Bij onze oosterburen (Lenie van Schie)

Deze zomer vertoefde ik een kleine twee weken bij onze Duitse buren. Ik was in Maria Laach, in de Eifel, waar ik samen met medestudenten online de grote zomerretraite van de Diamantbenadering volgde, en in de dagen daarna reisde ik rond door bijzonder landschap en overnachtte op camperplaatsen.

De Eifel

Het is een bijzonder gebied, dit landschap dat is ontstaan door vulkanische activiteit. Het is er heuvelig. De allereerste uitbarsting zou zo’n 25 tot 48 miljoen jaar geleden plaatsgevonden hebben. Ergens in dat tijdperk – een ons voorstellingsvermogen ver overschrijdende duur – moet de hoogste berg in dit gebied zijn ontstaan. Daarna volgde nog een tweede uitbarsting zo’n 700.000 jaar geleden en een derde 10.000 jaar v.Chr.
Deze, de zwaarste vulkaanuitbarsting van Midden-Europa, leidde tot het ontstaan van de Laacher See, een meer dat de hele komvormige krater met water vult en een diepte bereikt van zo’n 200 meter.
De naam Laach komt van het Oudhoogduitse woord lacha, dat letterlijk: ‘Meer van het Meer’ betekent. En Maria is wellicht later toegevoegd toen – nabij een van de oevers – een Benedictijner abdij is gesticht.

Ik had er graag wat in rondgetoerd, gewandeld en mij direct met de natuur verbonden in dit land waar de diepe Aarde nooit ver weg is. In het kratermeer borrelt het op sommige plekken: komen de gassen uit de diepte omhoog. Maar de spieren in mijn rechterheup deden pijn én grote delen van dit gebied waren door de recente overstromingen niet toegankelijk. In plaats daarvan bezocht ik het vulkaanmuseum in Mendig, op vijf autominuten afstand waar ik op een camperplek vlakbij het museum overnachtte.

Vuurkracht

Zo liep ik niet over bospaden, maar liet ik mij door een film die een vulkaanexplosie nabootste, informeren. Wandelde ik langs informatieborden met om mijn nek een koord met daaraan een apparaat dat mij in het Nederlands uitleg gaf, mits ik op de juiste toetsen drukte, hetgeen me lukte. Een van de borden gaf een overzicht van de verschillende soorten vulkanen en ik herkende de namen.

De expositie is grundlich Deutsch, en geeft een goed beeld wat de vulkanische activiteit vermag. Veel vulkanen slapen, men dacht dat ook van de Laacher vulkaan, maar ergens in de diepte rommelt de Aarde. Ze kunnen zomaar tot activiteit komen. De meest recente uitbarsting is die van de Fagradalsfjall op het schiereiland Reykjanes, Ijsland dit voorjaar.
Spreekt de stem van de zwarte godin tot mij als ik mij verdiep in haar immense kracht? Ik bezocht vulkanen in California, de shieldvulkaan in Lassen Volcanic park en verder naar het noorden Mount Shasta, een piramidevormige vulkaan die het landschap tot ver in de omtrek bepaalt.

Rondom de Stille Oceaan ligt een hele cirkel van vulkanen waaronder die van Shasta en Lassen, en in het noord-westen van Amerika Mount St. Helens, die in 1980 uitbarstte. Deze cirkel, ook wel de ring van vuur genoemd, is in feite een hoefijzer.

Lava

Bij een vulkaanuitbarsting stroomt er vloeibaar gesteente uit de vulkaan weg, dat in verschillende vormen kan afkoelen. Golvende versteende lagen zag ik in een gebied ten noorden van Phoenix, Arizona en immense kraters en lavagrotten in de Lava velden in Noord California. Ze kunnen ook uitharden in hoge vier- of zeshoekige staven, zoals het eiland Staffa, nabij Iona aan de westkust van Schotland, of hier onder lagen aarde en turf in de Eifel.

Het lavagesteente is hier in Mendig naar boven gehaald, waardoor een netwerk van gangen en ruimtes – lavakelders – is ontstaan. (https://www.eifel.info/nl/a-lavakeller). Een nauwe trap van 150 treden, uitgehouwen in het gesteente, voert de diepte in. Ik onderdruk mijn claustrofobie en tussen anderen – er zijn veel gezinnen met jonge kinderen bij – loop ik tree voor tree naar beneden, om in de immense  ruimte waar ik me dan bevind, opgelucht adem te halen. Ik kijk om mij heen naar de verre, hoge staafvormige wanden, naar de vier en zeshoekige vormen in het hoge plafond: zwartgrijs en beige, ongenaakbaar gesteente. Het licht komt van tal van grote lampen. Ik bevind mij in de aarde en de enige reden dat ik hier kan zijn, is door het toedoen van ontginning door mensen. Zij hebben de ruimte die zo is ontstaan, ook ooit gebruikt om er bier te brouwen en soms werd er een huwelijksceremonie gehouden.

 

Een lift brengt mij terug naar boven en ik ben blij als ik weer n de vrije lucht sta.

Mensen en natuur, het zijn begrippen die we vaak gebruiken alsof ze gescheiden zijn van elkaar, alsof ons lichaam, ons hele wezen, niet deel uitmaakt van de natuur, van die manifestatie van Zijn. Misschien is dat begrijpelijk als we kijken hoe bedreigend een vulkaanuitbarsting is voor het leven van ons mensen. Ze vernietigt landschap, natuur, dorpen, vaak ook mensenlevens. Maar zonder die ongelooflijke krachten die ooit het universum vormden, zou de aarde niet bestaan, zouden wij mensen er niet kunnen leven. Ik blijf gefascineerd door die enorme vuurkracht en regelmatig vraag ik me af wat me hier zo raakt. Helpen ze me nederig te blijven, brengen ze dat besef dat dood en leven onlosmakelijk verbonden zijn met elkaar?

Een heel ander aspect van Aarde ontmoet ik tijdens een wandeling door het Schwarze Moor.

Scharze Moor

Je verwacht dat een moeras in de diepte ligt, maar dit Zwarte Moeras ligt op een hoogvlakte. Ik voel de druk op mijn oren en aan de zijkanten van mijn schedel, als ik in de derde versnelling de bochtige weg omhoog volg. Rechts van mij loodgrijze, machtige wolkenpartijen die aan de onderkant als grijze schapenvacht uitwaaieren over het dal en de heuvels daarachter aan het zicht onttrekken. Links van mij zijn de wolken als witte pluche beesten in een blauwe lucht. Het is nog geheel onduidelijk of de dag blauw of grijs gaat worden.

Ik parkeer de auto en loop langs een restaurant waar ze bratwurst verkopen, een toiletgebouw – entree 50 cent – en talloze toeristen, naar de ingang die is afgesloten met een hek. Daarachter strekt zich een veld uit met geelbruine grashalmen; nog geen water te zien. Aan de randen van het moeras is een houten loopplank gemaakt, een kleine 3 km lang. Even schijnt er nog een straal zonlicht over de halmen, dan wint het grijs.

Die beplankte rondgang kan ik met mijn zere heup wel belopen. Ik kan de borden langs het plankier, die  met taal en grafische beelden vertellen over het wordingsproces van ven tot veen, en hoogveen, bestuderen. Groepjes mensen staan er stil, lezen en praten, maken foto’s. Een vader legt zijn zoontje van alles hierover uit, althans dat neem ik aan; zijn stem klinkt van het onderrichtende soort. Verderop bekijkt een echtpaar aandachtig de uitleg.

Stilte

Met enige moeite weet ik de andere wandelgangers te mijden, door juist wat sneller te lopen of mijn pas te vertragen. Als ik afstand houd, kan ik de stilte horen die samenvalt met zwijgzame berken, met roze bloempjes op dunne groene stengels en zacht mos, met heidestruikjes, kleine watergangetjes en met grijze lucht. Zo kan ik opgaan in de mysterieuze wereld van de planten, van groei die het mogelijk maakte voor ons mensen om op deze planeet te wonen.

Ik kan mijn ogen laten samenvallen met groei die onder de grond doorgaat, onzichtbaar, een mysterieus paradijs, een wortelwereld met schimmels, bacteriën, en insecten, onderling op elkaar afgestemd als communicerende vaten. Een wereld waarin ik wil opgaan en verdwijnen.

Scheiding en verbinding

Mijn blik gaat over het plankier naar de groepjes mensen, hun afgebakende vormen – entiteiten – die de taal gebruiken om te communiceren en op geijkte afstand stilstaan om te lezen over wat hier zich direct voor onze ogen afspeelt: de wording van veen. En ik vraag me af hoe het mogelijk is dat wij mensen zover verwijderd zijn geraakt van onze natuur, terwijl ons lijf ook vol zit met bacteriën en schimmels, met slijmerige massa, vocht en bloed, met zuurstof en lucht. En dat we daarover inmiddels alleen kennis kunnen verwerven door erover te lezen in boeken waarin letters staan gedrukt die woorden vormen die wij kunnen begrijpen. Waar is die innerlijke blik gebleven waarmee we direct konden zien, dat vermogen van onze zintuigen om met de planten te communiceren ?

En in die zinnen hoor ik mijn verlangen en voel ik het gemis. Dat gemis van die verbinding, die directe afstemming op het leven zelf. En ik vraag mij af wat wij mensen zijn verloren in onze drang naar ontginning, naar beheersing, naar grip op het leven krijgen en houden, naar macht. En de vraag die in mij door blijft klinken: Kunnen we dat vermogen terugkrijgen?

 

© Lenie van Schie, 25 juli 2021

 

Reacties gesloten.