zonlicht valt speels door het bladerdek. Ik associeer dat met lichtvoetigheid en transparantie. Dit zijn allemaal kwaliteiten die ik in mezelf herken. Inclusief die van de pionier: ik houd van afwisseling in mijn werk en mijn dag is helemaal goed als ik weer iets nieuws heb ontdekt. De berk is een mooie spiegel van mijn ziel.

Voeding voor innerlijke vrede

De beuk is een ander verhaal. Peter Wolhlleben schrijft dat West- en Midden Europa vol zou komen te staan met beuken als menselijke ingrijpen helemaal zou stoppen. De beuk kan fors uitgroeien en staat met 500 jaar in de kracht van zijn leven. Hij begint klein en groeit langzaam onder het bladerdak van andere bomen. Dit maakt dat er kleine cellen gevormd worden, wat de stam en de takken sterk maakt. Pas als een boom in de directe omgeving doodgaat en er meer licht op de plek doordringt, versnelt de groei. Als de jonge beuk uiteindelijk tot volle wasdom komt, is zichtbaar hoe groots deze boom eigenlijk is.

Voor mij straalt hij kracht en macht uit, pure power. Woorden die in me op komen zijn onverzettelijk, majestueus, soeverein. Beuken hebben iets koninklijks en wekken in mij een gevoel van ontzag. Ik herken me daar niet zo in. Het zijn zielskwaliteiten die niet zo sterk in mij ontwikkeld zijn.
Elk jaar verblijf ik één of twee weken in Mennorode, een conferentiecentrum vlakbij Elspeet. Ik zoek daar elke keer speciale plekken op, waaronder stukken bos met veel beuken. Onder hun bladerdak heerst een serene, verstilde sfeer. Het voelt vaak alsof ik dan in een enorme ruimte loop, als van een kathedraal, maar dan van bomen. De hele sfeer nodigt mij uit om stil te worden, om ruimte in mezelf te voelen. Het voedt een diepe innerlijke vrede. Hier kom ik tot rust, tot mezelf. Hier ben ik stille aanwezigheid. Beuken zijn voeding voor mijn ziel.

© Chris Elzinga, 1 februari 2018

Bronnen:

Peter Wohlleben, Het verborgen leven van bomen. Wat ze voelen, hoe ze communiceren – ontdekkingen uit een onbekende wereld, 2017.

Interview van Jorinde Nuytink, door Willemien Groot: Het verwondert me elke dag hoe weinig we weten van paddenstoelen, in: de Wetenschapskatern van Trouw, zaterdag 27 januari 2018, p. 14 en 15.

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!